1. Woordenschat (14)

Дрехата (дреха) — Облекло Show

Kledingstuk (kleding) — kleding Show

Мярка (номер) — Размер Show

Maat (nummer) — maat Show

Опитвам/Опитам — Пробвам дреха Show

Passen/proberen — kleding passen Show

Наличен/Налична — Има в магазина Show

Beschikbaar — in de winkel aanwezig Show

Полица — Рафтове/щендер за дрехи Show

Rek — kledingrek/etage Show

Огледало — За пробната и проверка Show

Spiegel — voor pashokje en controle Show

Пробна (кабинa) — Стая за обличане Show

Pashokje (cabine) — kleedkamer Show

Плат — Материя Show

Stof — materiaal Show

Цвят — Оттенък на дрехата Show

Kleur — tint van het kledingstuk Show

Твърде малко/Твърде голямо — Подходящ/Не подходящ размер Show

Te klein/te groot — past/niet passend Show

Отстъпка — Намаление Show

Korting — uitverkoop Show

Връщам/Върна — Връщам дреха в магазина Show

Terugbrengen/teruggeven — kleding terugbrengen naar de winkel Show

Вземам/Вземам — Купувам (вземете това в моя размер) Show

Meenemen/kopen — kopen (neem dit in mijn maat) Show

Колко струва? — Попитайте за цена Show

Hoeveel kost het? — vraag naar de prijs Show

2. Oefeningen

Oefening 1: Examenvoorbereiding

Instructie: Lees de tekst, vul de lege plekken in met de ontbrekende woorden en beantwoord de vragen hieronder


Намаление в магазин за дрехи

Woorden om te gebruiken: Може, размери, палто, цветове, дреха, струва, панталони, пробни, ризи, пробват

(Oefening in een kledingwinkel voor koppels)

Днес в големия магазин за дрехи „Мода плюс“ има намаление. На входа има лист: „Ново за мъже и жени. Различни и .“ До палтата има , и малки поли. Под всяка има етикет с цена.

В дъното на магазина има три кабинки. Там клиентите дрехите. Ако размерът не е добър, те питат продавач-консултанта: „ ли по-малък размер?“ или „Може ли по-голям размер?“. Продавачът търси подходяща дреха и казва цената: „Това 85 лева.“
Een dag in de kledingwinkel voor koppels heet “Moda Plus” en dat is de naam. Bij de ingang hangt een bord: “Nieuwe collectie voor mannen en vrouwen. Verschillende kleuren en maten.” In de etalage liggen panelen met broeken, rokken en korte jurken. Onder elke jurk hangt een prijskaartje met de prijs.

In de paskamer hangen drie proefhokjes. Sommige klanten passen broeken. Als de maat niet goed is, vraagt de verkoopmedewerker: “Kan het ietsje kleiner?” of “Kan het ietsje groter?”. De verkoper helpt de klant de jurk aan te trekken en noemt de prijs: “Die jurk kost 85 leva.”

  1. Какви дрехи има в магазина „Мода плюс“? Опишете накратко.

    (Welke kledingstukken liggen er in de winkel “Moda Plus”? Schrijf enkele voorbeelden op.)

  2. Къде в магазина клиентите могат да пробват дрехите?

    (Wanneer passen klanten kleding?)

  3. Какво казва клиентът, ако иска друг размер?

    (Hoeveel kost de jurk waarvan de maat anders is?)

  4. Бихте ли купили дрехи от такъв магазин? Защо? (Отговорете с 1–2 изречения.)

    (Zou je die jurk kopen uit zo’n winkel? Waarom? (Antwoord in 1–2 zinnen.))

Oefening 2: Een woord matchen

Instructie: Koppel elk begin aan het juiste einde.

Извинете, имате ли риза в син цвят? (Vind je het mooi, fel of een kleur voor de lente?)
Може ли по-голям размер на този панталон? (Kan het een beetje groter zijn op dit behang?)
Къде е пробната кабинка? Искам да пробвам палтото. (Waar zit het probleem met de kabel? Ik denk dat we het snel kunnen repareren.)
Тези обувки са много удобни, но цветът не ми харесва. (De tekst voelt heel prettig aan, maar de kleur valt me niet op.)

Oefening 3: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste oplossing

1. Аз ___ черно яке, вие имате ли такова в мой размер?

(Als ___ geld nodig hebt, wil je het in mijn maat doen?)

2. Извинете, вие ___ ли утре, за да пробвам тези панталони?

