A2.18 - Bezoek het platteland
Visitez la campagne
2. Grammatica
Belangrijk werkwoord
Attendre (wachten)
3. Oefeningen
Oefening 1: Correspondentie schrijven
Instructie: Schrijf een antwoord op het volgende bericht dat passend is voor de situatie
Email: U ontvangt een e-mail van een klein bed & breakfast op het platteland waar u een weekend wilt doorbrengen. Beantwoord deze om vragen te stellen en de reservering te bevestigen (of te weigeren).
Objet : Week-end à la campagne
Bonjour Madame, Monsieur,
Merci pour votre message. Nous avons une chambre libre dans notre chalet pour le week-end du 15 juin.
La maison est au milieu des champs, près d’une petite forêt. Nous travaillons avec une petite ferme voisine : vous pouvez voir les vaches et les moutons, et goûter nos produits locaux (fromage, confiture).
Le prix est de 80 € par nuit pour 2 personnes, petit-déjeuner inclus.
Cordialement,
Claire Martin
La Ferme des Collines
Onderwerp : Weekend op het platteland
Geachte mevrouw, meneer,
Bedankt voor uw bericht. Wij hebben een kamer vrij in ons chalet voor het weekend van 15 juni.
Het huis staat midden tussen de velden, dicht bij een klein bos. We werken samen met een kleine boerderij in de buurt: u kunt de koeien en de schapen zien en onze lokale producten proeven (kaas, jam).
De prijs is €80 per nacht voor 2 personen, ontbijt inbegrepen.
Met vriendelijke groet,
Claire Martin
La Ferme des Collines
Begrijp de tekst:
-
Où se trouve la maison d’hôtes exactement ? Décrivez le lieu avec vos mots.
(Waar bevindt de chambre d'hôtes zich precies? Beschrijf de plek met uw eigen woorden.)
-
Quelles activités ou expériences sont possibles pendant le week-end, d’après l’email ?
(Welke activiteiten of ervaringen zijn volgens de e-mail mogelijk tijdens het weekend?)
Nuttige zinnen:
-
Je vous remercie pour votre email et…
(Dank u voor uw e-mail en…)
-
J’aimerais savoir si…
(Ik zou graag willen weten of…)
-
Je voudrais réserver la chambre pour…
(Ik wil de kamer reserveren voor…)
Je vous remercie pour votre email et vos informations. La description de la campagne et de la ferme me plaît beaucoup.
J’aimerais savoir s’il y a des transports pour venir depuis Paris (train ou bus). Est-ce qu’il est possible de visiter la ferme et de voir les vaches avec des enfants ?
Je voudrais réserver la chambre pour deux nuits, du 15 au 17 juin, pour deux personnes.
Cordialement,
[Votre prénom et nom]
Geachte mevrouw Martin,
Dank u voor uw e-mail en de informatie. De beschrijving van het platteland en de boerderij spreekt mij erg aan.
Ik zou graag willen weten of er vervoersmogelijkheden zijn vanaf Parijs (trein of bus). Is het mogelijk om de boerderij te bezoeken en de koeien te zien als we met kinderen komen?
Ik wil de kamer graag reserveren voor twee nachten, van 15 tot 17 juni, voor twee personen.
Met vriendelijke groet,
[Uw voornaam en achternaam]
Oefening 2: Meerkeuze
Instructie: Kies de juiste oplossing
1. Hier, nous ___ longtemps le bus pour aller visiter une petite ferme à la campagne.
(Gisteren hebben we ___ lang op de bus gewacht om een kleine boerderij op het platteland te bezoeken.)2. À la ferme, je ___ quelques minutes devant le chalet avant que l’agriculteur ouvre la porte.
(Op de boerderij ___ ik een paar minuten voor het chalet gewacht voordat de boer de deur opende.)3. Pendant la visite, les enfants ___ patiemment pour caresser la vache et le cheval.
(Tijdens de rondleiding ___ de kinderen geduldig om de koe en het paard te aaien.)4. En fin d’après-midi, vous ___ le silence de la montagne pour enregistrer une vidéo sur les produits locaux.
(Aan het einde van de middag ___ jullie gewacht op de stilte van de berg om een video over de lokale producten op te nemen.)Oefening 3: Gesprekskaarten
Instructie: Kies een situatie en oefen het gesprek met je docent of medestudenten.
