1. Woordenschat (13)

Les urgences

Les urgences Show

De eerste hulpdiensten Show

La croix rouge

La croix rouge Show

Het Rode Kruis Show

Les pompiers

Les pompiers Show

De brandweer Show

L'ambulance

L'ambulance Show

De ambulance Show

Le samu

Le samu Show

De medische spoedeisende hulp (SMUR) Show

La gendarmerie

La gendarmerie Show

De rijkswacht/gendarmerie Show

Le commissariat

Le commissariat Show

Het politiebureau Show

L'agression

L'agression Show

Agressie Show

L'incendie

L'incendie Show

De brand Show

L'alerte

L'alerte Show

De alarmmelding Show

Les gestes de premier secours

Les gestes de premier secours Show

Eerstehulphandelingen Show

La rapidité

La rapidité Show

De snelheid Show

Aider

Aider Show

Helpen Show

2. Grammatica

Belangrijk werkwoord

Naître (geboren worden)

Belangrijk werkwoord

Mourir (sterven)

3. Oefeningen

Oefening 1: Examenvoorbereiding

Instructie: Lees de tekst, vul de lege plekken in met de ontbrekende woorden en beantwoord de vragen hieronder


Affiche d’information : Comment appeler les secours en France

Woorden om te gebruiken: appel, commissariat, rapidité, premier, incendie, sauver, agression, pompiers, gendarmerie, alerte

(Informatiebord: Hoe bel je de hulpdiensten in Frankrijk)

En France, en cas d’urgence, il est important de garder son calme et d’appeler le bon service. Pour un accident grave sur la route ou une personne qui ne respire plus, on appelle le SAMU au 15. Pour un dans un immeuble ou un appartement, on appelle les au 18. En cas de ou de vol, on contacte la ou le de police au 17.

Il faut expliquer la situation, donner l’adresse complète et un numéro de téléphone. Ne raccrochez pas avant la fin de l’ : les opérateurs peuvent donner des conseils sur les gestes de secours. La de votre peut parfois une vie.
In Frankrijk is het bij een noodgeval belangrijk om rustig te blijven en de juiste dienst te bellen. Bij een ernstig ongeluk op de weg of als iemand niet meer ademt, belt men de SAMU op 15. Bij een brand in een gebouw of appartement belt men de brandweer op 18. Bij een aanval of diefstal neemt men contact op met de gendarmes of het politiebureau op 17.

Je moet de situatie uitleggen, het volledige adres en een telefoonnummer doorgeven. Hang niet op voordat het gesprek is afgelopen: de centralisten kunnen advies geven over de handelingen van eerste hulp. De snelheid van je melding kan soms een leven redden .

  1. Dans quelles situations est-ce qu’on doit appeler les pompiers ?

    (In welke situaties moet je de brandweer bellen?)

  2. Quelles informations devez-vous donner pendant l’appel d’urgence ?

    (Welke informatie moet je tijdens het noodgesprek doorgeven?)

  3. Pourquoi est-ce important de ne pas raccrocher avant la fin de l’appel ?

    (Waarom is het belangrijk om niet op te hangen voordat het gesprek is afgelopen?)

  4. Dans votre pays, les numéros d’urgence sont-ils les mêmes ou différents ? Expliquez.

    (Zijn de alarmnummers in jouw land hetzelfde of verschillend? Leg uit.)

Oefening 2: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste oplossing

1. La victime ___ ___ en 1985, mais les pompiers ne connaissent pas encore son nom.

(Het slachtoffer ___ ___ in 1985 geboren, maar de brandweerlieden kennen zijn naam nog niet.)

2. Quand les secours sont arrivés, le suspect ___ déjà ___ en France et parlait très bien français.

(Toen de hulpdiensten arriveerden, de verdachte ___ al ___ in Frankrijk geboren en sprak hij heel goed Frans.)

3. Malheureusement, la personne ___ ___ dans l’ambulance avant d’arriver aux urgences.

(Helaas ___ de persoon ___ in de ambulance voordat hij op de eerste hulp aankwam.)

4. Les médecins expliquent que deux personnes ___ ___ dans l’incendie malgré l’intervention rapide des pompiers.

(De artsen leggen uit dat twee mensen ___ ___ bij de brand ondanks de snelle tussenkomst van de brandweer.)

Oefening 3: Gesprekskaarten

Instructie: Kies een situatie en oefen het gesprek met je docent of medestudenten.

Oefening 4: Reageer op de situatie

Instructie: Oefen in tweetallen of met je docent.

1. Vous êtes dans la rue avec un collègue. Vous voyez un petit incendie dans une poubelle devant un immeuble. Dites à votre collègue qu’il faut appeler les pompiers et expliquez pourquoi. (Utilisez : les pompiers, appeler, tout de suite)

(Je staat op straat met een collega. Je ziet een klein brandje in een vuilnisbak voor een gebouw. Zeg tegen je collega dat je de brandweer moet bellen en leg uit waarom. (Gebruik: les pompiers, appeler, tout de suite))

Je pense que  

(Ik denk dat ...)

