De gebiedende wijs: bevestigende vorm

L'impératif : forme affirmative


L'impératif est utilisé pour donner des ordres, des conseils ou des souhaits. Exemple : 'Écoute' ou 'Fais attention'. Il se forme sans sujet.

(De gebiedende wijs wordt gebruikt om bevelen, advies of wensen te geven. Voorbeeld: 'Écoute' of 'Fais attention'. Hij wordt gevormd zonder onderwerp.)

Wanneer gebruik je de Franse impératif?

De impératif is de gebiedende wijs: je geeft een instructie, tip of oproep.

  • Tu = informele instructie aan 1 persoon (collega die je goed kent, vriend).
  • Nous = voorstel / “laten we …” (samen iets doen).
  • Vous = beleefd of tegen meerdere personen (klant, onbekende, team).

Belangrijk: in het Frans zet je bij de impératif geen onderwerp ervoor.

  • Tu envoies la pièce jointe.Envoie la pièce jointe.
  • Vous mettez le timbre…Mettez le timbre…

Stap-voor-stap: zo maak je de impératif (regelmatige werkwoorden)

  1. Kies de persoon: tu / nous / vous.
  2. Neem de vorm van de tegenwoordige tijd (présent).
  3. Schrap het onderwerp (tu/nous/vous).
Persoon Wat neem je uit het présent? Voorbeeld
tu vorm van tu (zonder tu) Tu parles → Parle !
nous vorm van nous (zonder nous) Nous parlons → Parlons !
vous vorm van vous (zonder vous) Vous parlez → Parlez !

Let op bij -er werkwoorden: geen -s bij ‘tu’

Een veelgemaakte fout: bij -er-werkwoorden krijgt de impératif met tu geen -s.

  • Parle ! (niet: Parles !)
  • Allume ! (niet: Allumes !)
  • Téléphone ! (niet: Téléphones !)

Snelle check: eindigt het werkwoord op -er? Dan bij tu meestal zonder -s.

Verbs in -ir / -re: wat verandert er?

Bij veel werkwoorden op -ir en -re volg je gewoon het présent, zonder onderwerp.

  • Partir: Tu pars → Pars ! / Nous partons → Partons ! / Vous partez → Partez !
  • Attendre: Tu attends → Attends ! / Nous attendons → Attendons ! / Vous attendez → Attendez !
  • Répondre: Tu réponds → Réponds ! / Nous répondons → Répondons ! / Vous répondez → Répondez !

Onregelmatige impératif: deze 3 moet je kennen

Deze vormen zijn niet gebouwd op het présent zoals je verwacht.

Infinitief tu nous vous
aller Va ! Allons ! Allez !
faire Fais ! Faisons ! Faites !
dire Dis ! Disons ! Dites !

Praktische zelfcheck (voorkom typische fouten)

  • 1) Staat er een onderwerp? Dan is het waarschijnlijk geen impératif. → onderwerp weglaten.
  • 2) Is het een infinitief? (op -er/-ir/-re) → je hebt een vervoegde vorm nodig: Mettez, niet mettre.
  • 3) -er + tu? → meestal zonder -s: Envoie ! (niet Envoies !).
  • 4) Kies de juiste ‘toon’: tu (informeel), vous (beleefd/formeel), nous (samen).

Mini-voorbeelden in werksituaties (A2, direct bruikbaar)

  • Tu: Envoie la pièce jointe. Allume l’ordinateur.
  • Nous: Envoyons le mail maintenant. Partons à 18h.
  • Vous: Mettez le timbre, s’il vous plaît. Répondez au client aujourd’hui.
  1. Il n'y a que trois personnes :tu, nous, vous.
  2. Voor werkwoorden op –er zet je geen s bij de 2e persoon enkelvoud.
Personne (Persoon)ParlerPartirAttendre (Wachten)Répondre
TuParle ! (Praat!)Pars ! (Vertrek!)Attends ! (Wacht!)Réponds ! (Antwoord!)
NousParlons ! (Laten we praten!)Partons ! (Laten we vertrekken!)Attendons ! (Laten we wachten!)Répondons ! (Laten we antwoorden!)
VousParlez ! (Praat!)Partez ! (Vertrek!)Attendez ! (Wacht!)Répondez ! (Antwoord!)

