Modale werkwoorden: moeten/ kunnen/ mogen + + passief

Modale werkwoorden: moeten/ kunnen/ mogen + + passief


Gebruik moeten, kunnen, mogen + passief om verplichting, mogelijkheid of toestemming te tonen.

Wanneer gebruik je modaal + passief?

Je combineert een modaal werkwoord met de lijdende vorm als je wilt focussen op wat er moet/kan/mag gebeuren, niet op wie het doet.

  • moeten + passief = verplichting / noodzaak
  • kunnen + passief = mogelijkheid / haalbaarheid
  • mogen + passief = toestemming of verbod

Vorm: zo bouw je de zin stap voor stap

  1. Zet het modaal werkwoord op positie 2.
  2. Zet het voltooid deelwoord bijna aan het einde.
  3. Zet worden helemaal achteraan.
Schema Voorbeeld
Onderwerp + modaal + … + voltooid deelwoord + worden De aanvraag moet binnen twee weken behandeld worden.
Bijwoord/plaats + modaal + onderwerp + … + vdw + worden In deze ruimte mag geen medische apparatuur geplaatst worden.

Snel kiezen: moeten, kunnen of mogen?

Bedoeling Kies Typische context
Het is verplicht / noodzakelijk moeten regels, zorgplan, procedure, deadline
Het is mogelijk / haalbaar kunnen opties, capaciteit, techniek, planning
Het is toegestaan of verboden mogen huisregels, veiligheid, privacy, beleid

Negatie: waar zet je ‘niet/geen’?

  • geen staat direct voor het zelfstandig naamwoord: geen apparatuur
  • niet staat meestal vóór het deel dat je ontkent (vaak vóór het voltooid deelwoord of een bijwoord).
  • Hier mag geen medische apparatuur geplaatst worden.
  • De afspraak kan niet online verzet worden.

‘Door + persoon’: wanneer wel en wanneer weg?

Door + uitvoerder is vaak niet nodig als het niet belangrijk is of als iedereen al weet wie het doet.

  • De oudere moet dagelijks goed verzorgd worden. (focus: zorg is nodig)
  • De oudere moet dagelijks goed verzorgd worden door de thuiszorg. (focus: wie doet het)

Praktisch: voeg door alleen toe als het informatie toevoegt (bijv. verantwoordelijkheid, rolverdeling).

‘Er’ bij passief: handig als er geen duidelijk onderwerp is

Als je geen concreet onderwerp noemt (wie/wat), gebruik je vaak er.

  • Er moet eerst met de familie gesproken worden.
  • Er mag hier niet gerookt worden.

Let op: ‘er’ helpt om de zin natuurlijk te laten klinken, vooral bij algemene regels of stappen in een proces.

Veelgemaakte fouten (en hoe je ze voorkomt)

  • 1) Verkeerde volgorde aan het einde

    De aanvraag moet worden behandeld. (kan wel, maar in deze les oefenen we: vdw + worden)

    De aanvraag moet binnen twee weken behandeld worden.

  • 2) ‘Worden’ vergeten

    De badkamer kan veiliger gemaakt.

    De badkamer kan veiliger gemaakt worden.

  • 3) Actief en passief door elkaar

    De gemeente moet behandelen de aanvraag.

    De aanvraag moet behandeld worden (door de gemeente).

Zelfcheck: klopt jouw zin?

  1. Wil je nadruk op verplichting / mogelijkheid / toestemming? Kies: moet / kan / mag.
  2. Staat het modaal op plek 2?
  3. Staat het voltooid deelwoord vóór worden aan het einde?
  4. Is door + persoon echt nodig, of kan het weg?
  5. Als er geen onderwerp is: past er?
  1. Vorm: Modaal werkwoord + voltooid deelwoord + worden
  2. moeten + passief = verplichting
  3. kunnen + passief = mogelijkheid
  4. mogen + passief = toestemming/verbod
Modaal werkwoordVoorbeeld
MoetenDe oudere moet dagelijks goed verzorgd worden.
KunnenDe woning kan eenvoudig aangepast worden voor zorg.
MogenHier mag geen medische apparatuur geplaatst worden.

Uitzonderingen!

  1. door + persoon is optioneel en vaak weggelaten.
  2. Gebruik vaak er bij passief als er geen lijdend voorwerp is.

Oefening 1: Meerkeuze

Instructie: Kies het juiste antwoord

1. De oudere ____ elke ochtend op tijd gewassen worden.


2. Met een kleine woningaanpassing ____ de badkamer veiliger gemaakt worden.


3. In deze kamer ____ geen medische apparatuur geplaatst worden.


4. Er ____ eerst met de familie gesproken worden voordat er een besluit komt.


Oefening 2: Herschrijf de zinnen

Instructie: Herschrijf de zin met een modaal werkwoord + passief (moeten/kunnen/mogen): modaal werkwoord + voltooid deelwoord + worden.

Toon/verberg hints
  1. Hint Hint (moeten) De thuiszorg moet de medicijnen elke ochtend controleren.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    De medicijnen moeten elke ochtend gecontroleerd worden.
  2. Hint Hint (kunnen) De onderhoudsmonteur kan de lift vandaag repareren.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    De lift kan vandaag gerepareerd worden.
  3. Hint Hint (mogen) Je mag in deze ruimte geen medische apparatuur neerzetten.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    In deze ruimte mag geen medische apparatuur geplaatst worden.
  4. Hint Hint (moeten) De gemeente moet de aanvraag binnen twee weken behandelen.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    De aanvraag moet binnen twee weken behandeld worden.

Oefening 3: Meerkeuze

Instructie: Kies per blok de correcte zin.

1.
Fout: na het modale werkwoord staat het voltooid deelwoord; het moet zijn "gegeven worden", niet "geven worden".
2.
Fout: na "kan" moet het voltooid deelwoord staan: "geregeld"; "regelen worden" is grammaticaal onjuist.

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage

Profile Picture

Yoni De Ketelaere

Bachelor in International Business Management

HOGENT

University_Logo

België


Laatst bijgewerkt:

donderdag, 07/05/2026 23:02