Leer in deze les essentiële Franse uitdrukkingen voor noodgevallen, zoals 'appeler les pompiers' (de brandweer bellen), 'demander une ambulance' (een ambulance vragen) en 'appeler la police' (de politie bellen). Begrijp belangrijke woorden als 'incendie' (brand), 'accident' (ongeval) en 'vol' (diefstal) voor directe hulpvragen.
Woordenschat (13) Delen Gekopieerd!
Oefeningen Delen Gekopieerd!
Deze oefeningen kunnen tijdens conversatielessen samen gedaan worden of als huiswerk.
Oefening 1: Gesprekskaarten
Instructie: Kies een situatie en oefen het gesprek met je docent of medestudenten.
Oefening 2: Meerkeuze
Instructie: Kies de juiste oplossing
1. La Croix-Rouge _______ pour aider les personnes en détresse.
(Het Rode Kruis _______ om mensen in nood te helpen.)2. Le SAMU _______ rapidement lors de l'urgence.
(De MUG _______ snel ter plaatse gekomen tijdens de noodsituatie.)3. Malheureusement, un pompier _______ en sauvant les victimes de l'incendie.
(Helaas _______ een brandweerman gestorven tijdens het redden van de slachtoffers van de brand.)4. Le commissariat _______ les témoins à déclarer l'agression.
(Het politiebureau _______ de getuigen geholpen de aanval te verklaren.)Oefening 3: Een noodgeval thuis
Instructie:
Werkwoordschema's
Appeler - Bellen
Passé composé
- j'ai appelé
- tu as appelé
- il/elle/on a appelé
- nous avons appelé
- vous avez appelé
- ils/elles ont appelé
Naître - Ontstaan
Passé composé
- je suis né(e)
- tu es né(e)
- il/elle/on est né(e)
- nous sommes né(e)s
- vous êtes né(e)(s)
- ils/elles sont né(e)s
Aider - Helpen
Passé composé
- j'ai aidé
- tu as aidé
- il/elle/on a aidé
- nous avons aidé
- vous avez aidé
- ils/elles ont aidé
Contacter - Contact opnemen
Passé composé
- j'ai contacté
- tu as contacté
- il/elle/on a contacté
- nous avons contacté
- vous avez contacté
- ils/elles ont contacté
Mourir - Overlijden
Passé composé
- je suis mort(e)
- tu es mort(e)
- il/elle/on est mort(e)
- nous sommes mort(e)s
- vous êtes mort(e)(s)
- ils/elles sont mort(e)s
Arriver - Aankomen
Passé composé
- je suis arrivé(e)
- tu es arrivé(e)
- il/elle/on est arrivé(e)
- nous sommes arrivé(e)s
- vous êtes arrivé(e)(s)
- ils/elles sont arrivé(e)s
Apprendre - Leren
Passé composé
- j'ai appris
- tu as appris
- il/elle/on a appris
- nous avons appris
- vous avez appris
- ils/elles ont appris
Grammatica Delen Gekopieerd!
We geven toe dat het niet het meest opwindende is, maar het is absoluut essentieel (en we beloven dat het zich zal terugbetalen)!
Werkwoordsvervoegingstabellen voor deze les Delen Gekopieerd!
Naître geboren worden Delen Gekopieerd!
Passé composé
Frans | Nederlands |
---|---|
(je/j') suis né/née | ik ben geboren |
(tu) es né/née | jij bent geboren |
(il/elle/on) est né/née | hij/zij/men is geboren |
(nous) sommes nés/nées | wij zijn geboren |
(vous) êtes né/née/nés/nées | u bent geboren |
(ils/elles) sont nés/nées | zij zijn geboren |
Mourir sterven Delen Gekopieerd!
Passé composé
Frans | Nederlands |
---|---|
(je/j') suis mort/morte | ik ben gestorven |
(tu) es mort/morte | jij bent gestorven |
(il/elle/on) est mort/morte | hij/zij/men is gestorven |
(nous) sommes morts/mortes | wij zijn gestorven |
(vous) êtes mort/morte/morts/mortes | u bent gestorven |
(ils/elles) sont morts/mortes | zij zijn gestorven |
Zie je geen vooruitgang als je alleen studeert? Bestudeer dit materiaal met een gecertificeerde docent!
Wil je vandaag Frans oefenen? Dat is mogelijk! Neem vandaag nog contact op met een van onze docenten.
Nooddiensten - Lesoverzicht
In deze les leer je hoe je in het Frans effectief kunt communiceren met verschillende noodhulpdiensten zoals de brandweer, ambulance en politie. Het niveau van de les is A2, waardoor de inhoud geschikt is voor studenten die basiskennis hebben van het Frans en deze in praktische noodsituaties willen toepassen.
Wat leer je in deze les?
- Telefoneren bij noodgevallen: Je oefent het voeren van telefoongesprekken om een brand te melden, een ambulance te vragen na een ongeval en een diefstal bij de politie aan te geven.
- Belangrijke woordenschat: Je leert specifieke woorden en zinnen die veel voorkomen bij noodsituaties, zoals incendie (brand), ambulance, pompiers (brandweer), blessé (gewond), en vol (diefstal).
- Werkwoordvervoegingen in passé composé: De les bevat oefeningen gericht op het correct vervoegen van belangrijke werkwoorden in de verleden tijd zoals appeler, intervenir, mourir en aider, die vaak gebruikt worden in noodsituaties.
- Praktijkgerichte dialogen: Er zijn verschillende voorbeelddialogen die je voorbereiden op het maken van echte telefoontjes in noodsituaties met duidelijke instructies en voorbeeldzinnen.
- Kort verhaal voor begrip: Een samenvatting van een noodsituatie thuis helpt je de woordenschat en grammatica in context te plaatsen, met werkwoordsvervoegingen uitgelicht in passé composé.
Belangrijke woordenschat en uitdrukkingen
Hier zijn een paar nuttige voorbeelden die je in dit thema veel tegenkomt:
- Appeler les pompiers – de brandweer bellen
- Signaler un incendie – een brand melden
- Demander une ambulance – een ambulance vragen
- Un accident de voiture – een auto-ongeluk
- La police – de politie
- Un vol / un cambriolage – een diefstal/inbraak
Verschillen tussen Nederlands en Frans bij noodgevallen
In het Nederlands gebruiken we vaak vaste uitdrukkingen zoals "112 bellen" voor noodnummers, terwijl in Frankrijk ook specifieke nummers zoals "18" voor brandweer en "15" voor ambulance gebruikelijk zijn. Let op de formele manier van aanspreken in Franse telefoongesprekken: men gebruikt vaak Bonjour gevolgd door duidelijk en rustig informatie over de situatie.
Daarnaast zijn de vervoegingen van werkwoorden in de passé composé in het Frans belangrijk om acties uit het verleden te beschrijven, iets wat in het Nederlands vaak met de voltooid tegenwoordige tijd (hebben/zijn + voltooid deelwoord) gebeurt. Bijvoorbeeld:
- J'ai appelé = Ik heb gebeld
- Il est arrivé = Hij is aangekomen
Door deze overeenkomsten en verschillen te kennen, kun je efficiënter communiceren in noodsituaties en begrijpen hoe je correct informatie geeft of vraagt.