De voltooid verleden tijd (plusquamperfectum) beschrijft een actie of situatie die vóór een andere actie of situatie in het verleden gebeurde.
- Vorm: onvoltooid verleden tijd van het hulpwerkwoord had/was + voltooid deelwoord.
- Het verleden in het verleden: Als je twee acties in het verleden beschrijft, en één actie gebeurde eerder dan de andere, gebruik je de voltooid verleden tijd voor de actie die het langst geleden is, en de onvoltooid verleden tijd voor de andere actie.
| Persoon | Studeren | Toelaten |
|---|---|---|
| ik | had gestudeerd | was toegelaten tot |
| jij | had gestudeerd | was toegelaten tot |
| hij/zij/het | had gestudeerd | was toegelaten tot |
| wij | hadden gestudeerd | waren toegelaten tot |
| jullie | hadden gestudeerd | waren toegelaten tot |
| zij | hadden gestudeerd | waren toegelaten tot |
Uitzonderingen!
- Een niet-gebeurd verleden (geen realiteit): De voltooid verleden tijd kan ook gecombineerd worden met modale werkwoorden zoals moeten, kunnen, willen en mogen om een actie te beschrijven die in het verleden niet is gebeurd of waarvan men spijt heeft.
Oefening 1: Meerkeuze
Instructie: Kies het juiste antwoord
1. Toen ik het inschrijvingsformulier inleverde, ___ ik alle benodigde documenten al verzameld.
2. Ik ___ toegelaten tot de opleiding, maar ik wist het pas toen ik de e-mail las.
3. We ___ al met de decaan gesproken voordat we een schooltype kozen.
4. Jij ___ meer moeten studeren, want je was bijna niet toegelaten tot die studierichting.
Oefening 2: Herschrijf de zinnen
Instructie: Herschrijf de zinnen met de voltooid verleden tijd (had/was + voltooid deelwoord). Gebruik die tijd voor de actie die eerder dan een andere verleden gebeurtenis plaatsvond (bv. Ik kwam te laat, omdat ik de bus had gemist).
-
Ik kwam te laat op het werk, omdat ik de trein miste.⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ VoorbeeldIk kwam te laat op het werk, omdat ik de trein had gemist.
-
We konden het museum niet in, want we kopen de tickets niet online.⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ VoorbeeldWe konden het museum niet in, want we hadden de tickets niet online gekocht.
-
Zij was erg opgelucht, omdat ze eindelijk een appartement vindt.⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ VoorbeeldZij was erg opgelucht, omdat ze eindelijk een appartement had gevonden.
-
Hij mocht het examen doen, omdat hij zich op tijd inschrijft.⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ VoorbeeldHij mocht het examen doen, omdat hij zich op tijd had ingeschreven.
Oefening 3: Grammatica in actie
Instructie: Voer een kort gesprek en leg uit wat al eerder gebeurd was vóór de keuze.
- Welke studierichting had je al overwogen en waarom twijfelde je tussen opties?
- Wat hadden jullie al uitgezocht over de opleiding, de vakken en de campus?
- het inschrijvingsformulier al ingevuld hebben
- toegelaten zijn tot het bijzonder onderwijs
- zich specialiseren in een studierichting
- ik had gestudeerd
- ik was toegelaten tot
- wij hadden ons aangemeld