A2.26 - Duurzaam vervoer
transport (durable)
2. Grammatica
Belangrijk werkwoord
Rester (blijven)
3. Oefeningen
Oefening 1: Correspondentie schrijven
Instructie: Schrijf een antwoord op het volgende bericht dat passend is voor de situatie
WhatsApp: Je ontvangt een WhatsApp-bericht van een collega die voorstelt morgen samen naar het werk te carpoolen, en je moet antwoorden.
Salut,
Demain il y a une grève du train et des transports en commun. Ma voiture électrique est libre. Je peux passer te prendre vers 8h, près de la piste cyclable, devant le parc.
Tu veux venir en co-voiturage avec moi ? Ou tu préfères la trottinette ou la marche ? Pour moi, c’est mieux pour la pollution, c’est plus durable.
Dis-moi ce que tu préfères.
À demain,
Luc
Hoi,
Morgen is er een staking van de trein en het openbaar vervoer. Mijn elektrische auto is vrij. Ik kan je rond 8 uur ophalen, vlakbij het fietspad, voor het park.
Wil je met me meeliften? Of geef je de voorkeur aan de step of te lopen? Voor mij is het beter voor de vervuiling, het is duurzamer.
Zeg even wat je liever hebt.
Tot morgen,
Luc
Begrijp de tekst:
-
Quelle solution de transport Luc propose-t-il à son collègue pour aller au travail ?
(Welke vervoersoptie stelt Luc zijn collega voor om naar het werk te gaan?)
-
Pourquoi Luc pense-t-il que cette solution est meilleure pour l’environnement ?
(Waarom denkt Luc dat deze optie beter is voor het milieu?)
Nuttige zinnen:
-
Merci pour ton message,
(Bedankt voor je bericht,)
-
Je préfère venir en…
(Ik kom liever met...)
-
Je peux être au point de rendez-vous à…
(Ik kan om... bij de ontmoetingsplek zijn)
Merci pour ton message. Je veux bien venir en co-voiturage avec toi, c’est plus simple pour moi et c’est écologique. Je peux être devant le parc à 8h. Si tu es en retard, envoie-moi un SMS.
À demain,
Alex
Hoi Luc,
Bedankt voor je bericht. Ik kom graag met je mee, dat is gemakkelijker voor mij en ook beter voor het milieu. Ik kan om 8 uur voor het park zijn. Als je te laat bent, stuur me dan even een sms.
Tot morgen,
Alex
Oefening 2: Meerkeuze
Instructie: Kies de juiste oplossing
1. Quand je travaillais à Paris, je ___ souvent tard au bureau pour éviter les transports en commun aux heures de pointe.
(Toen ik in Parijs werkte, ik ___ vaak tot laat op kantoor om het openbaar vervoer tijdens de spits te vermijden.)2. Avant d’avoir une voiture électrique, nous ___ toujours dans notre quartier le week-end, car le centre-ville était trop pollué.
(Voordat we een elektrische auto hadden, we ___ altijd in onze buurt in het weekend, omdat het centrum te vervuild was.)3. Quand il y avait des grèves de train, mes collègues ___ au télétravail pour éviter de voyager en train pendant des heures.
(Als er treinstakingen waren, mijn collega’s ___ thuis om te voorkomen dat ze urenlang met de trein moesten reizen.)4. Avant la création de la piste cyclable, vous ___ rarement en ville après le travail, parce que le trafic en voiture était trop stressant.
(Voor de aanleg van het fietspad, u ___ zelden in de stad na het werk, omdat het autoverkeer te stressvol was.)Oefening 3: Gesprekskaarten
Instructie: Kies een situatie en oefen het gesprek met je docent of medestudenten.
Choisir le transport pour aller au travail
Claire, collègue: Show Julien, tu viens au bureau en voiture ou tu prends les transports en commun ?
(Julien, kom je naar kantoor met de auto of neem je het openbaar vervoer?)
Julien, collègue: Show Avant je venais en voiture, mais maintenant je prends le train, c’est plus écologique.
(Vroeger kwam ik met de auto, maar nu neem ik de trein; dat is milieuvriendelijker.)
Claire, collègue: Show Moi je fais la moitié du trajet en trottinette, puis je marche dans la zone verte près du bureau.
(Ik doe de helft van de rit met de step en loop daarna door de groene zone vlak bij het kantoor.)
Julien, collègue: Show C’est bien, on devrait tous choisir un transport plus durable pour réduire la pollution.
(Dat is goed. We zouden allemaal een duurzamer vervoermiddel moeten kiezen om de vervuiling te verminderen.)
Open vragen:
1. Et toi, comment tu vas au travail tous les jours ?
En jij, hoe ga jij elke dag naar je werk?
2. Tu préfères la voiture électrique, le train ou les transports en commun ? Pourquoi ?
Heb je een voorkeur voor de elektrische auto, de trein of het openbaar vervoer? Waarom?
Décider comment aller à un dîner
Amine, ami: Show Sophie, on va au dîner chez Paul en voiture électrique ou on y va en co‑voiturage avec Marc ?
(Sophie, gaan we naar het diner bij Paul met de elektrische auto of carpoolen we met Marc?)
Sophie, amie: Show Je préfère venir en métro, les transports en commun sont rapides en centre‑ville.
(Ik kom liever met de metro; het openbaar vervoer is snel in het centrum.)
Amine, ami: Show D’accord, je peux marcher jusqu’à la station, il y a une piste cyclable et une grande zone verte sur le chemin.
(Oké, ik kan naar het station lopen. Er is een fietspad en een groot groen gebied onderweg.)
Sophie, amie: Show Parfait, comme ça on reste écologiques et on évite la pollution et les bouchons.
