A2.41: Meningen en onderhandelingen

Opinions et négociations

Leer Franse uitdrukkingen om meningen te geven en te onderhandelen, zoals "avoir un avis" (een mening hebben), "négocier" (onderhandelen) en "exprimer" (uitdrukken), met praktische dialogen over films, restaurants en werk.

Woordenschat (17)

 La situation: De situatie (French)

La situation

Show

De situatie Show

 Le débat: Het debat (French)

Le débat

Show

Het debat Show

 Une opinion: Een mening (French)

Une opinion

Show

Een mening Show

 Un argument: Een argument (French)

Un argument

Show

Een argument Show

 La proposition: Het voorstel (French)

La proposition

Show

Het voorstel Show

 Le désaccord: Het meningsverschil (French)

Le désaccord

Show

Het meningsverschil Show

 Persuasif: Overtuigend (French)

Persuasif

Show

Overtuigend Show

 Convaincant: overtuigend (French)

Convaincant

Show

Overtuigend Show

 Respecteux: respectvol (French)

Respecteux

Show

Respectvol Show

 Convaincre (overtuigen) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen

Convaincre

Show

Overtuigen Show

 Négocier (onderhandelen) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen

Négocier

Show

Onderhandelen Show

 Avoir une opinion: Een mening hebben (French)

Avoir une opinion

Show

Een mening hebben Show

 Donner son avis: Je mening geven (French)

Donner son avis

Show

Je mening geven Show

 Partager son idée: Zijn idee delen (French)

Partager son idée

Show

Zijn idee delen Show

 Le discours: De toespraak (French)

Le discours

Show

De toespraak Show

 Une analyse: Een analyse (French)

Une analyse

Show

Een analyse Show

 Agir (handelen) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen

Agir

Show

Handelen Show

Oefeningen

Deze oefeningen kunnen tijdens conversatielessen samen gedaan worden of als huiswerk.

Oefening 1: Gesprekskaarten

Instructie: Kies een situatie en oefen het gesprek met je docent of medestudenten.

Oefening 2: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste oplossing

1. Nous ____ les conditions du contrat hier.

(We ____ gisteren de voorwaarden van het contract.)

2. Ils ____ rapidement pour résoudre le problème.

(Ze ____ snel gehandeld om het probleem op te lossen.)

3. Tu ____ un salaire plus élevé avec ton employeur.

(Je ____ een hoger salaris onderhandeld met je werkgever.)

4. Elle ____ avec beaucoup de respect pendant la réunion.

(Ze ____ met veel respect gehandeld tijdens de vergadering.)

Oefening 3: Onderhandelen op het werk

Instructie:

Hier, pendant la réunion, j' (Partager - Passé composé) (Exprimer - Passé composé) mon idée sur le nouveau projet. Mon collègue, qui n'était pas d'accord, (Exprimer - Passé composé) (Agir - Passé composé) son opinion avec respect. Nous (Agir - Passé composé) (Négocier - Passé composé) calmement pour trouver un compromis. Ensuite, nous (Négocier - Passé composé) (Convaincre - Passé composé) les conditions de travail afin que tout le monde soit convaincu. Finalement, nous (Convaincre - Passé composé) (No hint) le chef de valider notre proposition.


Gisteren, tijdens de vergadering, heb ik mijn idee over het nieuwe project gedeeld. Mijn collega, die het er niet mee eens was, heeft zijn mening met respect geuit. We hebben kalm gehandeld om een compromis te vinden. Daarna hebben we de arbeidsvoorwaarden onderhandeld zodat iedereen overtuigd was. Uiteindelijk hebben we de baas overtuigd om ons voorstel goed te keuren.

Werkwoordschema's

Partager - Delen

Passé composé

  • j'ai partagé
  • tu as partagé
  • il/elle/on a partagé
  • nous avons partagé
  • vous avez partagé
  • ils/elles ont partagé

Exprimer - Uitdrukken

Passé composé

  • j'ai exprimé
  • tu as exprimé
  • il/elle/on a exprimé
  • nous avons exprimé
  • vous avez exprimé
  • ils/elles ont exprimé

Agir - Handelen

Passé composé

  • j'ai agi
  • tu as agi
  • il/elle/on a agi
  • nous avons agi
  • vous avez agi
  • ils/elles ont agi

Négocier - Onderhandelen

Passé composé

  • j'ai négocié
  • tu as négocié
  • il/elle/on a négocié
  • nous avons négocié
  • vous avez négocié
  • ils/elles ont négocié

Convaincre - Overtuigen

Passé composé

  • j'ai convaincu
  • tu as convaincu
  • il/elle/on a convaincu
  • nous avons convaincu
  • vous avez convaincu
  • ils/elles ont convaincu

Grammatica

We geven toe dat het niet het meest opwindende is, maar het is absoluut essentieel (en we beloven dat het zich zal terugbetalen)!