Voorbeeld:

Je pense qu’il faut appeler les pompiers tout de suite, parce qu’il y a un incendie devant l’immeuble.

(Ik denk dat we meteen de les pompiers moeten appeler, omdat er een brandje is voor het gebouw.)

2. Vous téléphonez au 112 parce qu’il y a une personne blessée devant votre bureau, après une agression. Expliquez calmement la situation et demandez une ambulance. (Utilisez : une ambulance, une agression, devant mon bureau)

(Je belt 112 omdat er een gewonde persoon voor je kantoor is na een aanval. Leg rustig de situatie uit en vraag om een ambulance. (Gebruik: une ambulance, une agression, devant mon bureau))

J’appelle parce que  

(Ik bel omdat ...)

Voorbeeld:

J’appelle parce qu’il y a eu une agression devant mon bureau et la personne est blessée, il faut une ambulance s’il vous plaît.

(Ik bel omdat er een une agression voor mijn kantoor heeft plaatsgevonden en de persoon gewond is; we hebben alstublieft een une ambulance nodig.)

3. Vous êtes à la maison avec votre famille. Votre partenaire se coupe profondément le doigt en cuisinant. Vous donnez des conseils pour les gestes de premier secours et proposez ensuite d’aller aux urgences. (Utilisez : les gestes de premier secours, appuyer, les urgences)

(Je bent thuis met je gezin. Je partner snijdt per ongeluk diep in zijn/haar vinger tijdens het koken. Geef advies over eerstehulpmaatregelen en stel daarna voor naar de eerste hulp te gaan. (Gebruik: les gestes de premier secours, appuyer, les urgences))

D’abord, il faut  

(Eerst moet je ...)

Voorbeeld:

D’abord, il faut faire les gestes de premier secours : bien appuyer sur la plaie avec une compresse, et après on va aux urgences si ça saigne encore beaucoup.

(Eerst moet je de les gestes de premier secours toepassen: goed op de wond drukken met een kompres, en daarna gaan we naar les urgences als het nog veel blijft bloeden.)

4. Un ami étranger vit en France depuis peu. Il vous demande quoi faire en cas d’urgence médicale la nuit. Expliquez-lui qu’il peut appeler le SAMU et pourquoi c’est utile. (Utilisez : le SAMU, la nuit, en cas d’urgence)

(Een buitenlandse vriend woont nog maar kort in Frankrijk. Hij vraagt wat hij ’s nachts moet doen bij een medische noodsituatie. Leg uit dat hij het SAMU kan bellen en waarom dat nuttig is. (Gebruik: le SAMU, la nuit, en cas d'urgence))

En France, tu peux  

(In Frankrijk kun je ...)

Voorbeeld:

En France, tu peux appeler le SAMU la nuit en cas d’urgence médicale, parce qu’un médecin te répond et peut envoyer une ambulance si c’est grave.

(In Frankrijk kun je le SAMU 's nachts bellen en cas d'urgence médicale, omdat een arts je te woord kan staan en een ambulance kan sturen als het ernstig is.)

Oefening 5: Schrijfopdracht

Instructie: Beschrijf in 4 of 5 zinnen een noodgeval dat je je voorstelt en leg uit welke dienst je belt en welke informatie je aan de telefoon doorgeeft.

Nuttige uitdrukkingen:

Je voudrais signaler une urgence… / Il y a un problème grave, une personne… / L’adresse est…, je m’appelle…, mon numéro est… / Je pense qu’il faut appeler… parce que…

Exercice 6: Gespreksoefening

Instruction:

  1. Décrivez ce que chaque personne dans la scène fait. Comment chaque service d'urgence aide-t-il ? (Beschrijf wat elke persoon in de scène aan het doen is. Hoe helpt elke hulpdienst?)
  2. Imaginez que vous avez été témoin d'une situation d'urgence. Dites trois choses que vous avez faites après que l'urgence s'est produite. (Stel je voor dat je een noodsituatie hebt meegemaakt. Noem drie dingen die je hebt gedaan nadat de noodsituatie plaatsvond.)

Richtlijnen tijdens het lesgeven +/- 10 minuten

Voorbeeldzinnen:

J'ai appelé les secours, ils sont en route.

Ik heb de ambulance gebeld, ze zijn onderweg.

Savez-vous où l'incendie a commencé ?

Weet je waar de brand is begonnen?

Il s'est effondré, alors j'ai immédiatement appelé l'ambulance.

Hij viel flauw, dus ik heb meteen de ambulance gebeld.

J'ai vu l'accident et j'ai appelé la police tout de suite.

Ik zag het ongeluk gebeuren en belde meteen de politie.

J'ai vu le voleur s'enfuir et j'ai appelé la police.

Ik zag de dief wegrennen en belde de politie.

Il saignait, alors j'ai appelé les secours.

Hij bloedde, dus heb ik de ambulance gebeld.

...