De onvoltooide toekomende tijd: regelmatige gevallen

Le futur simple : cas réguliers


Apprenez le futur simple en français.

(Leer de futur simple in het Frans.)

Wanneer gebruik je le futur simple?

  • Voor plannen en voorspellingen in de toekomst: demain, ce soir, la semaine prochaine, bientôt.
  • Vaak als je in het Nederlands zal/zullen gebruikt.

Voorbeeld: Demain, je jouerai au tennis. (Morgen zal ik tennissen.)

Zo bouw je het futur simple (stap voor stap)

  1. Kies het werkwoord in het infinitief (de “woordenboekvorm”).
  2. Neem de stam:
    • -ER en -IR: je houdt het infinitief helemaal.
    • meeste -RE: je haalt de laatste -e weg.
  3. Plak de uitgangen van het futur simple erachter.
Persoon Uitgang Voorbeeld (-ER: jouer)
je-aije jouerai
tu-astu joueras
il/elle/on-ail jouera
nous-onsnous jouerons
vous-ezvous jouerez
ils/elles-ontils joueront

De valkuil bij -RE-werkwoorden

Bij de meeste werkwoorden op -re verwijder je de laatste -e:

  • vendre → stam: vendr- → nous vendrons
  • attendre → attendr- → j’attendrai

Let op:

  • nous vendreons ❌ (de -e blijft niet staan)
  • nous vendrons ✅

Spelling & uitspraak: waar gaat het vaak mis?

  • Je vs. tu: -ai (je) en -as (tu) lijken op elkaar.
    • je finirai = ik zal afronden
    • tu finiras = jij zal afronden
  • Ils/elles: altijd -ont.
    • ils vendront
    • ils venderont
  • Accent bij “acheter” (veelvoorkomend):
    • j’achèterai ✅ (met è in de stam)
    • j’acheterai ❌ (zonder accent is fout)

Snelle zelfcheck (30 seconden)

  1. Heb ik het infinitief gekozen? (jouer / finir / vendre)
  2. Is het een -re-werkwoord? Dan: -e weg (vendr-).
  3. Heb ik de juiste uitgang voor de persoon? (je -ai, nous -ons, ils -ont)

Als je deze 3 checks kunt afvinken, zit je bijna altijd goed.

  1. De futur simple van regelmatige werkwoorden wordt gevormd door de uitgangen -ai, -as, -a, -ons, -ez, -ont toe te voegen aan de volledige infinitief (voor de 1e en 2e groep) of aan de infinitief zonder de laatste -e (voor de meeste werkwoorden op -re).
Verbe -ER: Jouer (Werkwoord op -ER: spelen)Verbe -IR: Finir (Werkwoord op -IR: eindigen)Verbe -RE: Venir (Werkwoord op -RE: komen)
Je joueraiJe finiraiJe vendrai
Tu jouerasTu finirasTu vendras
Il/elle joueraIl finiraIl/elle vendra
Nous joueronsNous finironsNous vendrons
Vous jouerezVous finirezVous vendrez
Ils:elles jouerontIls/elles finirontIls/elles vendront

Oefening 1: Meerkeuze

Instructie: Kies het juiste antwoord

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

1. Demain, j'_____ un billet en ligne pour le festival.

Morgen _____ ik online een ticket voor het festival.

2. Au concert, nous _____ à la fin de la chanson.

Op het concert zullen we _____ aan het einde van het lied.

3. Vous _____ de la guitare sur scène avec le groupe.

Jullie zullen _____ op het podium gitaar spelen met de band.

4. Ils _____ leurs billets demain, parce qu'ils détestent la foule.

Zij zullen morgen hun tickets _____, omdat ze de drukte haten.

Oefening 2: Herschrijf de zinnen

Instructie: Herschrijf elke zin in de toekomende tijd (morgen / volgende week).

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

Vertaling tonen/verbergen Toon/verberg hints
  1. Je joue au tennis après le travail.
    ⇒ ____________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Demain, je jouerai au tennis après le travail.
    (Morgen zal ik tennis spelen na het werk.)
  2. Tu finis ce dossier ce soir.
    ⇒ ____________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Ce soir, tu finiras ce dossier.
    (Vanavond zul jij dit dossier afmaken.)
  3. Nous vendons notre voiture.
    ⇒ ____________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    La semaine prochaine, nous vendrons notre voiture.
    (Volgende week zullen wij onze auto verkopen.)
  4. Vous jouez au foot avec les collègues.
    ⇒ ____________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    La semaine prochaine, vous jouerez au foot avec vos collègues.
    (Volgende week zullen jullie voetbal spelen met jullie collega’s.)

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage

Profile Picture

Alessia Calcagni

Talen voor communicatie in internationale ondernemingen en organisaties

Università degli Studi di Modena e Reggio Emilia

University_Logo

Laatst bijgewerkt:

vrijdag, 08/05/2026 13:04