Uitzonderingen!

  1. Sommige werkwoorden hebben een onregelmatige gebiedende wijs. Aller: Va ! Allons ! Allez !; Faire: Fais ! Faisons ! Faites !; Dire: Dis ! Disons ! Dites !

Oefening 1: Meerkeuze

Instructie: Kies het juiste antwoord

1. _____ le timbre sur l'enveloppe, s'il vous plaît.

_____ de postzegel op de enveloppe, alstublieft.

2. _____ la pièce jointe avant midi.

_____ de bijlage voor de middag.

3. _____ patient, le facteur arrive bientôt.

_____ geduldig, de postbode komt binnenkort.

4. _____ l'ordinateur et ouvre ta boîte mail.

_____ de computer aan en open je mailbox.

Oefening 2: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste zin in de gebiedende wijs (bevestigende vorm).

1.
Fout: bij de gebiedende wijs met 'jij' zet je geen -s; het moet 'Stuur' zijn.
Fout: in de gebiedende wijs laat je het onderwerp ('jij') weg en de vervoeging is niet de gebiedende wijs ('stuur' zonder onderwerp).
2.
Fout: dit is het infinitief ('plakken'), niet de gebiedende wijs. Voor 'u' moet het 'Plak' zijn als gebiedende vorm zonder onderwerp.
Fout: zin in de tegenwoordige tijd met onderwerp 'u'; in de gebiedende wijs laat je het onderwerp weg ('Plak …').

Oefening 3: Herschrijf de zinnen

Instructie: Réécris chaque phrase à l’impératif (sans sujet) en utilisant la personne indiquée entre parenthèses. Exemple : Tu fermes la porte. (tu) → Ferme la porte.

Vertaling tonen/verbergen Toon/verberg hints
  1. Tu allumes ton ordinateur tout de suite. (tu)
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Allume ton ordinateur tout de suite.
    (Zet meteen je computer aan.)
  2. Nous envoyons le mail à l’entreprise maintenant. (nous)
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Envoyons le mail à l’entreprise maintenant.
    (Sturen we nu de e-mail naar het bedrijf?)
  3. Vous mettez bien le timbre sur l’enveloppe. (vous)
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Mettez bien le timbre sur l’enveloppe.
    (Plakt u de postzegel netjes op de enveloppe.)
  4. Tu téléphones à la poste pour demander les horaires. (tu)
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Téléphone à la poste pour demander les horaires.
    (Bel naar het postkantoor om de openingstijden te vragen.)

Oefening 4: Grammatica in actie

Instructie: Werk in tweetallen en geef duidelijke instructies om de verzending en de e-mail voor te bereiden.

Vertaling tonen/verbergen
Situatie
Au bureau, un colis urgent arrive et il faut envoyer un mail rapidement.
(Op kantoor komt er een dringend pakket binnen en je moet snel een e-mail sturen.)

Bespreek
  • Quelles étapes suivez-vous d’abord pour préparer le colis et l’enveloppe ? (Welke stappen onderneem je eerst om het pakket en de envelop klaar te maken?)
  • Que dites-vous à votre collègue pour préparer l’enveloppe et mettre le timbre ? (impératif) ? (Wat zeg je tegen je collega om de envelop klaar te maken en de postzegel erop te plakken? (imperatief)?)

Nuttige woorden en uitdrukkingen
  • Allume l’ordinateur et vérifie la pièce-jointe. (Zet de computer aan en controleer de bijlage.)
  • Mettez le timbre sur l’enveloppe et fermez-la. (Plak de postzegel op de envelop en sluit deze.)
  • Envoyons le mail maintenant, puis déposons le colis à la poste. (Laten we nu de e-mail versturen en daarna het pakket bij het postkantoor afgeven.)

Gebruik in gesprek
  • Impératif tu (sans sujet) (Imperatief jij (zonder onderwerp))
  • Impératif nous pour organiser l’action (Imperatief wij om de actie te organiseren)
  • Impératif vous pour consignes polies (Imperatief u/jullie voor beleefde instructies)

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage

Profile Picture

Marco De Faria

Master in Vreemde Talen

University of Poitiers

University_Logo

Frankrijk


Laatst bijgewerkt:

maandag, 06/04/2026 20:16