(Perfect — zo blijven we milieuvriendelijk en vermijden we vervuiling en files.)
Open vragen:
1. Quand tu sors le soir, tu préfères marcher, prendre le métro ou faire du co‑voiturage ?
Als je ’s avonds uitgaat, loop je dan liever, neem je de metro of carpool je?
2. Dans ta ville, est‑ce qu’il y a des pistes cyclables ou des zones vertes que tu utilises souvent ?
Zijn er in jouw stad fietspaden of groene zones die je vaak gebruikt?
Oefening 4: Reageer op de situatie
Instructie: Oefen in tweetallen of met je docent.
1. Tu arrives à ton travail à Paris. Un collègue français te demande : « Tu viens comment au bureau ? » Explique ton trajet normal pour venir au travail. (Utilise : venir, le train, la marche)
(Je komt aan op je werk in Parijs. Een Franse collega vraagt je: « Tu viens comment au bureau ? » Leg je normale route uit om naar het werk te komen. (Gebruik: venir, le train, la marche))D’habitude je viens
(Gewoonlijk kom ik ...)Voorbeeld:
D’habitude je viens en train et après je marche dix minutes jusqu’au bureau.
(Gewoonlijk kom ik met de trein en loop ik daarna tien minuten naar kantoor.)2. Tu es chez des amis un samedi soir. Ils proposent de sortir en centre-ville. Tu n’aimes pas prendre la voiture à Paris. Propose une solution plus écologique. (Utilise : les transports en commun, écologique, la marche)
(Je bent op zaterdagavond bij vrienden. Ze stellen voor om naar het centrum te gaan. Je vindt het niet fijn om in Parijs met de auto te rijden. Stel een milieuvriendelijkere oplossing voor. (Gebruik: les transports en commun, écologique, la marche))On peut prendre
(We kunnen ... nemen)Voorbeeld:
On peut prendre les transports en commun, c’est plus écologique, et on peut aussi marcher un peu.
(We kunnen het openbaar vervoer nemen, dat is milieuvriendelijker, en we kunnen ook een stukje lopen.)3. Au travail, ton responsable veut organiser un plan de transport plus durable pour l’équipe. Il te demande ton avis sur le co-voiturage pour venir au bureau. (Utilise : le co-voiturage, pratique, économique)
(Op het werk wil je leidinggevende een duurzamer vervoersplan voor het team organiseren. Hij vraagt je mening over carpoolen om naar kantoor te komen. (Gebruik: le co-voiturage, pratique, économique))Pour moi, le co-voiturage
(Voor mij is carpoolen ...)Voorbeeld:
Pour moi, le co-voiturage est pratique et économique, surtout quand on habite loin du bureau.
(Voor mij is carpoolen praktisch en goedkoop, vooral als je ver van kantoor woont.)4. Tu discutes avec ton propriétaire du quartier où tu habites. Tu expliques que tu aimes la piste cyclable et la zone verte près de chez toi, car cela réduit la pollution. (Utilise : la piste cyclable, la zone verte, la pollution)
(Je praat met je verhuurder over de buurt waar je woont. Je legt uit dat je het fietspad en de groene zone bij jou in de buurt prettig vindt, omdat dat de vervuiling vermindert. (Gebruik: la piste cyclable, la zone verte, la pollution))J’aime beaucoup la piste cyclable
(Ik vind het fietspad ... erg fijn)Voorbeeld:
J’aime beaucoup la piste cyclable devant l’immeuble et la zone verte à côté, parce que ça réduit un peu la pollution dans le quartier.
(Ik vind het fietspad voor het gebouw en de groene zone ernaast erg fijn, omdat dat de vervuiling in de buurt wat vermindert.)Oefening 5: Schrijfopdracht
Instructie: Schrijf in 5 of 6 zinnen hoe jij naar je werk (of naar de universiteit) gaat en leg uit of jouw manier van reizen duurzaam is of niet.
Nuttige uitdrukkingen:
Pour aller au travail, je prends… / Je choisis ce moyen de transport parce que… / À mon avis, c’est plus écologique que… / Dans ma ville, il y a…
Exercice 6: Gespreksoefening
Instruction:
- Décrivez les avantages et les inconvénients de chaque mode de transport sur les photos. (Beschrijf de voor- en nadelen van elk vervoermiddel op de foto's.)
- Utilisez-vous souvent les transports en commun ? (Gebruik je vaak het openbaar vervoer?)
Richtlijnen tijdens het lesgeven +/- 10 minuten
Instructies voor de leraar
- Lees de voorbeeldzinnen hardop voor.
- Beantwoord de vragen over de afbeelding.
- Studenten kunnen deze oefening ook als geschreven tekst voor de volgende les voorbereiden.
Voorbeeldzinnen:
|
J'utilise le vélo pour aller au travail, mais pour faire les courses, j'utilise une voiture. Ik gebruik de fiets om naar mijn werk te gaan, maar om boodschappen te doen gebruik ik een auto. |
|
Je vais partout en voiture parce que les transports en commun prennent trop de temps. Ik ga overal met de auto naartoe omdat het openbaar vervoer te lang duurt. |
|
Je prends le vélo parce qu'il y a beaucoup de pistes cyclables dans ma ville. Ik neem de fiets omdat er veel fietspaden in mijn stad zijn. |
|
Je prends toujours le métro. C'est le moyen le plus rapide pour moi. Ik neem altijd de metro. Het is de snelste manier voor mij. |
|
Je pense que les voitures électriques sont très bonnes car elles sont durables. Ik vind elektrische auto's erg goed omdat ze duurzaam zijn. |
|
Je n'ai pas de voiture électrique car elles sont très chères. Ik heb geen elektrische auto omdat ze erg duur zijn. |
| ... |