1. Woordenschat (16)

La trottinette

La trottinette Show

De step Show

La piste cyclable

La piste cyclable Show

Het fietspad Show

La marche

La marche Show

Wandelen / lopen Show

Le train

Le train Show

De trein Show

Les transports en commun

Les transports en commun Show

Het openbaar vervoer Show

La voiture électrique

La voiture électrique Show

De elektrische auto Show

Le co-voiturage

Le co-voiturage Show

Carpoolen Show

La zone verte

La zone verte Show

De groene zone Show

La pollution

La pollution Show

Vervuiling Show

La sensibilisation

La sensibilisation Show

Bewustwording Show

Durable

Durable Show

Duurzaam Show

Écologique

Écologique Show

Ecologisch Show

Réutilisable

Réutilisable Show

Hergebruikbaar Show

Voyager en train

Voyager en train Show

Met de trein reizen Show

Venir

Venir Show

Komen Show

Rester

Rester Show

Blijven Show

2. Grammatica

Belangrijk werkwoord

Rester (blijven)

3. Oefeningen

Oefening 1: Correspondentie schrijven

Instructie: Schrijf een antwoord op het volgende bericht dat passend is voor de situatie

WhatsApp: Je ontvangt een WhatsApp-bericht van een collega die voorstelt morgen samen naar het werk te carpoolen, en je moet antwoorden.


Salut,

Demain il y a une grève du train et des transports en commun. Ma voiture électrique est libre. Je peux passer te prendre vers 8h, près de la piste cyclable, devant le parc.

Tu veux venir en co-voiturage avec moi ? Ou tu préfères la trottinette ou la marche ? Pour moi, c’est mieux pour la pollution, c’est plus durable.

Dis-moi ce que tu préfères.

À demain,
Luc


Hoi,

Morgen is er een staking van de trein en het openbaar vervoer. Mijn elektrische auto is vrij. Ik kan je rond 8 uur ophalen, vlakbij het fietspad, voor het park.

Wil je met me meeliften? Of geef je de voorkeur aan de step of te lopen? Voor mij is het beter voor de vervuiling, het is duurzamer.

Zeg even wat je liever hebt.

Tot morgen,
Luc


Begrijp de tekst:

  1. Quelle solution de transport Luc propose-t-il à son collègue pour aller au travail ?

    (Welke vervoersoptie stelt Luc zijn collega voor om naar het werk te gaan?)

  2. Pourquoi Luc pense-t-il que cette solution est meilleure pour l’environnement ?

    (Waarom denkt Luc dat deze optie beter is voor het milieu?)

Nuttige zinnen:

  1. Merci pour ton message,

    (Bedankt voor je bericht,)

  2. Je préfère venir en…

    (Ik kom liever met...)

  3. Je peux être au point de rendez-vous à…

    (Ik kan om... bij de ontmoetingsplek zijn)

Salut Luc,

Merci pour ton message. Je veux bien venir en co-voiturage avec toi, c’est plus simple pour moi et c’est écologique. Je peux être devant le parc à 8h. Si tu es en retard, envoie-moi un SMS.

À demain,
Alex

Hoi Luc,

Bedankt voor je bericht. Ik kom graag met je mee, dat is gemakkelijker voor mij en ook beter voor het milieu. Ik kan om 8 uur voor het park zijn. Als je te laat bent, stuur me dan even een sms.

Tot morgen,
Alex

Oefening 2: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste oplossing

1. Quand je travaillais à Paris, je ___ souvent tard au bureau pour éviter les transports en commun aux heures de pointe.

(Toen ik in Parijs werkte, ik ___ vaak tot laat op kantoor om het openbaar vervoer tijdens de spits te vermijden.)

2. Avant d’avoir une voiture électrique, nous ___ toujours dans notre quartier le week-end, car le centre-ville était trop pollué.

(Voordat we een elektrische auto hadden, we ___ altijd in onze buurt in het weekend, omdat het centrum te vervuild was.)

3. Quand il y avait des grèves de train, mes collègues ___ au télétravail pour éviter de voyager en train pendant des heures.

(Als er treinstakingen waren, mijn collega’s ___ thuis om te voorkomen dat ze urenlang met de trein moesten reizen.)

4. Avant la création de la piste cyclable, vous ___ rarement en ville après le travail, parce que le trafic en voiture était trop stressant.

(Voor de aanleg van het fietspad, u ___ zelden in de stad na het werk, omdat het autoverkeer te stressvol was.)

Oefening 3: Gesprekskaarten

Instructie: Kies een situatie en oefen het gesprek met je docent of medestudenten.

Oefening 4: Reageer op de situatie

Instructie: Oefen in tweetallen of met je docent.

