B1.2 - Writing e-mails and letters
B1.2 - Writing e-mails and letters

B1.2 - Writing e-mails and letters - Vocabulary

E-mails en brieven schrijven


Vocabulary (22)

De zender Show

The sender Show

De ontvanger Show

The recipient Show

Het onderwerp Show

The subject Show

De boodschap Show

The message Show

Het e-mailadres Show

The e-mail address Show

In bijlage Show

Attached Show

Toevoegen (aan) Show

Add (to) Show

Doorsturen Show

Forward Show

Sturen (aan/naar) Show

Send (to) Show

Verwerken in Show

Process into Show

Beantwoorden (aan) Show

Reply (to) Show

Reageren (op) Show

Respond (to) Show

Verzoeken om Show

Request (for) Show

Opmaken uit Show

Deduce from Show

Betrekken bij Show

Involve in Show

Uitkijken naar Show

Look forward to Show

Terugkomen op Show

Return to Show

Terugkomen van Show

Recover from Show

Alvast bedankt Show

Thanks in advance Show

Met vriendelijke groeten Show

Kind regards Show

Beste Show

Dear Show

Bedanken (voor) Show

Thank (for) Show

Doorsturen (to forward)

Voltooid tegenwoordige tijd (VTT)


(ik) heb doorgestuurd
(jij/je) hebt doorgestuurd
(hij/zij/ze/het) heeft doorgestuurd
(wij/we) hebben doorgestuurd
(jullie) hebben doorgestuurd
(zij/ze) hebben doorgestuurd

Beantwoorden (to answer)

Voltooid tegenwoordige tijd (VTT)


(ik) heb beantwoord
(jij/je) hebt beantwoord
(hij/zij/ze/het) heeft beantwoord
(wij/we) hebben beantwoord
(jullie) hebben beantwoord
(zij/ze) hebben beantwoord