Gebruik hoewel, ondanks dat, terwijl, wanneer, nu, toen, zolang als, ofschoon, zoals voor contrast of tijdsaanduiding in een bijzin, met het werkwoord achteraan.
- Het voegwoord start de bijzin.
| Voegwoord | Voorbeeld |
|---|---|
| hoewel | Ik betaal de belastingaanslag, hoewel het bedrag erg hoog is. |
| ondanks dat | Hij spaart weinig, ondanks dat hij een goed inkomen heeft. |
| terwijl | Zij spaart elke maand, terwijl ze veel geld uitgeeft. |
| wanneer | Ik betaal de belastingaanslag wanneer ik mijn salaris krijg. |
| nu | Zij spaart elke maand, nu haar inkomen hoger is. |
| toen | Ik betaalde alles op tijd, toen mijn inkomen lager was. |
| zolang als | Zij spaart elke maand, zolang als haar kosten laag blijven. |
| ofschoon | Hij spaart, ofschoon hij veel geld uitgeeft. |
| zoals | Zij geeft geld uit, zoals anderen dat ook doen. |
Oefening 1: Meerkeuze
Instructie: Kies het juiste antwoord
1. Ik betaal de belastingaanslag, ____ het bedrag hoger is dan ik had verwacht.
2. Hij koopt een nieuwe telefoon, ____ hij eigenlijk wil bezuinigen op zijn uitgaven.
3. Ik maak het geld over ____ ik het rekeningnummer heb gecontroleerd.
4. ____ mijn woonlasten lager waren, hield ik elke maand meer geld over.
Oefening 2: Herschrijf de zinnen
Instructie: Voeg telkens de twee zinnen samen tot één zin met het gegeven voegwoord; maak een bijzin met het werkwoord achteraan.
-
⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ VoorbeeldIk betaal de belastingaanslag, hoewel het bedrag erg hoog is.
-
⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ VoorbeeldHij spaart bijna niets, ondanks dat hij een goed inkomen heeft.
-
⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ VoorbeeldWij geven minder geld uit, terwijl we nog steeds vaak uit eten gaan.
-
⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ VoorbeeldIk maak het geld over wanneer ik mijn salaris krijg.
Oefening 3: Meerkeuze
Instructie: Kies per blok de zin met het juiste onderschikkend voegwoord en de juiste woordvolgorde.