1. Woordenschat (15)

Цената Show

De prijs Show

Плащане Show

Betaling Show

Давам (плащам) Show

Betalen (ik betaal) Show

Плащавам (връщам рестото) Show

Teruggeven (wisselgeld teruggeven) Show

Карта (банкова карта) Show

Pinnen (bankpas) Show

В брой Show

Contant Show

Чакам си рестото Show

Ik wacht op mijn wisselgeld Show

Сметка (фактура/чек) Show

Bon (rekening/bon) Show

Сметка, моля Show

Mag ik de rekening, alstublieft? Show

Ресто Show

Wisselgeld Show

Колко струва? Show

Hoeveel kost het? Show

Евро Show

Euro Show

Лев Show

Lev Show

Карта Show

Kaart Show

Промоция Show

Aanbieding Show

2. Oefeningen

Oefening 1: Examenvoorbereiding

Instructie: Lees de tekst, vul de lege plekken in met de ontbrekende woorden en beantwoord de vragen hieronder


В супермаркета „Евро Маркет“

Woorden om te gebruiken: карта, бон, касата, в, касов, касата, карта, брой, чекове

(In supermarkt 'Euro Market')

Днес Мария е в супермаркета „Евро Маркет“ в София. Тя иска да купи хляб, сирене и кафе. До всеки продукт има етикет с цена в левове. На един етикет пише: „Хляб – 2,10 лв.“, на друг: „Сирене – 12,50 лв. за килограм“. До има малък надпис: „Приемаме плащане и с . Не приемаме .“

Мария отива на . Касиерката сканира продуктите и казва: „Общо 23,40 лв.“ Мария няма достатъчно пари в брой и пита: „Мога ли да платя с ?“ Касиерката кимва и казва: „Да, разбира се.“ След плащането Мария получава и го слага в портфейла си. Тя гледа сметката и си мисли: „В България цените са различни. Някои неща са евтини, други са по-скъпи.“
Vandaag is Maria in de supermarkt 'Euro Market' in Sofia. Ze gaat boodschappen doen: groenten, kaas en koffie. Bij elk product staat links een prijs. Op het ene etiket staat: "Appels – 2,10 lv.", op het andere: "Kaas – 12,50 lv. per kilo". Daarnaast hangt een klein briefje: "We verkopen brood in plakken en per stuk. We verkopen geen koekjes."

Maria kiest de kaas. De caissière scant de producten en zegt: "Samen 23,40 lv." Maria vraagt beleefd aan de caissière: "Mag ik met mijn kaart betalen?" De caissière knikt en zegt: "Ja, dat kan." Daarna krijgt Maria de kassabon, betaalt contant en loopt blij de winkel uit. Ze kijkt naar het etiket en lacht: "In Bulgarije zijn de prijzen verschillend. Sommige hebben korting, andere bijna geen korting."

  1. Къде е Мария и какво иска да купи?

    (Waar is Maria en wat gaat ze kopen?)

  2. Какви начини на плащане има в супермаркета?

    (Hoe begin je met betalen in de winkel?)

  3. Ти как предпочиташ да плащаш в магазин – в брой или с карта? Защо?

    (Hoe bied je aan om met een kaart te betalen? Leg uit.)

Oefening 2: Een woord matchen

Instructie: Koppel elk begin aan het juiste einde.

Извинете, колко струва този бележник, моля?. (Vertel eens, hoe groot is de kast — denk je dat hij wit is?)
Мога ли да платя с карта, не в брой?. (Kun je het met een kaartje vouwen, niet in de doos, hoor?)
Има ли отстъпка, ако купя два чифта обувки?. (Zou je graag reageren, en koop je twee kopjes koffie?)
Сметката, моля, може ли отделно за мен?. (Meisje, lieverd, mag ik het je even geven?)

Oefening 3: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste oplossing

1. Колко струва този хляб, колко лева ___ обикновено?

(Hoeveel koeien heeft de boer? Hoeveel koeien ___ hij?)

2. Аз ___ с карта, защото нямам пари в брой.

(Als ___ met de auto kom, breng ik je later naar huis.)

3. Извинете, ___ ли да платите в брой или с карта?

(Weet je, ___ het om in de auto zitten of met de auto rijden?)

4. Те винаги ___ в евро, когато са в България.

