B1.29 - Your work contract
B1.29 - Your work contract

B1.29 - Your work contract - Vocabulary

Je arbeidsovereenkomst


Vocabulary (23)

Het loon Show

Salary Show

De werknemer Show

The employee Show

De werkloosheidsuitkering Show

Unemployment benefit Show

Loonsverhoging Show

Pay raise Show

Flexibele werktijden Show

Flexible working hours Show

Bedrijfsopleiding Show

Company training Show

Doorstroommogelijkheden Show

Career progression opportunities Show

Arbeidsvoorwaarden onderhandelen Show

Negotiate employment conditions Show

Een vast contract aanbieden Show

Offer a permanent contract Show

Het contract beëindigen Show

Terminate the contract Show

Het ontslag op staande voet Show

Summary dismissal Show

Ontslag nemen Show

Resign Show

Staken Show

Go on strike Show

Zich houden aan Show

Comply with Show

Zich onttrekken aan Show

Evade Show

Zich bedienen van Show

Make use of Show

Instaan voor Show

Be responsible for Show

Vrijstellen van Show

Exempt from Show

Ontheffen van Show

Relieve of Show

Afwijken van Show

Deviate from Show

Aan de slag gaan bij/met Show

Start working at/with Show

Bespreken Show

Discuss Show

Staan op Show

Insist on Show

Gaan (to go)

Conditionele Verleden Tijd (CVT)


(ik) zou gegaan zijn
(jij/je) zou gegaan zijn
(hij/zij/ze/het) zou gegaan zijn
(wij/we) zouden gegaan zijn
(jullie) zouden gegaan zijn
(zij/ze) zouden gegaan zijn

Ontslag nemen (to resign)

Conditionele Verleden Tijd (CVT)


(ik) zou ontslag genomen hebben
(jij/je) zou ontslag genomen hebben
(hij/zij/ze/het) zou ontslag genomen hebben
(wij/we) zouden ontslag genomen hebben
(jullie) zouden ontslag genomen hebben
(zij/ze) zouden ontslag genomen hebben

Bespreken (to discuss)

Conditionele Verleden Tijd (CVT)


(ik) zou besproken hebben
(jij/je) zou besproken hebben
(hij/zij/ze/het) zou besproken hebben
(wij/we) zouden besproken hebben
(jullie) zouden besproken hebben
(zij/ze) zouden besproken hebben