Werkwoordsvervoegingstabellen voor deze les

Négocier onderhandelen

Passé composé

Frans Nederlands
(je/j') ai négocié ik heb onderhandeld
(tu) as négocié jij hebt onderhandeld
(il/elle/on) a négocié hij/zij/men heeft onderhandeld
(nous) avons négocié wij hebben onderhandeld
(vous) avez négocié u hebt onderhandeld
(ils/elles) ont négocié zij hebben onderhandeld

Oefeningen en voorbeeldzinnen

Agir handelen

Passé composé

Frans Nederlands
(je/j') ai agi ik heb gehandeld
(tu) as agi jij hebt gehandeld
(il/elle/on) a agi hij/zij/we heeft gehandeld
(nous) avons agi wij hebben gehandeld
(vous) avez agi u hebt gehandeld
(ils/elles) ont agi zij hebben gehandeld

Oefeningen en voorbeeldzinnen

Zie je geen vooruitgang als je alleen studeert? Bestudeer dit materiaal met een gecertificeerde docent!

Wil je vandaag Frans oefenen? Dat is mogelijk! Neem vandaag nog contact op met een van onze docenten.

Schrijf je nu in!

Mening geven en onderhandelen in het Frans (A2 niveau)

Deze les helpt je om gesprekken te voeren waarin je je mening geeft en onderhandelt, een belangrijk onderdeel van dagelijks Frans communiceren. Je leert hoe je over films kunt praten, samen een keuze maakt (zoals een restaurant) en hoe je op het werk je ideeën deelt en overeenkomsten bereikt.

Inhoud van de les

  • Dialogen oefenen: je wisselt meningen uit over een recente film, kiest samen een restaurant en bespreekt een idee tijdens een vergadering.
  • Belangrijke uitdrukkingen: zinnen als "Je trouve que...", "Je ne suis pas sûr", "Tu as peut-être raison", "Je préfère...", "Je crois que...", "Je comprends, mais..." helpen je om beleefd en duidelijk je standpunt te geven.
  • Werkwoorden in passé composé: oefenen met regelmatig en onregelmatig gebruikte werkwoorden zoals partager, exprimer, agir, négocier en convaincre in een zakelijke context.
  • Kernwoorden en uitdrukkingen: négocier (onderhandelen), convaincre (overtuigen), scenario (scenario), bistro (bistro), compromis (compromis).

Belangrijkste tips voor het gebruik van de les

Gebruik de dialogen om zelfvertrouwen te krijgen in het uitwisselen van meningen. Let op hoe je beleefd oneens kunt zijn en toch het gesprek constructief houdt. De werkwoordsoefeningen maken je vertrouwd met het verleden tijd gebruik in praktische situaties.

Verschillen tussen Nederlands en Frans bij het mening geven en onderhandelen

In het Frans wordt veel waarde gehecht aan beleefde formuleringen zoals "Je pense que...", "Je ne suis pas sûr", terwijl men in het Nederlands soms directer kan zijn. Ook de zinsvolgorde en het gebruik van het passé composé in het Frans verschillen van de Nederlandse verleden tijd. Bijvoorbeeld: "Nous avons négocié" betekent "Wij hebben onderhandeld", maar de Franse vorm vereist specifieke hulpwerkwoorden en voltooid deelwoord vervoegingen.

Handige Franse uitdrukkingen met Nederlandse vergelijking

  • Je trouve que... - "Ik vind dat..." bewezen formule om je mening te starten.
  • Tu as peut-être raison. - "Je hebt misschien gelijk." Een zachte manier om een ander te erkennen.
  • Je comprends, mais... - "Ik begrijp het, maar..." om te laten zien dat je luistert en toch een eigen mening hebt.
  • Nous avons négocié. - "Wij hebben onderhandeld." Opgelet bij de passé composé, hulpwerkwoord 'avoir' met voltooid deelwoord.

Deze les biedt een solide basis om je mening te uiten en effectief te onderhandelen in alledaagse en professionele situaties in het Frans.

Deze lessen zouden niet mogelijk zijn zonder onze geweldige partners🙏