Oorzaak en doel (à cause de, pour)

Cause et but (à cause de, pour)


On exprime la cause avec puisque, du fait que, à cause de et le but avec pour + nom/infinitif.

(Je drukt de oorzaak uit met puisque, du fait que, à cause de en het doel met pour + nom/infinitif.)

Oorzaak of doel? Eerst de juiste vraag

  • Oorzaak = waarom? (reden) → puisque, du fait que, à cause de
  • Doel = waarvoor? / met welk doel? → pour

Snelle check: kun je in het Nederlands vervangen door omdat? → oorzaak. Kun je vervangen door om te? → doel.

1) Puisque + zin (oorzaak die “logisch/duidelijk” is)

  • Structuur: puisque + volledige zin (onderwerp + werkwoord)
  • Gebruik: vaak in gesprek, als de reden al (bijna) vanzelfsprekend is.

Goed: Je reste ici puisque la clé ne marche pas.

Fout: Je reste ici puisque la clé. (na puisque moet een werkwoord komen)

2) Du fait que + zin (formeler: “door het feit dat”)

  • Structuur: du fait que + volledige zin
  • Register: formeler (mail, klacht, uitleg aan balie), minder “spreektaal” dan puisque.

Goed: Le paiement est refusé du fait que la carte est bloquée.

Veelgemaakte fout: du fait de + zin.
Onthoud: hier heb je du fait que nodig (met que + vervoegd werkwoord).

3) À cause de + naamwoord (oorzaak met een “ding/feit”)

  • Structuur: à cause de + naamwoord (geen volledige zin)
  • Betekenis: “door/vanwege”. Vaak bij iets concreets: lawaai, vertraging, verkeer…
Vorm Voorbeeld Waarom zo?
à cause du + mnl. znw. Je ne dors pas à cause du bruit. bruit is mannelijk enkelvoud
à cause de la + vrl. znw. Je pars à cause de la chaleur. chaleur is vrouwelijk enkelvoud
à cause des + meervoud On reste ici à cause des travaux. meervoud

Fout (heel typisch): à cause de la carte est bloquée (na à cause de moet een naamwoord komen, geen bijzin)

4) Pour + infinitief (doel: “om te …”)

  • Structuur: pour + infinitief (werkwoord in de “hele vorm”)
  • Gebruik: je zegt waarvoor je iets doet.

Goed: Je vous appelle pour régler un problème de climatisation.

Niet doen: pour que régler (in deze les: pour + infinitief, zonder que)

Ook niet: à cause de régler (na à cause de geen infinitief)

Kies de juiste bouwsteen (mini-stappenplan)

  1. Wil je reden of doel zeggen?
  2. Als het een reden is: volgt er daarna een zin of een naamwoord?
Ik wil zeggen… Wat volgt erna? Kies
reden (omdat) zin puisque / du fait que
reden (vanwege) naamwoord à cause de (+ du/de la/des)
doel (om te) infinitief pour + infinitief

Zelfcheck: herken je het verschil?

  • Je reste à la réception puisque ma clé ne marche pas. → zin met werkwoord (marche)
  • Je suis fatigué à cause du bruit. → naamwoord (bruit)
  • Je téléphone pour demander une solution. → infinitief (demander)
  1. Sujet + puisque / du fait que + zin.
  2. Sujet + à cause de + zelfstandig naamwoord.
  3. Sujet + pour + infinitief.
Thème (Thema)Explication (Uitleg)Exemples (Voorbeelden)
Puisque (Aangezien)Cause (Oorzaak)Je reste ici puisque la clé ne marche pas. (Ik blijf hier aangezien de sleutel niet werkt.)
Du fait que (Doordat)Cause (Oorzaak)Le paiement est refusé du fait que la carte est bloquée. (De betaling wordt geweigerd doordat de kaart geblokkeerd is.)
À cause de (Vanwege)Cause (Oorzaak)Je ne dors pas à cause du bruit. (Ik slaap niet vanwege het lawaai.)
Pour (Om)But (Doel)Je téléphone pour une solution. (Ik bel voor een oplossing.)

