Beide wordt gebruikt voor een zelfstandig naamwoord en voor dingen, beiden verwijst specifiek naar mensen en allebei is informeel, gebruikt voor zowel dingen als mensen.
- Beide wordt gebruikt voor een zelfstandig naamwoord of voor een zelfstandig naamwoord.
- Beiden verwijst alleen naar mensen en wordt gebruikt met een meervoudig onderwerp.
- Allebei is informeel, gebruikt voor dingen of mensen wanneer het ondersteund wordt door een voornaamwoord of zelfstandig naamwoord.
| Gebruik | Voorbeeld |
|---|---|
| Beide | Ik heb beide artikelen gelezen. |
| Beiden | De onderzoekers hebben beiden het laboratoriumonderzoek zorgvuldig uitgevoerd. |
| Allebei | Allebei de experimenten zijn succesvol afgerond. |
Uitzonderingen!
- Je kunt beide of allebei gebruiken om naar mensen of objecten te verwijzen, op voorwaarde dat het ondersteund wordt door een voornaamwoord of zelfstandig naamwoord in dezelfde zin.
- Wanneer je allebei voor een zelfstandig naamwoord gebruikt, voeg je 'de' toe, wat een informele manier van gebruik is.
Oefening 1: Meerkeuze
Instructie: Kies het juiste antwoord
1. Ik heb ___ veiligheidsprocedures nog eens gecontroleerd voordat we begonnen.
2. De onderzoekers hebben ___ de controle uitgevoerd en hun resultaten vergeleken.
3. ___ experimenten duiden op hetzelfde verband tussen het element en de reactie.
4. We moeten ___ laboratoriumjassen zuiveren van resten voordat ze weer gebruikt worden.
Oefening 2: Herschrijf de zinnen
Instructie: Herschrijf de zinnen met het juiste woord: beide (bij een zelfstandig naamwoord/dingen), beiden (alleen voor mensen) of allebei (informeel).
-
Ik heb twee contracten gelezen. Ik heb ze helemaal begrepen.⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ VoorbeeldIk heb beide contracten gelezen en ik heb ze helemaal begrepen.
-
Twee collegas hebben de presentatie voorbereid. Ze hebben ook de vragenlijst gemaakt.⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ VoorbeeldBeiden collegas hebben de presentatie voorbereid en ook de vragenlijst gemaakt.
-
De training en het examen zijn vandaag. Ze beginnen om negen uur.⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ VoorbeeldAllebei de onderdelen beginnen om negen uur.
-
Ik ga twee apparaten testen: de printer en de scanner. Ze doen het allebei.⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ VoorbeeldIk ga de printer en de scanner testen; ze doen het allebei.
Oefening 3: Meerkeuze
Instructie: Kies de juiste zin met beide, beiden of allebei.