1. Woordenschat (18)

L'entraînement

L'entraînement Show

De training Show

Le mode de vie

Le mode de vie Show

De levensstijl Show

L'alimentation équilibrée

L'alimentation équilibrée Show

De gebalanceerde voeding Show

La routine sportive

La routine sportive Show

De sportroutine Show

La gestion du stress

La gestion du stress Show

Stressmanagement Show

La discipline

La discipline Show

De discipline Show

La gourde

La gourde Show

De drinkfles Show

La course

La course Show

Het hardlopen Show

La course à pied

La course à pied Show

Het joggen Show

Le bien-être

Le bien-être Show

Het welzijn Show

La musculation

La musculation Show

Krachttraining Show

L'haltère

L'haltère Show

De halter Show

Les chaussures de sport

Les chaussures de sport Show

Sportschoenen Show

L'exercice

L'exercice Show

De oefening Show

Actif

Actif Show

Actief Show

Énergique

Énergique Show

Energiek Show

S'exercer

S'exercer Show

Oefenen Show

Se dépenser

Se dépenser Show

Zich uitleven Show

2. Grammatica

Belangrijk werkwoord

Se dépenser (zich inspannen)

3. Oefeningen

Oefening 1: Correspondentie schrijven

Instructie: Schrijf een antwoord op het volgende bericht dat passend is voor de situatie

Email: U ontvangt een e-mail van een sportschool bij u in de buurt met informatie over hun abonnementen. U antwoordt om vragen te stellen en uw behoeften uit te leggen.


Bonjour,

Merci pour votre intérêt pour notre salle de sport ÉnergiePlus.

Nous proposons :

  • un abonnement mensuel à 45 € (accès libre à la musculation et aux cours de course à pied)
  • un abonnement annuel à 420 € (accès complet + rendez-vous avec un coach pour votre routine sportive et votre bien-être)

Vous pouvez venir tester la salle gratuitement une fois.

Cordialement,
Julie Martin
Accueil ÉnergiePlus


Bonjour,

Merci pour votre intérêt pour notre salle de sport ÉnergiePlus.

Nous proposons :

  • un abonnement mensuel à 45 € (accès libre à la musculation et aux cours de course à pied)
  • un abonnement annuel à 420 € (accès complet + rendez-vous avec un coach pour votre routine sportive et votre bien-être)

Vous pouvez venir tester la salle gratuitement une fois.

Cordialement,
Julie Martin
Accueil ÉnergiePlus


Begrijp de tekst:

  1. Quels types d’abonnements la salle de sport propose-t-elle et quelle est la différence principale entre eux ?

    (Welke soorten abonnementen biedt de sportschool aan en wat is het belangrijkste verschil tussen beide?)

  2. Qu’est-ce que le client peut faire gratuitement avant de choisir un abonnement ?

    (Wat kan de klant gratis doen voordat hij een abonnement kiest?)

Nuttige zinnen:

  1. Je voudrais savoir si…

    (Ik zou graag willen weten of…)

  2. Pour moi, il est important de…

    (Voor mij is het belangrijk dat…)

  3. Je suis intéressé(e) par l’abonnement… parce que…

    (Ik ben geïnteresseerd in het abonnement… omdat…)

Bonjour Madame Martin,

Merci pour votre email et les informations.

Je fais un peu de sport mais je suis souvent stressé par le travail. Pour moi, il est important d’avoir une bonne routine sportive pour mon bien-être. Je suis intéressé par l’abonnement annuel, mais j’ai quelques questions :

- Est-ce que le coach fait aussi un programme pour une alimentation équilibrée ?
- Est-ce que je peux venir m’entraîner tôt le matin, avant 7h ?

Je voudrais venir tester la salle la semaine prochaine, mercredi ou jeudi soir.

Cordialement,

[Prénom Nom]

Geachte mevrouw Martin,

Dank voor uw e-mail en de informatie.

Ik doe af en toe aan sport, maar ik ben vaak gestrest door mijn werk. Voor mij is het belangrijk om een goede sportroutine te hebben voor mijn welzijn. Ik ben geïnteresseerd in het jaarabonnement, maar ik heb een paar vragen:

- Maakt de coach ook een programma voor een evenwichtige voeding?
- Kan ik vroeg in de ochtend komen trainen, vóór 7 uur?

Ik zou graag volgende week de sportschool gratis willen uitproberen, bij voorkeur woensdag- of donderdagavond.

Met vriendelijke groet,

[Voornaam Achternaam]

Oefening 2: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste oplossing

1. Quand j’étais étudiant, je ___ surtout en faisant de la course à pied dans le parc après les cours.

(Toen ik student was, ik ___ vooral door na de lessen in het park te gaan hardlopen.)

2. À cette époque-là, nous ___ ensemble trois soirs par semaine pour évacuer le stress de nos études.

(In die tijd ___ we drie avonden per week samen om de stress van onze studies kwijt te raken.)

3. Avant d’avoir un travail très prenant, tu ___ plus régulièrement grâce à ta routine sportive du matin.

(Voordat je een veeleisende baan had, ___ je regelmatiger dankzij je ochtendroutine met sport.)

4. Quand il faisait beau, mes collègues et moi ___ souvent en jouant au foot après le travail pour garder un bon équilibre de vie.

(Als het mooi weer was, ___ mijn collega’s en ik ons vaak door na het werk voetbal te spelen om een goede werk-privébalans te houden.)

