Leer hoe je een vriend uitnodigt voor een zondagse wandeling in het Frans met woorden zoals "promenade" (wandeling), "sentier" (pad), en "pique-nique" (picknick). Ontdek ook vocabulaire over landschappen en hoe je eenvoudige vragen stelt over wandelroutes.
Woordenschat (17) Delen Gekopieerd!
Oefeningen Delen Gekopieerd!
Deze oefeningen kunnen tijdens conversatielessen samen gedaan worden of als huiswerk.
Exercice 1: Gespreksoefening
Instruction:
- Hou je van wandelen? Waarom wel of waarom niet? (Hou je van wandelen? Waarom wel of waarom niet?)
- Welke kleding en hulpmiddelen neem je mee als je gaat wandelen? (Welke kleding en gereedschap neem je mee als je gaat wandelen?)
- In welk land wil je gaan wandelen? (In welk land wil je gaan wandelen?)
Richtlijnen tijdens het lesgeven +/- 10 minuten
Voorbeeldzinnen:
J'aime la randonnée parce que la nature est magnifique. J'apprécie les lacs de montagne et les sommets enneigés. Ik hou van wandelen omdat de natuur mooi is. Ik geniet van bergmeren en toppen met sneeuw. |
J'aime faire de la randonnée quand il y a un bon chemin. Ik houd van wandelen als er een goed pad is. |
Je n'aime pas la randonnée car les randonnées sont longues et épuisantes. Ik houd niet van wandelen omdat wandelingen lang en vermoeiend zijn. |
Il est très important d'avoir de l'eau, un bon sac à dos et de bons vêtements. Het is erg belangrijk om water, een goede rugzak en goede kleding mee te nemen. |
Vous devez avoir des chaussures de randonnée confortables et des bâtons de marche. Je moet comfortabele wandelschoenen en wandelstokken hebben. |
Je fais souvent de la randonnée dans des pays avec de hautes montagnes comme l’Espagne, la France ou la Suisse. Ik ga vaak wandelen in landen met hoge bergen zoals Spanje, Frankrijk of Zwitserland. |
... |
Oefening 2: Gesprekskaarten
Instructie: Kies een situatie en oefen het gesprek met je docent of medestudenten.
Oefening 3: Meerkeuze
Instructie: Kies de juiste oplossing
1. Dimanche prochain, je ______ beaucoup pendant la promenade.
(Volgende zondag zal ik ______ veel plezier hebben tijdens de wandeling.)2. Nous ______ la colline avant le déjeuner pour admirer le paysage.
(We ______ de heuvel beklimmen voor de lunch om van het landschap te genieten.)3. Après la promenade, mes amis ______ près de la rivière.
(Na de wandeling zullen mijn vrienden zich ______ bij de rivier.)4. Je ______ avec des chaussures de randonnée légères pour être plus à l'aise.
(Ik ______ met lichte wandelschoenen om comfortabeler te zijn.)Oefening 4: Een wandeling maken op zondag
Instructie:
Werkwoordschema's
Faire - Faire
FUTUR_SIMPLE
- je ferai
- tu feras
- il/elle/on fera
- nous ferons
- vous ferez
- ils/elles feront
Monter - Monter
FUTUR_SIMPLE
- je monterai
- tu monteras
- il/elle/on montera
- nous monterons
- vous monterez
- ils/elles monteront
S'amuser - S'amuser
FUTUR_SIMPLE
- je m'amuserai
- tu t'amuseras
- il/elle/on s'amusera
- nous nous amuserons
- vous vous amuserez
- ils/elles s'amuseront
Être - Être
FUTUR_SIMPLE
- je serai
- tu seras
- il/elle/on sera
- nous serons
- vous serez
- ils/elles seront
Grammatica Delen Gekopieerd!
We geven toe dat het niet het meest opwindende is, maar het is absoluut essentieel (en we beloven dat het zich zal terugbetalen)!
Werkwoordsvervoegingstabellen voor deze les Delen Gekopieerd!
S'amuser zich amuseren Delen Gekopieerd!
