A2.40 - Kantoor en vergaderingen
Bureau et réunions
2. Grammatica
Belangrijk werkwoord
Structurer (structureren)
3. Oefeningen
Oefening 1: Correspondentie schrijven
Instructie: Schrijf een antwoord op het volgende bericht dat passend is voor de situatie
E-mail: Je ontvangt een e-mail van je collega Camille op kantoor over een vergadering met een belangrijke klant; antwoord om te zeggen of je het eens bent met haar organisatie en stel een kleine wijziging voor.
Bonjour,
Demain matin, nous avons une réunion avec le client Martin à 10h, dans la salle de réunion B.
Je propose l’ordre du jour suivant :
- 10h00–10h15 : petite présentation de notre équipe
- 10h15–10h30 : discussion sur le nouveau contrat
- 10h30–10h45 : prise de décisions et prochains engagements
Est-ce que tu es d’accord avec ce plan ? Veux-tu parler avec le client pour la partie contrat ?
Merci,
Camille
Bonjour,
Demain matin, nous avons une réunion avec le client Martin à 10h, dans la salle de réunion B.
Je propose l'ordre du jour suivant :
- 10h00–10h15 : petite présentation de notre équipe
- 10h15–10h30 : discussion sur le nouveau contrat
- 10h30–10h45 : prise de décisions et prochains engagements
Est-ce que tu es d'accord avec ce plan ? Veux-tu parler avec le client pour la partie contrat ?
Merci,
Camille
Begrijp de tekst:
-
Quel est l’objectif principal de la réunion avec le client Martin ?
(Wat is het belangrijkste doel van de vergadering met klant Martin?)
-
Qu’est-ce que Camille demande exactement à la fin de son email ?
(Wat vraagt Camille precies aan het einde van haar e-mail?)
Nuttige zinnen:
-
Je suis d’accord avec…
(Ik ben het ermee eens...)
-
Je ne suis pas tout à fait d’accord, je propose…
(Ik ben het niet helemaal eens, ik stel voor...)
-
Pour la réunion, je peux…
(Voor de vergadering kan ik...)
Merci pour ton message. Je suis d’accord avec le plan de la réunion, c’est clair et bien structuré. Je peux parler avec le client pour la partie contrat, cela me va bien.
Je propose juste de terminer à 11h, pour avoir un peu plus de temps pour les décisions.
Bonne journée,
Alex
Bonjour Camille,
Merci pour ton message. Je suis d'accord avec le plan de la réunion, c'est clair et bien structuré. Je peux parler avec le client pour la partie contrat, dat is goed voor mij.
Ik stel alleen voor om af te sluiten om 11u, zodat we iets meer tijd hebben voor de beslissingen.
Bonne journée,
Alex
Oefening 2: Meerkeuze
Instructie: Kies de juiste oplossing
1. Demain, je ___ la réunion pour que tout le monde puisse prendre la parole.
(Morgen zal ik ___ de vergadering zodat iedereen aan het woord kan komen.)2. Pour le prochain rendez-vous avec les clients, nous ___ mieux la présentation.
(Voor de volgende afspraak met de klanten zullen we ___ de presentatie beter.)3. Mes collègues ___ leurs arguments pour la prise de décisions en fin de réunion.
(Mijn collega’s ___ hun argumenten voor de besluitvorming aan het einde van de vergadering.)4. Si tout le monde est d’accord, vous ___ le débat et je noterai les décisions.
(Als iedereen het ermee eens is, zullen jullie ___ het debat en zal ik de beslissingen noteren.)Oefening 3: Gesprekskaarten
Instructie: Kies een situatie en oefen het gesprek met je docent of medestudenten.
Reporter un rendez-vous de réunion
Marc, chef de projet: Show Bonjour Claire, on peut déplacer la réunion de 10 heures ? J’ai déjà un autre engagement avec un client.
(Hallo Claire, kunnen we de vergadering van 10 uur verplaatsen? Ik heb al een andere afspraak met een klant.)
Claire, collègue: Show D’accord, pas de problème, tu préfères 11 heures ou 14 heures ?
