De prepositionale werkwoorden: arrêter de, penser à, continuer à

Les verbes prépositionnels : arrêter de, penser à, continuer à


Les verbes prépositionnels sont des verbes suivis par une préposotion , par exemple : 'arrêter de', 'penser à', 'continuer à'.

(Voorzetselwerkwoorden zijn werkwoorden die gevolgd worden door een voorzetsel, bijvoorbeeld: 'arrêter de', 'penser à', 'continuer à'.)

Wat is hier de kern?

Sommige Franse werkwoorden hebben een vaste combinatie met een voorzetsel: à of de.

Daarna komt bijna altijd een infinitief (de woordenboekvorm: parler, faire, prendre…).

  • verbe + à + infinitif
  • verbe + de + infinitif

Belangrijk: dit is in het Frans vaak niet logisch te beredeneren. Je leert het per werkwoord als “vaste koppeling”.

De twee bouwstenen (à vs de) in één oogopslag

Patroon Typische betekenis Voorbeeld
arrêter de + infinitief stoppen met iets Il veut arrêter de fumer.
finir de + infinitief klaar zijn met iets Elle finit de travailler à 18h.
décider de + infinitief beslissen om te… Nous décidons de déménager.
accepter de + infinitief instemmen om te… Il accepte de garder le chat.
demander de + infinitief vragen om te… Elle demande de parler au responsable.
penser à + infinitief eraan denken om te… Je pense à prendre des vacances.
commencer à + infinitief beginnen te… Je commence à comprendre.
continuer à + infinitief doorgaan met… Elle continue à apprendre le français.
réussir à + infinitief erin slagen om te… Ils réussissent à rester calmes.

Waar gaat het vaak mis?

  • 1) Het voorzetsel weglaten

    Nous décidons déménager. → Nous décidons de déménager.

  • 2) à en de verwisselen

    Il veut arrêter à fumer. → Il veut arrêter de fumer.

    Nous réussissons de finir à l’heure. → Nous réussissons à finir à l’heure.

  • 3) “de” + klinker: samentrekking

    de + infinitief dat met een klinker begint → d’

    J’accepte d’attendre. / Il décide d’acheter une voiture.

Mini-check: zo kies je snel de juiste vorm

  1. Stap 1: herken het werkwoord uit de lijst (arrêter, penser, décider…).

  2. Stap 2: vraag jezelf: hoort dit werkwoord bij à of bij de?

    Tip: leer ze in duo’s: arrêter de, décider de, réussir à, penser à

  3. Stap 3: zet daarna het tweede werkwoord in de infinitief.

    Nous décidons de + déménager.

  4. Stap 4: begint de infinitief met een klinker? Gebruik d’.

    Il accepte d’ + avoir un rendez-vous.

Wat moet je onthouden (A2, praktisch)

  • Het Frans kiest vaak vaste combinaties: je memoriseert verbe + à/de als één blok.

  • Daarna volgt bijna altijd een infinitief.

  • Let extra op: arrêter de (niet à) en décider de (niet à).

  1. Er is geen regel voor de keuze van het voorzetsel.
Formule (Formule)Exemple (Voorbeeld)
Arrêter de  (Stoppen met)Il veut arrêter de parler de son mariage. (Hij wil stoppen met over zijn huwelijk praten.)
Penser à (Denken aan)Je pense à fonder une famille. (Ik denk eraan een gezin te stichten.)
Continuer à  (Doorgaan met)Elle continue à parler du bébé. (Zij blijft over de baby praten.)
Accepter de  (Akkoord gaan om)Il accepte de garder l'animal de compagnie. (Hij gaat ermee akkoord op het huisdier te passen.)
Décider de  (Beslissen om)Nous décidons de avoir un enfant. (Wij beslissen een kind te krijgen.)
Demander de  (Vragen om)Elle demande de parler à maman. (Zij vraagt om met mama te praten.)
Réussir à  (Erin slagen om)Ils réussissent à rester amis. (Zij slagen erin vrienden te blijven.)
Commencer à  (Beginnen met)Je commence à penser au mariage. (Ik begin aan het huwelijk te denken.)
Finir de  (Klaar zijn met)Mon frère finit de parler de son enfance. (Mijn broer is klaar met over zijn jeugd praten.)