Oefening 3: Gesprekskaarten

Instructie: Kies een situatie en oefen het gesprek met je docent of medestudenten.

Oefening 4: Reageer op de situatie

Instructie: Oefen in tweetallen of met je docent.

1. Tu es dans une salle de sport pour la première fois. Tu parles avec le coach et tu expliques ton mode de vie actuel et ce que tu veux changer. (Utilise : le mode de vie, plus actif, au travail / à la maison)

(Je bent voor het eerst in een sportschool. Je praat met de coach en legt je huidige levensstijl uit en wat je wilt veranderen. (Gebruik: de levensstijl, actiever, op het werk / thuis))

En ce moment,  

(Op dit moment ...)

Voorbeeld:

En ce moment, mon mode de vie est très assis, je travaille beaucoup à l’ordinateur. Je veux un mode de vie plus actif, avec un peu de sport tous les jours.

(Op dit moment is mijn levensstijl erg zittend; ik werk veel achter de computer. Ik wil een actievere levensstijl, met elke dag een beetje sport.)

2. Un collègue te demande comment tu gères le stress au travail. Explique ta façon de faire, par exemple si tu fais du sport ou une promenade après le travail. (Utilise : la gestion du stress, me détendre, après le travail)

(Een collega vraagt hoe je met stress op het werk omgaat. Leg uit wat je doet, bijvoorbeeld of je sport of een wandeling maakt na het werk. (Gebruik: stressbeheer, ontspannen, na het werk))

Pour la gestion du stress,  

(Wat stressbeheer betreft ...)

Voorbeeld:

Pour la gestion du stress, je fais souvent une petite course à pied après le travail. Ça m’aide beaucoup à me détendre.

(Wat stressbeheer betreft, ga ik vaak even hardlopen na het werk. Dat helpt me goed om te ontspannen.)

3. Tu es chez le médecin en France. Il te demande si tu fais une routine sportive régulière. Explique ce que tu fais dans une semaine typique. (Utilise : une routine sportive, deux fois par semaine, le week-end)

(Je bent bij de dokter in Frankrijk. Hij vraagt of je een vaste sportroutine hebt. Leg uit wat je in een typische week doet. (Gebruik: een sportroutine, twee keer per week, in het weekend))

Ma routine sportive,  

(Mijn sportroutine ...)

Voorbeeld:

Ma routine sportive, c’est simple : je fais de la course à pied deux fois par semaine et je vais marcher longtemps le week-end.

(Mijn sportroutine is simpel: ik loop twee keer per week hard en in het weekend maak ik lange wandelingen.)

4. Tu es dans un magasin de sport et tu demandes conseil pour commencer la course à pied. Explique ton objectif et ton niveau actuel au vendeur. (Utilise : la course à pied, débutant(e), trois fois par semaine)

(Je bent in een sportwinkel en vraagt advies om met hardlopen te beginnen. Leg je doel en je huidige niveau uit aan de verkoper. (Gebruik: hardlopen, beginner, drie keer per week))

Pour la course à pied,  

(Wat hardlopen betreft ...)

Voorbeeld:

Pour la course à pied, je suis débutant, je commence juste. Je voudrais courir environ trois fois par semaine pour être plus en forme.

(Wat hardlopen betreft, ik ben beginner; ik begin net. Ik wil ongeveer drie keer per week lopen om fitter te worden.)

Oefening 5: Schrijfopdracht

Instructie: Schrijf in 6 tot 8 zinnen je eigen routine om fit te blijven gedurende de week (op het werk of thuis) en leg uit hoe dit bijdraagt aan je welzijn.

Nuttige uitdrukkingen:

Pour rester en forme, je… / Dans ma semaine, je fais du sport le… / Cela m’aide à me sentir plus… / Je voudrais aussi commencer à…

Exercice 6: Gespreksoefening

Instruction:

  1. Est-ce que vous faites certains des exercices sur les photos ? Si oui, lesquels ? (Doe je een van de oefeningen op de foto's? Zo ja, welke?)
  2. Comment intégrez-vous l'exercice dans votre vie quotidienne ? (Hoe neem je beweging op in je dagelijkse leven?)

Richtlijnen tijdens het lesgeven +/- 10 minuten

Voorbeeldzinnen:

Je fais du yoga tous les jours. Je fais aussi des étirements.

Ik doe elke dag yoga. Ik doe ook stretchoefeningen.

Je fais de la musculation à la salle de sport trois fois par semaine. J'aime ça parce que cela me rend fort.

Ik hef drie keer per week gewichten in de sportschool. Ik vind het leuk omdat het me sterk laat voelen.

Je vais à pied à mon bureau au lieu de prendre la voiture.

Ik loop naar mijn kantoor in plaats van de auto te nemen.

J'ai une piscine, donc chaque matin je nage pendant une demi-heure.

Ik heb een zwembad, dus zwem ik elke ochtend een half uur.

Je me sens toujours bien après avoir fait de l'exercice. Cela me donne de l'énergie.

Ik voel me altijd goed na het doen van wat voor soort oefening dan ook. Het geeft me energie.

Je me sens fatigué après avoir fait de l'exercice. En général, je me couche tôt un jour comme celui-là.

Ik voel me moe na het sporten. Meestal ga ik vroeg naar bed op zo'n dag.

...