(Oké, geen probleem. Heb je liever 11 uur of 14 uur?)
Marc, chef de projet: Show Onze heures, c’est mieux pour moi, comme ça je peux préparer ma présentation tranquillement.
(11 uur is beter voor mij, dan kan ik rustig mijn presentatie voorbereiden.)
Claire, collègue: Show Très bien, je change le rendez-vous dans la salle de réunion B, tu recevras une nouvelle invitation.
(Prima, ik wijzig de afspraak in vergaderzaal B; je krijgt een nieuwe uitnodiging.)
Open vragen:
1. Et vous, comment faites-vous quand vous avez deux rendez-vous en même temps ?
En jij, wat doe je als je twee afspraken tegelijk hebt?
2. Préférez-vous les réunions le matin ou l’après-midi ? Pourquoi ?
Heb je liever vergaderingen ’s ochtends of ’s middags? Waarom?
Discuter d’une décision en réunion
Nadia, responsable d’équipe: Show Alors, on décide de faire une réunion avec les clients chaque semaine, vous êtes d’accord ?
(Dus we beslissen om elke week een vergadering met de klanten te houden. Gaan jullie akkoord?)
Julien, collègue: Show Je ne suis pas vraiment d’accord, pour moi c’est trop, ce n’est pas très bon pour la productivité.
(Ik ben het er niet echt mee eens. Voor mij is dat te veel; dat komt de productiviteit niet ten goede.)
Nadia, responsable d’équipe: Show Vrai, tu as raison, une fois toutes les deux semaines, c’est peut-être mieux.
(Waar, je hebt gelijk. Eens in de twee weken is misschien beter.)
Julien, collègue: Show Oui, comme ça on a le temps de structurer notre travail et de préparer la prise de parole.
(Ja, dan hebben we tijd om ons werk te structureren en onze spreekbeurt voor te bereiden.)
Open vragen:
1. Dans votre travail, comment exprimez-vous que vous n’êtes pas d’accord avec une décision ?
Hoe geef je op je werk aan dat je het niet eens bent met een beslissing?
2. Pour vous, qu’est-ce qui est important pour une réunion productive ?
Wat vind jij belangrijk voor een productieve vergadering?
Oefening 4: Reageer op de situatie
Instructie: Oefen in tweetallen of met je docent.
1. 1. Vous êtes au bureau. Vous voulez organiser **une réunion** demain matin avec votre équipe pour parler d’un nouveau projet. Demandez à un collègue s’il est disponible et proposez une heure. (Utilisez : **la réunion**, demain matin, être disponible)
(1. U bent op kantoor. U wilt **een vergadering** organiseren morgenochtend met uw team om over een nieuw project te praten. Vraag een collega of hij/zij beschikbaar is en stel een tijd voor. (Gebruik: **de vergadering**, morgenochtend, beschikbaar zijn))Pour la réunion,
(Voor de vergadering ...)Voorbeeld:
Pour la réunion, je propose demain matin à 9 heures. Vous êtes disponible à ce moment ?
(Voor de vergadering stel ik morgenochtend om 9 uur voor. Bent u dan beschikbaar?)2. 2. Pendant **une présentation** avec le vidéoprojecteur, votre collègue parle très vite. Vous voulez poser une question et demander de répéter une information importante. (Utilisez : **la présentation**, une question, répéter)
(2. Tijdens **een presentatie** met de beamer spreekt uw collega erg snel. U wilt een vraag stellen en vragen of een belangrijke informatie herhaald kan worden. (Gebruik: **de presentatie**, een vraag, herhalen))Pendant la présentation,
(Tijdens de presentatie ...)Voorbeeld:
Pendant la présentation, j’ai une question, s’il te plaît. Tu peux répéter le dernier point de la présentation ?