Oefening 1: Meerkeuze

Instructie: Kies het juiste antwoord

1. Je dois ______ parler de ma séparation au travail, ça me rend triste.

Ik moet ______ over mijn scheiding op het werk praten, het maakt me verdrietig.

2. Pense ______ appeler ta maman ce soir, elle attend de tes nouvelles.

Denk ______ je moeder vanavond te bellen, ze wacht op nieuws van jou.

3. Malgré le stress, nous continuons ______ préparer le mariage pour le mois prochain.

Ondanks de stress blijven we ______ de bruiloft voor volgende maand voorbereiden.

4. Après la naissance du bébé, ils décident ______ prendre quelques jours de congé.

Na de geboorte van de baby besluiten ze ______ een paar dagen verlof op te nemen.

Oefening 2: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste zin.

1.
Foutieve voorzetselkeuze: in het Nederlands zegt men niet «denken om» gevolgd door een infinitief in deze betekenis; men gebruikt meestal «denken aan» of «eraan denken om ...».
Na «penser à» gebruikt men in het Nederlands equivalente constructies; hier is de normale Nederlandse uitdrukking «denken aan» gevolgd door «om + infinitief» of «eraan denken om ...» maar de oorspronkelijke uitleg is aangepast voor oefendoel.
2.
Duplicaatvariant: dezelfde verklaring als hierboven; in sommige contexten ontbreekt er geen voorzetsel, maar voor de oefening is de correcte vorm «blijft praten over ...».
Voorzetsel/constructie: bij «blijven» gevolgd door een activiteit gebruikt het Nederlands meestal «blijven + werkwoord» of «blijven praten over ...»; de hier gegeven variant is minder idiomatisch voor het oefendoel.

Oefening 3: Herschrijf de zinnen

Instructie: Harmoniseer twee zinnen tot één door het aangegeven prepositionele werkwoord (werkwoord + à/de + infinitief) te gebruiken. Voorbeeld: Il veut. Il part. → Il veut partir.

Vertaling tonen/verbergen Toon/verberg hints
  1. Hint Hint (arrêter de) Je ne fume plus. Je veux. (arrêter)
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Je veux arrêter de fumer.
    (Je veux arrêter de fumer.)
  2. Hint Hint (commencer à) Je me marie l’année prochaine. Je commence. (penser)
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Je commence à penser au mariage.
    (Je commence à penser au mariage.)
  3. Hint Hint (continuer à) Nous parlons du bébé tous les jours. Nous continuons. (parler)
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Nous continuons à parler du bébé tous les jours.
    (Nous continuons à parler du bébé tous les jours.)
  4. Hint Hint (accepter de) Nous prenons un animal de compagnie. Elle accepte. (prendre)
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Elle accepte de prendre un animal de compagnie.
    (Elle accepte de prendre un animal de compagnie.)

Oefening 4: Grammatica in actie

Instructie: Bespreek en besluit samen over een gezinsproject voor de komende zes maanden.

Vertaling tonen/verbergen
Situatie
À la pause, vous discutez avec une collègue de vos projets familiaux.
(Tijdens de pauze praat je met een collega over jullie familierplannen.)

Bespreek
  • À quoi penses-tu pour l’avenir proche - mariage, enfant, déménagement ? (Waar denk je aan voor de nabije toekomst - huwelijk, kind, verhuizing?)
  • Qu’aimerais-tu arrêter de faire ou continuer à faire avant d’avoir un bébé ? Pourquoi ? (Wat zou je willen stoppen met doen of juist blijven doen voordat je een baby krijgt? Waarom?)

Nuttige woorden en uitdrukkingen
  • Je pense à me marier l’année prochaine. (Ik denk eraan volgend jaar te trouwen.)
  • Nous décidons de fonder une famille après la naissance. (We besluiten een gezin te stichten na de geboorte.)
  • Je veux arrêter de sortir trop le soir, ça me fatigue. (Ik wil stoppen met te vaak 's avonds uitgaan; dat maakt me moe.)

Gebruik in gesprek
  • penser à + infinitif (penser à + infinitif)
  • arrêter de + infinitif (arrêter de + infinitif)
  • continuer à + infinitif (continuer à + infinitif)

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage

Profile Picture

Marco De Faria

Master in Vreemde Talen

University of Poitiers

University_Logo

Frankrijk


Laatst bijgewerkt:

dinsdag, 07/04/2026 08:55