De dubbele infinitief wordt gebruikt wanneer twee werkwoorden in één zin gecombineerd worden met een hulpwerkwoord, zoals bij modale werkwoorden of werkwoorden van beweging.

Wanneer gebruik je een dubbele infinitief?

Je gebruikt een dubbele infinitief als er twee werkwoorden samen aan het einde van de zin staan en het eerste werkwoord een hulpwerkwoord is (bijv. een modaal werkwoord).

  • Perfectum + hulpwerkwoord: heb/ben + infinitief + infinitief
  • Twee hulpwerkwoorden: hulpwerkwoord 1 + infinitief + infinitief

De kernregel (waar het vaak misgaat)

In het perfectum met een hulpwerkwoord (zoals moeten/kunnen) gebruik je geen voltooid deelwoord van dat hulpwerkwoord.

  • Goed: Ik heb vandaag moeten werken.
  • Fout: Ik heb vandaag gemoeten gewerkt / moest gewerkt.

Ezelsbrug: na heb/ben komt bij deze constructie een infinitief (moeten/kunnen/blijven/…) + een infinitief (werken/doen/aanvragen/…).

Welke werkwoorden doen vaak mee?

Deze werkwoorden staan vaak als eerste werkwoord in de dubbele infinitief:

  • Modaal: moeten, kunnen, mogen, willen
  • Beweging: gaan
  • Zintuig: zien, horen
  • Positie/duur: blijven, staan, zitten, liggen
  • Andere hulpwerkwoorden: laten, helpen, leren, doen

Vaste volgorde: wat staat waar?

Type zin Structuur (schema) Voorbeeld
Perfectum heb/ben + infinitief 1 + infinitief 2 We hebben de vergunning moeten aanvragen.
Twee hulpwerkwoorden hulpww 1 + infinitief 1 + infinitief 2 Ik moet me kunnen concentreren.
Bijzin (dat/omdat/als…) … + infinitief 1 + infinitief 2 … omdat ik vandaag heb moeten overwerken.

Let op: beide infinitieven staan meestal achteraan. In een bijzin komen ze ook achteraan, maar dan staat de rest van de zin ervoor.

Veelgemaakte fouten (en snelle correctie)

  • 1) Voltooid deelwoord gebruiken

    Goed: Ik heb de subsidieaanvraag kunnen indienen.
    Fout: Ik heb de subsidieaanvraag gekund indienen.

  • 2) Persoonsvorm gebruiken na een hulpwerkwoord

    Goed: Ik moet de documenten kunnen vinden.
    Fout: Ik moet de documenten kan vinden.

  • 3) ‘Te’ ertussen zetten (meestal niet bij deze constructie)

    Goed: De manager heeft mij de mail laten sturen.
    Fout: De manager heeft mij de mail laten te sturen.

Zelfcheck: in 10 seconden controleren

  1. Staat er heb/ben? Dan vraag je: staat er een modaal/hulpwerkwoord bij? → vaak infinitief + infinitief.
  2. Zijn er twee hulpwerkwoorden? (moet/kan/wil/gaat/blijft/laat/helpt…) → daarna komen meestal twee infinitieven.
  3. Zie je een voltooid deelwoord zoals gekund/gemoeten? → grote kans dat het fout is. Vervang door de infinitief: kunnen/moeten.

Wat levert het je op in gesprekken?

  • Je klinkt direct professioneler in formele contexten: gemeente, werk, aanvragen.
  • Je kunt verplichtingen, mogelijkheden en processen kort formuleren: hebben moeten… / moeten kunnen… / zijn blijven…
  1. Gebruik de dubbele infinitief met modale werkwoorden (moeten), werkwoorden van beweging (gaan), werkwoorden van zintuigen (zien) en posities werkwoorden (staan).
  2. Gebruik de dubbele infinitief ook met andere hulpwerkwoorden zoals blijven, laten, leren, helpen, doen en zijn.
GebruikVoorbeeld
Perfectum + hulpwerkwoordIk heb vandaag moeten werken om de subsidieaanvraag af te ronden.
Twee hulpwerkwoordenIk moet me kunnen concentreren op de aanvraag voor de vergunning.

Oefening 1: Meerkeuze

Instructie: Kies het juiste antwoord

1. Voor de subsidieaanvraag heb ik gisteren nog extra documenten _____.


2. Ik moet van de gemeente toestemming _____ voordat ik begin.


3. De minister van Onderwijs heeft de burgemeester _____ dat de termijn kort is.


4. Ik ben in het district _____ tot ik een vergunning kon aanvragen.


Oefening 2: Herschrijf de zinnen

Instructie: Herschrijf de zinnen met een dubbele infinitief (moeten/kunnen/gaan/blijven/zien/helpen/leren/laten/doen + infinitief). Let op: bij het perfectum gebruik je hebben/zijn + infinitief + infinitief. Voorbeeld: Ik heb hard gewerkt. Ik moest overwerken. → Ik heb moeten overwerken.

Toon/verberg hints
  1. Ik heb vandaag hard gewerkt. Ik moest de subsidieaanvraag afmaken.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Ik heb vandaag de subsidieaanvraag moeten afmaken.
  2. Ik wil me concentreren op het rapport. Maar ik kan me niet goed concentreren door de herrie.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Ik wil me op het rapport kunnen concentreren, maar door de herrie lukt dat niet goed.
  3. We zijn gisteren naar de gemeente gegaan. We moesten een afspraak maken voor de vergunning.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    We zijn gisteren naar de gemeente gegaan om een afspraak te moeten maken voor de vergunning.
  4. De manager zei: 'Je doet het zelf.' Hij liet mij de e-mail naar de klant sturen.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    De manager liet mij de e-mail naar de klant sturen.

Oefening 3: Meerkeuze

Instructie: Kies de correcte zin.

1.
Fout: na 'heb' gebruik je bij een modaal werkwoord geen voltooid deelwoord ('gekund'), maar de infinitief: 'heb ... kunnen aanvragen'.
2.
Fout: na 'moet' volgt de infinitief 'kunnen', niet de persoonsvorm 'kan'.

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage

Profile Picture

Yoni De Ketelaere

Bachelor in International Business Management

HOGENT

University_Logo

België


Laatst bijgewerkt:

donderdag, 14/05/2026 16:52