(Vertel me, wil je ___ werken of stoppen om de testplaten te controleren?)

3. Тази блуза ми ___ тясна, имате ли по-голям размер?

(Die blouse zit ___ los, wil je hem iets strakker maken?)

4. Може ли да ___ тази риза, защото не знам кой размер нося?

(Mag ik ___ die maat passen, zodat ik weet welke maat het is?)

Oefening 4: Gesprekskaarten

Instructie: Kies een situatie en oefen het gesprek met je docent of medestudenten.

Oefening 5: Reageer op de situatie

Instructie: Oefen in tweetallen of met je docent.

1. Ти си в магазин за дрехи в мола. Искаш панталон за работа и не знаеш кой номер да вземеш. Попитай продавача за твоя размер. (Използвай: размерът, малък, голям)

(Je bent in een winkel om een broek te kopen. Vraag naar de taillemaat en zeg welke maat je nodig hebt. Vertel de verkoper je taillemaat. (Voorbeelden: maat, klein, groot))

Моят размер е  

(Mijn taillemaat is ...)

Voorbeeld:

Моят размер е 48, но този панталон е малък за мен.

(Mijn taillemaat is 48, maar deze broek is te klein voor mij.)

2. Ти си в малък магазин в квартала. Виждаш хубаво зимно палто, но не си сигурен дали е достатъчно топло. Помоли продавача да ти каже какво е палтото и за какво е подходящо. (Използвай: палтото, топло, зима)

(Je past een jas in een pashokje. Je ziet dat de mouw te kort is, maar je weet niet zeker of het aan de maat ligt. Vraag de verkoper of alle maten hetzelfde vallen en hoe de pasvorm is. (Voorbeelden: maat, pasvorm, stof))

Това палто е  

(Deze maat is ...)

Voorbeeld:

Това палто е топло и е добро за зима.

(Deze maat is smal en zit te strak rond mijn borst.)

3. Ти си в магазин и виждаш бяла риза за офиса. Харесва ти, но искаш да я пробваш преди да купиш. Помоли учтиво да я пробваш. (Използвай: пробвам, риза, може ли)

(Je hebt een probleem met een trui. Beschrijf het probleem en vraag of je het kunt ruilen of terugbrengen. Vraag ook of je een andere maat kunt proberen. (Voorbeelden: probleem, maat, misschien))

Може ли да  

(Kan ik ...)

Voorbeeld:

Може ли да пробвам тази бяла риза, моля?

(Kan ik deze trui ruilen? Hij heeft bobbels, alstublieft.)

4. Ти си в по-скъп магазин в центъра. Харесваш едно сако за работа, но за теб цената е висока. Попитай учтиво за цената и за отстъпка. (Използвай: цената, отстъпка, скъпо)

(Je bent in een goedkope winkel in het centrum. Je ziet een jas voor werk, maar de prijs is voor jou hoog. Vraag de verkoper naar de prijs en probeer of er korting mogelijk is. (Voorbeelden: prijs, korting, aankoop))

Извинете, цената е  

(Zou u mij kunnen vertellen, de prijs is ...)

Voorbeeld:

Извинете, цената е висока за мен, правите ли отстъпка за това сако?

(Zou u mij kunnen vertellen, de prijs is hoog voor een herenjas; kunt u misschien korting geven?)

Oefening 6: Schrijfopdracht

Instructie: Schrijf 3 of 4 zinnen over welke kleding je in één winkel zou dragen en welke maat je hebt.

Nuttige uitdrukkingen:

Търся … / Какъв размер носите? / Носѝя размер … / Искам този модел, но в друг цвят. / Може ли по-малък / по-голям размер?

Упражнение 7: Gespreksoefening

Инструкция:

  1. Кажете кой какво носи. (Zeg wie wat draagt.)
  2. Опишете какво носите. (Beschrijf wat je draagt.)

Richtlijnen tijdens het lesgeven +/- 10 minuten

Voorbeeldzinnen:

Той носи ръкавици.

Hij draagt handschoenen.

Тя носи колан.

Zij draagt een riem.

Като друг артикул облекло знам "рокля".

Een ander kledingstuk dat ik ken is 'jurk'.

Петра носи панталони и пуловер.

Petra draagt een broek en een trui.

Тя носи ботуши.

Zij draagt laarzen.

Майка ми носи очила.

Mijn moeder draagt een bril.

Какво обличаш днес?

Wat draag je vandaag?

...