A2.15 - De overheid en verkiezingen
Le gouvernement et les élections
2. Grammatica
Belangrijk werkwoord
Parler (spreken)
Belangrijk werkwoord
Voter (kiezer)
3. Oefeningen
Oefening 1: Examenvoorbereiding
Instructie: Lees de tekst, vul de lege plekken in met de ontbrekende woorden en beantwoord de vragen hieronder
Brochure de la mairie : comment voter aux élections
Woorden om te gebruiken: citoyens, élections, président, campagne, partis, mairie, bureau, maire, voter
(Gemeentelijke brochure: hoe je bij verkiezingen stemt)
Dans notre ville, les prochaines auront lieu le dimanche 12 juin. Les élisent le et les membres du Conseil municipal. Pour , vous devez être inscrit sur la liste électorale de la et apporter une pièce d’identité. La mairie ouvre le de vote de 8 heures à 18 heures.
Pendant la présidentielle, les politiques envoient des programmes par courrier ou par e‑mail. Le et le Parlement gouvernent le pays et font les lois. C’est important de lire un peu la politique avant le jour du vote. Voter est un geste sérieux : c’est un droit, mais aussi une responsabilité pour chaque citoyen.In onze stad vinden de volgende verkiezingen plaats op zondag 12 juni. De inwoners kiezen de burgemeester en de leden van de gemeenteraad. Om te mogen stemmen moet u ingeschreven staan op de kiezerslijst van het stadhuis en een identiteitsbewijs meenemen. Het stadhuis opent het stembureau van 8.00 tot 18.00 uur.
Tijdens de presidentscampagne sturen politieke partijen hun programma per post of per e-mail. De president en het parlement besturen het land en maken de wetten. Het is belangrijk om vóór de dag van de stemming wat over politiek te lezen. Stemmen is een serieuze zaak: het is een recht, maar ook een verantwoordelijkheid van elke burger.
-
Que doivent faire les personnes pour avoir le droit de voter dans cette ville ?
(Wat moeten mensen doen om het recht te hebben om in deze stad te stemmen?)
-
Quels responsables sont élus lors de ces élections ?
(Welke bestuurders worden er bij deze verkiezingen gekozen?)
-
Comment les partis politiques présentent-ils leurs programmes aux habitants ?
(Hoe presenteren de politieke partijen hun programma's aan de inwoners?)
-
Pour vous, pourquoi est-ce important ou non de voter ?
(Waarom is het voor u belangrijk (of niet) om te stemmen?)
Oefening 2: Meerkeuze
Instructie: Kies de juiste oplossing
1. Avant, le maire ___ souvent avec les citoyens devant la mairie.
(Vroeger ___ de burgemeester vaak met de inwoners voor het stadhuis.)2. Quand j’étais jeune, je ___ politique avec mon père pendant les campagnes présidentielles.
(Toen ik jong was, ___ ik politiek met mijn vader tijdens de presidentscampagnes.)3. Dans les années 1990, beaucoup de Français ___ de l’Union Européenne dans les médias.
(In de jaren 1990 ___ veel Fransen in de media over de Europese Unie.)4. À cette époque-là, les citoyens ___ moins souvent qu’aujourd’hui.
(In die tijd ___ burgers minder vaak dan tegenwoordig.)Oefening 3: Gesprekskaarten
Instructie: Kies een situatie en oefen het gesprek met je docent of medestudenten.
Demander sa carte d’électeur à la mairie
Citoyen: Show Bonjour, je suis nouveau à Lyon, je voudrais voter, comment je fais pour m’inscrire ?
(Goedendag, ik ben nieuw in Lyon. Ik wil graag stemmen — hoe schrijf ik me in?)
Employée de mairie: Show Bonjour monsieur, pour être sur la liste des citoyens électeurs, vous devez remplir ce formulaire et apporter un justificatif de domicile.
(Goedendag meneer. Om op de kiezerslijst te komen, moet u dit formulier invullen en een bewijs van woonadres meenemen.)
Citoyen: Show D’accord, je donne aussi ma carte d’identité ?
(Oké, moet ik ook mijn identiteitskaart meenemen?)
Employée de mairie: Show Oui, exactement, et après nous vous envoyons votre carte d’électeur chez vous.
(Ja, precies. Daarna sturen wij uw kiezerskaart naar uw huis.)
Open vragen:
1. Est-ce que vous avez déjà voté dans votre pays ou en France ? Racontez un peu.
Heeft u al in uw land of in Frankrijk gestemd? Vertel er wat over.
2. Quelles informations, à votre avis, sont importantes quand on va à la mairie ?
Welke informatie vindt u belangrijk wanneer u naar het stadhuis gaat?
Parler des élections avec un collègue
Collègue Pierre: Show Tu as vu, la campagne présidentielle commence, tu sais déjà pour quel candidat tu vas voter ?
(Heb je het gezien? De presidentscampagne begint. Weet je al op welke kandidaat je gaat stemmen?)
Collègue Claire: Show Je ne sais pas encore, je veux lire le programme de plusieurs partis politiques avant.
(Ik weet het nog niet. Ik wil eerst het programma van meerdere politieke partijen lezen.)
Collègue Pierre: Show Oui, c’est sérieux, le président va gouverner le pays pendant cinq ans.
(Ja, het is serieus — de president zal het land vijf jaar besturen.)
Collègue Claire: Show Exactement, comme citoyens on doit bien réfléchir avant de mettre le bulletin dans l’urne.