(Tijdens de presentatie heb ik een vraag. Kunt u het laatste punt van de presentatie herhalen, alstublieft?)3. 3. Vous êtes en **rendez-vous** avec un client dans une salle de réunion. Il propose une solution, mais vous n’êtes pas d’accord. Dites que vous comprenez, mais que vous préférez une autre solution. (Utilisez : **le rendez-vous**, être d’accord, une autre solution)
(3. U bent in **een afspraak** met een klant in een vergaderruimte. Hij stelt een oplossing voor, maar u bent het er niet mee eens. Zeg dat u het begrijpt, maar dat u een andere oplossing verkiest. (Gebruik: **de afspraak**, het eens zijn, een andere oplossing))Pour ce rendez-vous,
(Voor deze afspraak ...)Voorbeeld:
Pour ce rendez-vous, je comprends votre idée, mais je ne suis pas d’accord. Je préfère une autre solution plus simple pour nous.
(Voor deze afspraak begrijp ik uw idee, maar ik ben het er niet mee eens. Ik verkies een andere, eenvoudigere oplossing voor ons.)4. 4. À la fin d’une petite **discussion** avec vos collègues, il faut prendre **une décision** pour améliorer la productivité de l’équipe. Dites votre opinion et montrez que vous êtes d’accord avec la proposition d’un collègue. (Utilisez : **la discussion**, la décision, être d’accord)
(4. Aan het einde van een korte **discussie** met uw collega’s moet er **een beslissing** worden genomen om de productiviteit van het team te verbeteren. Geef uw mening en geef aan dat u het eens bent met het voorstel van een collega. (Gebruik: **de discussie**, de beslissing, het eens zijn))Après la discussion,
(Na de discussie ...)Voorbeeld:
Après la discussion, je suis d’accord avec cette décision. Je pense que cette organisation va améliorer la productivité de l’équipe.
(Na de discussie ben ik het eens met deze beslissing. Ik denk dat deze organisatie de productiviteit van het team zal verbeteren.)Oefening 5: Schrijfopdracht
Instructie: Schrijf 5 of 6 zinnen waarin je beschrijft hoe vergaderingen bij jou op het werk of tijdens je studie verlopen en hoe je aangeeft dat je het eens of oneens bent.
Nuttige uitdrukkingen:
À mon travail, les réunions sont… / Je suis d’accord quand… / Je ne suis pas d’accord parce que… / À la fin de la réunion, nous…
Exercice 6: Gespreksoefening
Instruction:
- Regardez l'image et imaginez que vous êtes en réunion. Utilisez les phrases pour exprimer votre accord ou désaccord avec l'intervenant. (Bekijk de afbeelding en stel je voor dat je in een vergadering zit. Gebruik de zinnen om instemming of tegenwerping met de spreker uit te drukken.)
Richtlijnen tijdens het lesgeven +/- 10 minuten
Instructies voor de leraar
- Lees de voorbeeldzinnen hardop voor.
- Beantwoord de vragen over de afbeelding.
- Studenten kunnen deze oefening ook als geschreven tekst voor de volgende les voorbereiden.
Voorbeeldzinnen:
|
Je suis d'accord avec votre point de vue concernant le budget. Ik ben het met je punt over het budget eens. |
|
Je ne suis pas d'accord ; je pense que nous devrions allouer plus de ressources au marketing. Ik ben het er niet mee eens; ik denk dat we meer middelen aan marketing moeten toewijzen. |
|
Peux-tu expliquer cette idée à nouveau ? Je ne comprends pas tout à fait. Kun je die gedachte nog eens uitleggen? Ik begrijp het niet helemaal. |
|
Je pense que nous devrions programmer une autre réunion pour en discuter. Ik denk dat we een nieuwe vergadering moeten plannen om dit te bespreken. |
|
Cela semble être une bonne proposition ; avançons avec. Dat klinkt als een goed voorstel; laten we ermee doorgaan. |
|
Je n'en suis pas sûr, mais je comprends d'où tu viens. Ik weet het niet zeker, maar ik begrijp wel waar je vandaan komt. |
|
Je ne pense pas que cette approche fonctionnera, car elle n'est pas réaliste. Ik denk niet dat die aanpak zal werken, omdat het niet realistisch is. |
|
Pourriez-vous préciser votre position sur ce point ? Je ne suis pas sûr de comprendre. Kunt u uw standpunt over dat punt verduidelijken? Ik volg het niet helemaal. |
| ... |