(De wijn wordt ___ in Europa, ook wanneer hij in Bulgarije geproduceerd wordt.)

Oefening 4: Gesprekskaarten

Instructie: Kies een situatie en oefen het gesprek met je docent of medestudenten.

Oefening 5: Reageer op de situatie

Instructie: Oefen in tweetallen of met je docent.

1. Ти си в супермаркет. Имаш две бутилки вино и питаш касиерката за цената. Попитай учтиво за цената. (Използвай: цената, Колко струва?, моля)

(Je bent in de supermarkt. Pak twee flessen wijn en betaal bij de kassa. Vraag om de rekening. (Voorbeelden: de rekening, Hoeveel kost het?, alstublieft))

Извинете, цената  

(Zeg: de rekening ...)

Voorbeeld:

Извинете, цената на това вино каква е, моля?

(Zeg: De rekening voor de twee flessen wijn, alstublieft. Hoeveel kost het?)

2. Ти си в малък магазин за дрехи. Купуваш риза и искаш да кажеш как ще платиш. Кажи, че плащаш с карта. (Използвай: карта, да платя, не в брой)

(Je bent in een kleine kruidenier in de stad. Je hebt brood en vraagt of ze het zoals altijd willen inpakken. Vraag ook om de menukaart / kaart. (Voorbeelden: de kaart, mag ik..., niet in een plastic zak))

Искам да платя  

(Zeg: mag ik ...)

Voorbeeld:

Искам да платя с картата, не в брой.

(Zeg: Mag ik de kaart erbij en kunt u het brood inpakken, niet in een plastic zak, alstublieft?)

3. Ти си в ресторант с колега. Яденето свърши и искаш сметката. Помоли сервитьора учтиво за сметката. (Използвай: сметката, да платя, моля)

(Je bent in een restaurant met een collega. Je bestelt iets vreemds en vraagt om een bord. Vraag de ober om het bord te brengen en help eventueel met klaarmaken van het bord. (Voorbeelden: het bord, mag ik..., alstublieft))

Извинете, може ли  

(Zeg: mag ik ...)

Voorbeeld:

Извинете, може ли сметката, моля? Искам да платя.

(Zeg: Mag ik het bord, alstublieft? Ik wil het graag op het bord leggen.)

4. Ти си в хотел в София. Плащаш за престоя и искаш разписка за фирмата. Помоли за разписка. (Използвай: разписка, ДДС, престой)

(Je bent in een hotel in Sofia. Je vraagt naar de receptie en om een folder en een kopie van een formulier. Vraag om de folder en de kopie. (Voorbeelden: folder, receptie, formulier))

Може ли разписка  

(Zou ik de folder ...)

Voorbeeld:

Може ли разписка за престоя с ДДС, моля?

(Zou ik de folder en een kopie van het formulier mogen, alstublieft?)

Oefening 6: Schrijfopdracht

Instructie: Schrijf 4 of 5 zinnen over je laatste bezoek aan een supermarkt — welke dingen je kocht en hoe je betaalde.

Nuttige uitdrukkingen:

Колко струва това? / Мога ли да платя в брой? / Мога ли да платя с карта? / Общо плащам … лева.

Упражнение 7: Gespreksoefening

Инструкция:

  1. Представете си, че сте на пазара. Какво бихте искали да купите? Как плащате? (Stel je voor dat je op de markt bent. Wat zou je willen kopen? Hoe betaal je?)
  2. Назовете и обсъдете цените. Дали е евтино или скъпо? Попитайте за отстъпка. (Noem en bespreek de prijzen. Is het goedkoop of duur? Vraag om een korting.)

Richtlijnen tijdens het lesgeven +/- 10 minuten

Voorbeeldzinnen:

Искам да купя хляб и ябълки.

Ik wil wat brood en appels kopen.

Не искам да купувам нищо.

Ik wil niets kopen.

Портокалите са доста скъпи.

De sinaasappels zijn behoorlijk duur.

Лукът е евтин.

De uien zijn goedkoop.

Мога ли да платя в брой или с карта?

Kan ik contant betalen of met pin?

Има ли отстъпка за зеленчуците?

Is er een korting op de groenten?

Колко струват портокалите?

Hoeveel kosten de sinaasappels?

Ябълките струват три евро и петдесет цента.

De appels kosten drie euro vijftig.

...