Planifier un week-end à la campagne
Camille, collègue française: Show Alors, pour ce week-end, tu préfères la montagne ou un petit village à la campagne ?
(Dus, voor dit weekend heb je liever de bergen of een klein dorpje op het platteland?)
Alex, collègue étranger: Show Je préfère la campagne, j’aimerais marcher dans les champs et la forêt, loin du bruit de la ville.
(Ik heb liever het platteland; ik zou graag door de velden en het bos wandelen, ver weg van het lawaai van de stad.)
Camille, collègue française: Show Dans le Morvan il y a beaucoup de forêts, de collines et un vrai silence, c’est très agréable.
(In de Morvan zijn veel bossen, heuvels en echte stilte, het is heel aangenaam.)
Alex, collègue étranger: Show Parfait, on continue avec cette idée et je regarde un petit hôtel ou un chalet là‑bas.
(Perfect, we houden dat idee aan en ik zoek een klein hotel of een chalet daar.)
Open vragen:
1. Tu connais une région de France à la campagne que tu veux visiter un jour ? Pourquoi ?
Ken je een streek in Frankrijk op het platteland die je ooit zou willen bezoeken? Waarom?
2. Tu préfères la montagne, la forêt ou les champs pour un week-end, et qu’est‑ce que tu veux faire là‑bas ?
Wat heeft jouw voorkeur voor een weekend: de bergen, het bos of de velden, en wat zou je daar willen doen?
Acheter des produits locaux à la ferme
Claire, cliente: Show Bonjour, c’est une ferme agricole ici ? Vous vendez des produits locaux ?
(Hallo, is dit een boerderij? Verkoopt u lokale producten?)
Jean, agriculteur: Show Oui, bonjour, ici on élève des vaches et des poules, et on vend du lait, des œufs et du fromage.
(Ja, hallo, hier houden we koeien en kippen, en we verkopen melk, eieren en kaas.)
Claire, cliente: Show Super, je prends une douzaine d’œufs et du fromage, j’aime bien acheter directement à la ferme.
(Top, ik neem een dozijn eieren en wat kaas; ik koop graag rechtstreeks op de boerderij.)
Jean, agriculteur: Show Très bien, je vous prépare ça, et si vous voulez, après vous pouvez voir les animaux derrière la ferme.
(Goed, ik maak dat voor u klaar, en als u wilt kunt u daarna de dieren achter de boerderij bekijken.)
Open vragen:
1. Est‑ce que tu achètes parfois des produits locaux ou bio ? Qu’est‑ce que tu aimes acheter ?
Koop je soms lokale of biologische producten? Wat koop je dan graag?
2. Tu aimerais visiter une ferme agricole en France ? Qu’est‑ce que tu veux voir ou apprendre là‑bas ?
Zou je een boerderij in Frankrijk willen bezoeken? Wat zou je daar willen zien of leren?
Oefening 4: Reageer op de situatie
Instructie: Oefen in tweetallen of met je docent.
1. Tu es au travail. Un collègue vient d’acheter un petit chalet à la montagne pour les week‑ends. Tu veux en savoir plus sur le lieu et la nature autour. Pose une question et dis ce que tu aimes à la montagne. (Utilise : « la montagne », « le silence », « j’aime »)
(Je bent aan het werk. Een collega heeft net een klein chalet in de bergen gekocht voor de weekenden. Je wilt meer weten over de plek en de natuur eromheen. Stel een vraag en zeg wat je leuk vindt aan de bergen. (Gebruik: « la montagne », « le silence », « j’aime »))À la montagne, j’aime
(À la montagne, j’aime ...)Voorbeeld:
À la montagne, j’aime le silence et l’air frais. Je peux vraiment me reposer là‑bas.
(À la montagne, j’aime le silence et l’air frais. Je peux vraiment me reposer là‑bas.)2. Tu passes un week‑end dans un village en Bourgogne. Tu parles avec le propriétaire du gîte de la campagne autour du village. Explique pourquoi tu aimes la campagne et ce que tu veux faire aujourd’hui. (Utilise : « la campagne », « la forêt », « se promener »)
(Je brengt een weekend door in een dorp in Bourgondië. Je praat met de eigenaar van de gîte over het platteland rond het dorp. Leg uit waarom je van het platteland houdt en wat je vandaag wilt doen. (Gebruik: « la campagne », « la forêt », « se promener »))À la campagne, je
(À la campagne, je ...)Voorbeeld:
À la campagne, je me promène dans la forêt et je regarde les petits villages. C’est très calme, j’aime beaucoup.