(Precies. Als burgers moeten we goed nadenken voordat we het stembiljet in de stembus doen.)
Open vragen:
1. Est-ce que vous parlez parfois de politique avec vos collègues ou vos amis ? Pourquoi ou pourquoi pas ?
Spreekt u wel eens over politiek met uw collega’s of vrienden? Waarom wel of niet?
2. Qu’est-ce qui est important pour vous quand vous choisissez un candidat ?
Wat is voor u belangrijk bij het kiezen van een kandidaat?
Oefening 4: Reageer op de situatie
Instructie: Oefen in tweetallen of met je docent.
1. Un collègue français parle de « la campagne présidentielle » à la machine à café. Il te demande ce que tu en penses. Réponds simplement, avec ton opinion. (Utilise : la campagne présidentielle, intéressant / fatigant, à la télé)
(Een Franse collega praat bij het koffiezetapparaat over « la campagne présidentielle ». Hij vraagt wat jij daarvan vindt. Geef een eenvoudige mening. (Gebruik: la campagne présidentielle, interessant / vermoeiend, à la télé))Pour la campagne présidentielle,
(Wat betreft la campagne présidentielle, ...)Voorbeeld:
Pour la campagne présidentielle, je trouve que c’est intéressant, mais parfois un peu fatigant à la télé.
(Wat betreft la campagne présidentielle vind ik het interessant, maar soms een beetje vermoeiend à la télé.)2. Tu es à la mairie de ta ville pour faire une carte d’identité. L’agent te demande pourquoi tu viens aujourd’hui. Explique ta situation. (Utilise : la mairie, un document, avoir besoin de)
(Je bent op het gemeentehuis van je stad om een identiteitskaart te regelen. De ambtenaar vraagt waarom je vandaag komt. Leg je situatie uit. (Gebruik: la mairie, un document, avoir besoin de))Je viens à la mairie
(Ik ben naar la mairie gekomen omdat ...)Voorbeeld:
Je viens à la mairie parce que j’ai besoin d’un document pour ma carte d’identité.
(Ik ben naar la mairie gekomen omdat ik een document nodig heb voor mijn identiteitskaart.)3. Un ami te demande si tu vas voter aux prochaines élections. Dis si tu veux voter ou non, et pourquoi. (Utilise : voter, important, choisir)
(Een vriend vraagt of je bij de volgende verkiezingen gaat stemmen. Zeg of je gaat stemmen of niet, en waarom. (Gebruik: voter, important, choisir))Pour moi, voter
(Voor mij is voter ...)Voorbeeld:
Pour moi, voter est très important, parce que je veux choisir le président.
(Voor mij is voter heel belangrijk, omdat ik de president wil kiezen.)4. Tu regardes les informations avec un collègue. Vous parlez de la politique en France. Dis si tu t’intéresses à la politique ou pas, et pourquoi. (Utilise : la politique, sérieux, s’intéresser à)
(Je kijkt het nieuws met een collega. Jullie praten over de politiek in Frankrijk. Zeg of je geïnteresseerd bent in politiek of niet, en waarom. (Gebruik: la politique, sérieux, s’intéresser à))Moi, la politique
(Wat betreft la politique, ...)Voorbeeld:
Moi, la politique, je trouve que c’est quelque chose de très sérieux, mais je ne m’y intéresse pas beaucoup.
(Wat betreft la politique vind ik het iets heel sérieux, maar ik interesseer me er niet veel voor.)Oefening 5: Schrijfopdracht
Instructie: Schrijf in vijf of zes zinnen hoe de verkiezingen in uw land of in uw stad verlopen en geef aan of u gaat stemmen of niet en waarom.
Nuttige uitdrukkingen:
Dans mon pays, on vote pour… / Pour voter, il faut… / À mon avis, c’est important de… / Je préfère voter parce que…
Exercice 6: Gespreksoefening
Instruction:
- Regardez l'image et expliquez le processus de vote. (Kijk naar de afbeelding en leg het stemproces uit.)
- Comment le gouvernement de votre pays est-il organisé ? (Hoe is de overheid van jouw land georganiseerd?)
Richtlijnen tijdens het lesgeven +/- 10 minuten
Instructies voor de leraar
- Lees de voorbeeldzinnen hardop voor.
- Beantwoord de vragen over de afbeelding.
- Studenten kunnen deze oefening ook als geschreven tekst voor de volgende les voorbereiden.
Voorbeeldzinnen:
|
Le 7 juillet, nous avons voté pour un nouveau président et un nouveau gouvernement. Op 7 juli hebben we gestemd voor een nieuwe president en regering. |
|
Je montre ma carte d'identité pour qu'ils puissent vérifier mon nom sur la liste. Ik laat mijn identiteitsbewijs zien zodat ze mijn naam op de lijst kunnen controleren. |
|
Le dernier gouvernement était composé de 3 partis politiques. De laatste regering bestond uit 3 politieke partijen. |
|
Tout le monde attend son tour pour voter. Iedereen wacht zijn of haar beurt om te stemmen. |
|
Il met son bulletin dans l'urne maintenant. Hij doet zijn stembiljet nu in de bus. |
|
Le nouveau maire prononce un court discours après sa victoire. De nieuwe burgemeester houdt een korte toespraak na zijn overwinning. |
|
Mon pays fait partie de l'Union européenne et nous avons un gouvernement démocratique. Mijn land maakt deel uit van de Europese Unie en we hebben een democratisch bestuur. |
| ... |