Zitten / Staan / Lopen + te + infinitief

Zitten / Staan / Lopen + te + infinitief


Gebruik "staan, zitten of lopen" om aan te geven dat iemand ergens mee bezig is. Deze constructie is gelijk aan 'aan het + infinitief'.

Wanneer gebruik je zitten/staan/lopen + te + infinitief?

Met zitten/staan/lopen + te + infinitief beschrijf je een handeling die op dit moment bezig is (of bezig was) én je geeft vaak een beeld van de situatie.

  • zitten te … = bezig (vaak: rustig, op een plek) zonder dat “zitten” letterlijk belangrijk is
  • staan te … = bezig (vaak: alert, in een wachthouding, “klaar om…”)
  • lopen te … = bezig (vaak: rondgaan, herhaald proberen, “overal zoeken”)

Vergelijk: “De monteur wacht.” (neutraal) vs. “De monteur staat te wachten.” (je ziet hem daar staan wachten)

De vorm: zo bouw je de zin

Stap Wat zet je neer? Voorbeeld
1 Vervoegd zitten/staan/lopen Ik zit … / Hij staat … / Wij lopen
2 te Ik zit te
3 Het hele werkwoord (infinitief) Ik zit te zoeken.
  • Let op: te hoort er bijna altijd bij: Ik zit zoekenIk zit te zoeken.
  • In vragen/hoofdzinnen blijft het gewoon dezelfde combinatie: Zit je te wachten?

Welke tijd? (nu, verleden, met “aan het”)

  • Nu: Ik zit te wachten op een reactie.
  • Verleden: Ik zat te surfen toen de verbinding wegviel.

Je kunt dit vaak vergelijken met aan het + infinitief:

  • Ik ben aan het zoeken. (neutraal: bezig)
  • Ik zit te zoeken. (meer beeld/gevoel: je ziet me zoeken)

Betekenisnuances: kies het juiste hulpwerkwoord

Constructie Typisch effect Natuurlijk voorbeeld
zitten te + ww bezig, vaak langer of “ik ben ermee bezig” Ik zit te werken aan de planning.
staan te + ww wachten/klaarstaan; zichtbaar “in de houding” De monteur staat te wachten bij de router.
lopen te + ww rondgaan, herhaald proberen, onrust/gedoe We lopen te zoeken naar het wachtwoord.

Praktische tip: als je “bezig zijn met…” in je hoofd hebt, zit je vaak goed.

Veelgemaakte fouten (en hoe je ze checkt)

  • 1) “te” vergeten
    De monteur staat wachten.
    De monteur staat te wachten.
  • 2) Verkeerd hulpwerkwoord (je bedoelt “bezig”, maar gebruikt “zijn”)
    Ik ben te wachten.
    Ik zit te wachten. / Ik sta te wachten. (afhankelijk van de situatie)
  • 3) Een combinatie die niet past bij het beeld

    Bij “wachten bij de deur” klinkt staan te wachten vaak natuurlijker dan zitten te wachten. Maar beide kunnen, afhankelijk van de context (bv. op een stoel in de wachtruimte).

Snelle zelfcheck (30 seconden)

  1. Gaat het om een handeling die bezig is?
  2. Wil je een beeld geven (iemand zit/staat/loopt terwijl hij iets doet)?
  3. Heb je de vorm: vervoegd werkwoord + te + infinitief?

Als je 3× “ja” hebt: dan is deze constructie precies wat je nodig hebt.

  1. Vervoegd werkwoord + te + infinitief.
ConstructieVoorbeeld (Volledige zin)
Zitten + te + infinitiefDe provider zit te werken aan de verbinding.
Staan + te + infinitiefDe monteur staat te wachten bij de router.
Lopen + te + infinitiefWij lopen te zoeken naar een dataplan.

Oefening 1: Meerkeuze

Instructie: Kies per blok de correcte zin.

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

1.
Fout: na 'zit' hoort 'te' te staan: 'zit te zoeken'.
2.
Fout: 'te' ontbreekt; het moet zijn 'staat te wachten'.

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage

Profile Picture

Mutiara Nugroho Tri Satio

Organisatie en Management - Bedrijf en Talen

Artevelde University of Applied Sciences

University_Logo

België


Laatst bijgewerkt:

vrijdag, 29/05/2026 18:54