Futur simple
Frans | Nederlands |
---|---|
(je/j') m'amuserai | ik zal me amuseren |
(tu) t'amuseras | jij zal je amuseren |
(il/elle/on) s'amusera | hij/zij/men zal zich amuseren |
nous amuserons | wij zullen ons amuseren |
vous amuserez | jullie zullen zich amuseren |
(ils/elles) s'amuseront | zij zullen zich amuseren |
Monter opstijgen Delen Gekopieerd!
Futur simple
Frans | Nederlands |
---|---|
(je/j') monterai | ik zal opstijgen |
(tu) monteras | jij zult opstijgen |
(il/elle/on) montera | hij/zij/men zal opstijgen |
(nous) monterons | wij zullen opstijgen |
(vous) monterez | jullie zullen opstijgen |
(ils/elles) monteront | zij zullen opstijgen |
Zie je geen vooruitgang als je alleen studeert? Bestudeer dit materiaal met een gecertificeerde docent!
Wil je vandaag Frans oefenen? Dat is mogelijk! Neem vandaag nog contact op met een van onze docenten.
Les 8: "Une promenade dominicale" – Ontdek Franse wandeluitdrukkingen en zinsconstructies
Deze les A2 richt zich op het oefenen van alledaagse situaties rondom het maken van wandelafspraken in het Frans. Je leert gesprekken voeren om een vriend uit te nodigen voor een boswandeling, vragen te stellen over lokale wandelroutes, en over beroemde landschappen en wandelgebieden in Frankrijk te praten.
Hoofdinhouden van de les
- Uitnodigen voor een wandeling: Leer beleefd en natuurlijk een vriend uitnodigen, bijvoorbeeld: "Salut Marie, tu veux faire une promenade en forêt dimanche prochain?"
- Informatie vragen over wandelpaden: Vragen stellen over de moeilijkheidsgraad, duur en faciliteiten van routes, zoals "Connaissez-vous des sentiers faciles?" en "Y a-t-il des bancs pour se reposer?"
- Praten over natuur en landschappen: Beschrijven van natuur, landschappen en populaire wandelgebieden, bv. "Les falaises blanches et l’eau turquoise sont vraiment spectaculaires."
Belangrijke woorden en uitdrukkingen
- déjeuner: de lunch / het middagmaal
- sentier: het wandelpad
- pique-nique: picknick
- randonnée: een wandeling, trektocht
- se reposer: rusten
- le paysage: het landschap
- le parc naturel régional: het regionale natuurpark
Belangrijke grammatica en vervoegingen: de toekomstvorm (futur simple)
Deze les besteedt aandacht aan de vervoeging van werkwoorden in de toekomstvorm om plannen en intenties uit te drukken, bijvoorbeeld:
- Je monterai la colline. (Ik zal de heuvel beklimmen.)
- Nous ferons une promenade. (Wij zullen een wandeling maken.)
- Les enfants s'amuseront près de la rivière. (De kinderen zullen zich vermaken bij de rivier.)
De vervoeging van regelmatige werkwoorden op -er (zoals monter) in de futur simple is over het algemeen eenvoudig: infinitief + uitgang -ai, -as, -a, -ons, -ez, -ont.
Verschillen tussen het Nederlands en Frans in wandelcontext
Frans gebruikt vaak vaste uitdrukkingen en voorzetsels die anders zijn dan in het Nederlands. Bijvoorbeeld het werkwoord faire gebruiken voor een wandeling (faire une promenade) terwijl het Nederlands gewoon wandelen of een wandeling maken zegt. Daarnaast is het gebruik van wederkerende werkwoorden zoals s'amuser (zich vermaken) in het Frans typisch en komt die structuur minder voor in het Nederlands.
Enkele handige woordparen:
- promenade - wandeling
- sentier - pad
- forêt - bos
- pique-nique - picknick
- s'amuser - zich vermaken
- montagne - berg
Let ook op het verschil in werkwoordvolgorde en gebruik van beleefdheidsvormen bij het uitnodigen (tu veux vs. het formelere vous voulez).