had + kunnen / moeten / willen
Haal je boekGebruik van had moeten + kunnen / moeten / willen om een oordeel of ongerealiseerde wens te evalueren, bijvoorbeeld in terugblik of alternatieve scenario's.
- Had + moeten + infinitief = iets moest gebeuren, maar gebeurde niet.
- Had + kunnen + infinitief = iets was mogelijk, maar werd niet gedaan.
- Had + willen + infinitief = er was een intentie, maar het gebeurde niet.
| Vorm | Voorbeeld |
|---|---|
| Had + moeten + infinitief | Ik had dat nachtkastje nog moeten afstoffen. |
| Had + kunnen + infinitief | Ze hadden de ladekast kunnen verplaatsen |
| Had + willen + infinitief | Ik had je nog willen spreken over jouw interieur. |
Oefening 1: Meerkeuze
Instructie: Kies het juiste antwoord
Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.
1. Ik ___ de plank boven de bank nog moeten ophangen, maar ik was het vergeten. Ik had de plank boven de bank nog moeten ophangen, maar ik was het vergeten.
2. We ___ het tapijt beter kunnen vervangen, want nu past het niet bij de gordijnen. We hadden het tapijt beter kunnen vervangen, want nu past het niet bij de gordijnen.
3. Ik ___ je nog willen spreken over de wanddecoratie, maar je was al weg. Ik had je nog willen spreken over de wanddecoratie, maar je was al weg.
4. Jullie hadden de ladekast eerst ___ meten, anders past hij niet in de opbergruimte. Jullie hadden de ladekast eerst moeten meten, anders past hij niet in de opbergruimte.
Oefening 2: Herschrijf de zinnen
Instructie: Herschrijf de zinnen met had/hadden + moeten/kunnen/willen + infinitief (bijv. "Ik heb de huisarts niet gebeld." → "Ik had de huisarts moeten bellen.").
Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.
-
(moeten) Ik heb de e-mail naar mijn leidinggevende niet op tijd verstuurd.⇒ ____________________________________________________________________________________________________ VoorbeeldIk had de e-mail naar mijn leidinggevende op tijd moeten versturen.
-
(kunnen) We hebben de offerte niet vergeleken met die van een andere leverancier.⇒ ____________________________________________________________________________________________________ VoorbeeldWe hadden de offerte met die van een andere leverancier kunnen vergelijken.
-
(willen) Ik heb je gisteren niet teruggebeld.⇒ ____________________________________________________________________________________________________ VoorbeeldIk had je gisteren willen terugbellen.
-
(moeten) Hij heeft zijn afspraak bij de gemeente vergeten.⇒ ____________________________________________________________________________________________________ VoorbeeldHij had zijn afspraak bij de gemeente niet moeten vergeten.
Oefening 3: Meerkeuze
Instructie: Kies de juiste zin.
Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.