B1.2 - Escrever e-mails e cartas
B1.2 - Escrever e-mails e cartas

B1.2 - Escrever e-mails e cartas - Vocabulário

E-mails en brieven schrijven


Vocabulário (23)

"De zender Mostrar

O remetente Mostrar

De ontvanger Mostrar

O destinatário Mostrar

Het onderwerp Mostrar

O assunto Mostrar

De boodschap Mostrar

A mensagem Mostrar

Het e-mailadres Mostrar

O endereço de e‑mail Mostrar

Alvast bedankt Mostrar

Desde já obrigado/a Mostrar

Met vriendelijke groeten Mostrar

Atenciosamente Mostrar

Beste Mostrar

Caro / Cara Mostrar

In bijlage Mostrar

Em anexo Mostrar

Toevoegen (aan) Mostrar

Adicionar (a) Mostrar

Sturen (aan/naar) Mostrar

Enviar (para) Mostrar

Op prijs stellen Mostrar

Apreciar Mostrar

Reageren (op) Mostrar

Responder (a) Mostrar

Bedanken (voor) Mostrar

Agradecer (por) Mostrar

Terugkomen op Mostrar

Retornar a (assunto) Mostrar

Terugkomen van Mostrar

Recuperar-se de / voltar de Mostrar

Verzoeken om Mostrar

Solicitar (algo) Mostrar

Beantwoorden (aan) Mostrar

Responder (a) Mostrar

Verwerken in Mostrar

Processar em / incluir em Mostrar

Betrekken bij Mostrar

Envolver em / incluir em Mostrar

Opmaken uit Mostrar

Inferir de Mostrar

Uitkijken naar Mostrar

Aguardar com expectativa Mostrar

Doorsturen Mostrar

Encaminhar Mostrar

Geven (dar)

Voltooid tegenwoordige tijd (VTT)


(ik) heb gegeven
(jij/je) hebt gegeven
(hij/zij/ze/het) heeft gegeven
(wij/we) hebben gegeven
(jullie) hebben gegeven
(zij/ze) hebben gegeven

Doorsturen (enviar)

Voltooid tegenwoordige tijd (VTT)


(ik) heb doorgestuurd
(jij/je) hebt doorgestuurd
(hij/zij/ze/het) heeft doorgestuurd
(wij/we) hebben doorgestuurd
(jullie) hebben doorgestuurd
(zij/ze) hebben doorgestuurd

Beantwoorden (responder)

Voltooid tegenwoordige tijd (VTT)


(ik) heb beantwoord
(jij/je) hebt beantwoord
(hij/zij/ze/het) heeft beantwoord
(wij/we) hebben beantwoord
(jullie) hebben beantwoord
(zij/ze) hebben beantwoord