1. Tu arrives à ton travail à Paris. Un collègue français te demande : « Tu viens comment au bureau ? » Explique ton trajet normal pour venir au travail. (Utilise : venir, le train, la marche)

(Je komt aan op je werk in Parijs. Een Franse collega vraagt je: « Tu viens comment au bureau ? » Leg je normale route uit om naar het werk te komen. (Gebruik: venir, le train, la marche))

D’habitude je viens  

(Gewoonlijk kom ik ...)

Voorbeeld:

D’habitude je viens en train et après je marche dix minutes jusqu’au bureau.

(Gewoonlijk kom ik met de trein en loop ik daarna tien minuten naar kantoor.)

2. Tu es chez des amis un samedi soir. Ils proposent de sortir en centre-ville. Tu n’aimes pas prendre la voiture à Paris. Propose une solution plus écologique. (Utilise : les transports en commun, écologique, la marche)

(Je bent op zaterdagavond bij vrienden. Ze stellen voor om naar het centrum te gaan. Je vindt het niet fijn om in Parijs met de auto te rijden. Stel een milieuvriendelijkere oplossing voor. (Gebruik: les transports en commun, écologique, la marche))

On peut prendre  

(We kunnen ... nemen)

Voorbeeld:

On peut prendre les transports en commun, c’est plus écologique, et on peut aussi marcher un peu.

(We kunnen het openbaar vervoer nemen, dat is milieuvriendelijker, en we kunnen ook een stukje lopen.)

3. Au travail, ton responsable veut organiser un plan de transport plus durable pour l’équipe. Il te demande ton avis sur le co-voiturage pour venir au bureau. (Utilise : le co-voiturage, pratique, économique)

(Op het werk wil je leidinggevende een duurzamer vervoersplan voor het team organiseren. Hij vraagt je mening over carpoolen om naar kantoor te komen. (Gebruik: le co-voiturage, pratique, économique))

Pour moi, le co-voiturage  

(Voor mij is carpoolen ...)

Voorbeeld:

Pour moi, le co-voiturage est pratique et économique, surtout quand on habite loin du bureau.

(Voor mij is carpoolen praktisch en goedkoop, vooral als je ver van kantoor woont.)

4. Tu discutes avec ton propriétaire du quartier où tu habites. Tu expliques que tu aimes la piste cyclable et la zone verte près de chez toi, car cela réduit la pollution. (Utilise : la piste cyclable, la zone verte, la pollution)

(Je praat met je verhuurder over de buurt waar je woont. Je legt uit dat je het fietspad en de groene zone bij jou in de buurt prettig vindt, omdat dat de vervuiling vermindert. (Gebruik: la piste cyclable, la zone verte, la pollution))

J’aime beaucoup la piste cyclable  

(Ik vind het fietspad ... erg fijn)

Voorbeeld:

J’aime beaucoup la piste cyclable devant l’immeuble et la zone verte à côté, parce que ça réduit un peu la pollution dans le quartier.

(Ik vind het fietspad voor het gebouw en de groene zone ernaast erg fijn, omdat dat de vervuiling in de buurt wat vermindert.)

Oefening 5: Schrijfopdracht

Instructie: Schrijf in 5 of 6 zinnen hoe jij naar je werk (of naar de universiteit) gaat en leg uit of jouw manier van reizen duurzaam is of niet.

Nuttige uitdrukkingen:

Pour aller au travail, je prends… / Je choisis ce moyen de transport parce que… / À mon avis, c’est plus écologique que… / Dans ma ville, il y a…

Exercice 6: Gespreksoefening

Instruction:

  1. Décrivez les avantages et les inconvénients de chaque mode de transport sur les photos. (Beschrijf de voor- en nadelen van elk vervoermiddel op de foto's.)
  2. Utilisez-vous souvent les transports en commun ? (Gebruik je vaak het openbaar vervoer?)

Richtlijnen tijdens het lesgeven +/- 10 minuten

Voorbeeldzinnen:

J'utilise le vélo pour aller au travail, mais pour faire les courses, j'utilise une voiture.

Ik gebruik de fiets om naar mijn werk te gaan, maar om boodschappen te doen gebruik ik een auto.

Je vais partout en voiture parce que les transports en commun prennent trop de temps.

Ik ga overal met de auto naartoe omdat het openbaar vervoer te lang duurt.

Je prends le vélo parce qu'il y a beaucoup de pistes cyclables dans ma ville.

Ik neem de fiets omdat er veel fietspaden in mijn stad zijn.

Je prends toujours le métro. C'est le moyen le plus rapide pour moi.

Ik neem altijd de metro. Het is de snelste manier voor mij.

Je pense que les voitures électriques sont très bonnes car elles sont durables.

Ik vind elektrische auto's erg goed omdat ze duurzaam zijn.

Je n'ai pas de voiture électrique car elles sont très chères.

Ik heb geen elektrische auto omdat ze erg duur zijn.

...