(À la campagne, je me promène dans la forêt et je regarde les petits villages. C’est très calme, j’aime beaucoup.)3. Tu visites une ferme avec des amis. Le fermier vous montre les animaux. Il te demande quel animal tu préfères et pourquoi. Réponds. (Utilise : « la vache », « le cheval », « le mouton » ou « la poule », et « parce que »)
(Je bezoekt een boerderij met vrienden. De boer laat jullie de dieren zien. Hij vraagt welk dier je het liefst hebt en waarom. Beantwoord. (Gebruik: « la vache », « le cheval », « le mouton » of « la poule », en « parce que »))Moi, je préfère
(Moi, je préfère ...)Voorbeeld:
Moi, je préfère la vache, parce qu’elle est calme et j’aime beaucoup le fromage et le lait.
(Moi, je préfère la vache, parce qu’elle est calme et j’aime beaucoup le fromage et le lait.)4. Tu es en vacances dans une ferme en Provence. Au marché, la vendeuse te parle des produits locaux. Dis ce que tu voudrais acheter et pourquoi. (Utilise : « les produits locaux », « frais », « la ferme »)
(Je bent op vakantie op een boerderij in de Provence. Op de markt vertelt de verkoopster je over de lokale producten. Zeg wat je zou willen kopen en waarom. (Gebruik: « les produits locaux », « frais », « la ferme »))Je voudrais acheter
(Je voudrais acheter ...)Voorbeeld:
Je voudrais acheter des produits locaux de la ferme, par exemple du fromage et des œufs frais, parce que c’est plus bon et plus naturel.
(Je voudrais acheter des produits locaux de la ferme, par exemple du fromage et des œufs frais, parce que c’est meilleur et plus naturel.)Oefening 5: Schrijfopdracht
Instructie: Schrijf in 6 à 8 regels een beschrijving van een ideaal weekend op het platteland in Frankrijk dat u zou willen hebben, met de plaats, de activiteiten en wat u graag zou eten.
Nuttige uitdrukkingen:
Je voudrais passer un week-end à… / À la campagne, j’aimerais… / On peut visiter / goûter / découvrir… / Pour moi, le week-end idéal est…
Exercice 6: Gespreksoefening
Instruction:
- Décrivez les activités dans les images et commentez-les. (Beschrijf de activiteiten op de afbeeldingen en geef er commentaar op.)
- Où avez-vous grandi ? À la campagne ou en ville ? (Waar ben je opgegroeid? Op het platteland of in de stad?)
- Devais-tu t'occuper des animaux ? Des animaux de ferme ou des animaux de compagnie ? (Heb je voor dieren moeten zorgen? Boerderijdieren of huisdieren?)
Richtlijnen tijdens het lesgeven +/- 10 minuten
Instructies voor de leraar
- Lees de voorbeeldzinnen hardop voor.
- Beantwoord de vragen over de afbeelding.
- Studenten kunnen deze oefening ook als geschreven tekst voor de volgende les voorbereiden.
Voorbeeldzinnen:
|
J'ai grandi à la campagne. Ik ben opgegroeid op het platteland. |
|
Ma famille a une ferme, donc j'ai beaucoup aidé à prendre soin des porcs, des vaches et des poules. Mijn familie heeft een boerderij, dus ik hielp veel met de verzorging van de varkens, koeien en kippen. |
|
J'ai grandi dans une petite ville. Ma famille avait un chien. J'ai aidé à m'en occuper. Ik ben opgegroeid in een kleine stad. Mijn familie had een hond. Ik hielp om voor hem te zorgen. |
|
J'ai grandi à Berlin, la capitale de l'Allemagne. Nous n'avions qu'un petit appartement donc nous n'avons jamais eu d'animal de compagnie. Ik ben opgegroeid in Berlijn, de hoofdstad van Duitsland. We hadden maar een klein appartement, dus hadden we nooit een huisdier. |
|
Le fermier donne du maïs aux poules. De boer voert de kippen wat maïs. |
|
Ils cueillent des pommes dans les champs. Ze plukken appels in de velden. |
|
L'agriculteur cultive le champ. De boer bewerkt het veld. |
| ... |