De verbindingswoorden: d'abord, ensuite, enfin, de même que, autant que...

Les mots de liaison: d'abord, ensuite, enfin, de même que, autant que...


Les mots de liaison sont 'd'abord', 'ensuite', 'si bien que'..., ils permettent de structurer des idées dans une phrase.

(Verbindingswoorden zijn 'd'abord', 'ensuite', 'si bien que'...; ze helpen om ideeën in een zin te structureren.)

Wat doen deze mots de liaison?

Deze verbindingswoorden helpen je om:

  • een volgorde te maken (wat komt eerst, daarna, op het einde?)
  • te vergelijken (zoals / evenveel als)
  • een gevolg te tonen (met resultaat)

Volgorde in tijd: d'abord – ensuite – enfin

Frans Betekenis Typische plek in de zin
D'abord eerst / om te beginnen vaak helemaal vooraan + komma
Ensuite daarna / vervolgens vaak vooraan of na de eerste actie
Enfin ten slotte / uiteindelijk vaak vooraan + komma

Basispatroon (heel bruikbaar op A2):

  • D'abord, + zin.
  • Ensuite, + zin.
  • Enfin, + zin.

Voorbeelden (natuurlijk en bruikbaar):

  • D'abord, je regarde les horaires.
  • Ensuite, je m'inscris en ligne.
  • Enfin, je paie la première séance.

Let op: geen ‘que’ na ensuite / enfin

Na ensuite en enfin volgt meestal gewoon een nieuwe zin (onderwerp + werkwoord).

  • Correct: D'abord, je demande les tarifs, ensuite je m'inscris.
  • Fout: D'abord, je demande les tarifs, ensuite que je m'inscris.

Vergelijken: de même que vs autant que

Beide vergelijken twee elementen, maar niet op dezelfde manier.

Verbinding Wanneer gebruik je dit? Voorbeeld
de même que “net zoals” (zelfde actie/feit) Je fais du yoga, de même que ma collègue.
autant que “evenveel als / even … als” (zelfde graad/hoeveelheid) J'aime ce cours autant que celui de l'an dernier.

Snelle keuzehulp:

  • Gaat het om dezelfde persoon/actie? → de même que
  • Gaat het om dezelfde intensiteit/hoeveelheid? → autant que

Autant que: welke vorm gebruik je precies?

Autant past zich aan aan wat je vergelijkt:

  • werkwoord / gevoel (houden van, waarderen, willen): autant que
  • bijvoeglijk naamwoord (duur, interessant): aussi + adjectif + que is óók mogelijk, maar hier oefen je autant ... que in contexten zoals “aimer / plaire”.

Correcte, veelvoorkomende A2-voorbeelden:

  • Cette activité me plaît autant que l'autre.
  • J'aime ce cours autant que le cours de pilates.

Gevolg: si bien que (+ elisie qu’)

Si bien que betekent: “zodat / met als gevolg dat”.

  • Oorzaak → si bien que → gevolg

Belangrijk detail: vóór een klinker of stomme h wordt quequ’.

  • Correct: Il était fatigué, si bien qu'il est rentré tôt.
  • Fout: Il était fatigué, si bien que il est rentré tôt.

Zelfcheck: kan ik het juiste mot de liaison kiezen?

  1. Is het een stappenplan? → d'abord / ensuite / enfin
  2. Is het een vergelijking?
    • zelfde actie/feit → de même que
    • zelfde mate/hoeveelheid → autant que
  3. Is het een gevolg? → si bien que (let op qu’)

Mini-modelzinnen om te hergebruiken (professionele context)

  • D'abord, je consulte le programme. Ensuite, je réserve une place. Enfin, je confirme par e-mail.
  • Je participe à l'atelier, de même que mon équipe.
  • Cette formation me plaît autant que celle de l'année dernière.
  • Nous avons eu un imprévu, si bien que la réunion a commencé en retard.
  1. Gebruik 'd'abord' voor het eerste element van een reeks.
  2. Gebruik 'ensuite' om aan te geven wat er daarna komt.
  3. 'De même que' en 'autant que' vergelijken twee elementen.
Mots de liaison (Verbindingswoorden)Exemples (Voorbeelden)
D'abord (Eerst)D'abord, nous allons aller à l'école de musique. (Eerst gaan we naar de muziekschool.)
Ensuite (Daarna)Ensuite, j'irais à mon cours de danse ce soir. (Daarna ga ik vanavond naar mijn dansles.)
Enfin (Ten slotte)Enfin, ils termineront leur journée avec une séance de yoga. (Ten slotte sluiten ze hun dag af met een yogasessie.)
De même que (Net als)Nous avons fait une activité, de même que les autres groupes.  (Wij hebben een activiteit gedaan, net als de andere groepen. )
Autant que (Evenveel als)Cette activité m'a plu autant que celle de l'année dernière. (Deze activiteit beviel me evenveel als die van vorig jaar.)
Si bien que (Zodat)Il était fatigué si bien qu'il n'est pas rentré après le sport. (Hij was moe zodat hij na het sporten niet naar huis is gegaan.)

Oefening 1: Meerkeuze

Instructie: Kies het juiste antwoord

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

1. ____, je cherche une école de musique près de chez moi.

____, ik zoek een muziekschool bij mij in de buurt.

2. Je vais d'abord à mon cours de photographie, ____ je passe à la pâtisserie pour acheter un gâteau.

Ik ga eerst naar mijn fotografieles, ____ ga ik naar de patisserie om een taart te kopen.

3. ____, nous remplissons le formulaire d'inscription et nous payons la première séance.

____, vullen we het inschrijfformulier in en betalen we de eerste sessie.

4. Cette séance de couture me plaît ____ le cours de l'année dernière.

Deze naailes bevalt me ____ de les van vorig jaar.

Oefening 2: Herschrijf de zinnen

Instructie: Voeg de twee zinnen samen tot één zin met het aangegeven voegwoord (voorbeeld: Het regent. Ik neem een paraplu mee. → Het regent, zodat ik een paraplu meeneem).

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

Vertaling tonen/verbergen Toon/verberg hints
  1. Hint Hint (D'abord) Nous visitons le musée le matin. Nous déjeunons dans un petit café.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    D'abord, nous visitons le musée le matin puis nous déjeunons dans un petit café.
    (Eerst bezoeken we het museum in de ochtend en daarna lunchen we in een klein café.)
  2. Hint Hint (Ensuite) Je termine ma réunion à 16 h. Je vais chercher les enfants à l'école.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    D'abord, je termine ma réunion à 16 h ; ensuite, je vais chercher les enfants à l'école.
    (Eerst beëindig ik mijn vergadering om 16.00 uur; daarna ga ik de kinderen van school halen.)
  3. Hint Hint (Enfin) Je fais les courses. Je prépare le dîner.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    D'abord, je fais les courses ; ensuite, je prépare le dîner.
    (Eerst doe ik de boodschappen; daarna bereid ik het avondeten.)
  4. Hint Hint (de même que) Je travaille en équipe sur ce projet. Mes collègues travaillent en équipe sur ce projet.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Je travaille en équipe sur ce projet, de même que mes collègues.
    (Ik werk in teamverband aan dit project, net als mijn collega's.)

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage

Profile Picture

Alessia Calcagni

Talen voor communicatie in internationale ondernemingen en organisaties

Università degli Studi di Modena e Reggio Emilia

University_Logo

Laatst bijgewerkt:

donderdag, 07/05/2026 14:26