Oefening 1: Meerkeuze

Instructie: Kies het juiste antwoord

1. Je suis fatigué ___ bruit dans le couloir.

Ik ben moe ___ lawaai op de gang.

2. Le paiement est refusé ___ la carte est bloquée.

De betaling wordt geweigerd ___ de kaart geblokkeerd is.

3. Je reste à la réception ___ ma clé ne marche pas.

Ik blijf bij de receptie ___ mijn sleutel niet werkt.

4. Je vous appelle ___ régler un problème de climatisation.

Ik bel u ___ een probleem met de airconditioning op te lossen.

Oefening 2: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste zin.

1.
«À cause de» wordt gevolgd door een zelfstandig naamwoord, niet door een infinitief.
Na «pour» gebruikt men geen «que»: men zegt «pour + infinitif».
2.
Na «à cause de» moet een zelfstandig naamwoord volgen: je kunt niet verder met een volledige bijzin.
«Du fait que» introduceert een oorzaak maar past beter bij een negatieve of formele verklaring; in gesproken A2-gebruik heeft men de voorkeur voor «puisque».

Oefening 3: Herschrijf de zinnen

Instructie: Herschrijf elke zin door de oorzaak of het doel toe te voegen met het aangegeven woord: puisque / du fait que + zin, à cause de + zelfstandig naamwoord, pour + infinitief (bv. Il sort. Il veut acheter du pain. → Il sort pour acheter du pain).

Vertaling tonen/verbergen Toon/verberg hints
  1. Hint Hint (puisque) Je reste à la maison. La clé ne marche pas.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Je reste à la maison puisque la clé ne marche pas.
    (Je reste à la maison puisque la clé ne marche pas.)
  2. Hint Hint (du fait que) Le paiement est refusé. La carte est bloquée.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Le paiement est refusé du fait que la carte est bloquée.
    (Le paiement est refusé du fait que la carte est bloquée.)
  3. Hint Hint (à cause de) Je ne peux pas dormir. Il y a du bruit dans la rue.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Je ne peux pas dormir à cause du bruit dans la rue.
    (Je ne peux pas dormir à cause du bruit dans la rue.)
  4. Hint Hint (pour) Je vous appelle. Je veux prendre rendez‑vous.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Je vous appelle pour prendre rendez‑vous.
    (Je vous appelle pour prendre rendez‑vous.)

Oefening 4: Grammatica in actie

Instructie: Werk in tweetallen en onderhandel met de conciërge over een oplossing door jullie redenen te geven.

Vertaling tonen/verbergen
Situatie
À la réception, vous signalez un problème dans votre chambre avant la nuit.
(Bij de receptie meldt u een probleem in uw kamer vóór de nacht.)

Bespreek
  • Quel est le problème exactement et où se trouve-t-il dans l’hôtel ? (Wat is precies het probleem en waar in het hotel bevindt het zich?)
  • Expliquez pourquoi cela pose un problème pour vous (bruit, climatisation, mini-bar…). (Leg uit waarom dit een probleem voor u is (lawaai, airconditioning, minibar…).)

Nuttige woorden en uitdrukkingen
  • Je ne dors pas à cause du bruit dans la chambre. (Ik slaap niet vanwege het lawaai in de kamer.)
  • Je parle à la réception puisque la clé ne marche pas. (Ik spreek bij de receptie omdat de sleutel niet werkt.)
  • Je demande une autre chambre pour être au calme. (Ik vraag om een andere kamer om rustige te kunnen verblijven.)

Gebruik in gesprek
  • puisque / du fait que + phrase (puisque / du fait que + zin)
  • à cause de + nom (à cause de + zelfstandig naamwoord)
  • pour + infinitif (pour + infinitief)

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage

Profile Picture

Alessia Calcagni

Talen voor communicatie in internationale ondernemingen en organisaties

Università degli Studi di Modena e Reggio Emilia

University_Logo

Laatst bijgewerkt:

donderdag, 12/03/2026 06:12