A2.22 - Persoonlijke hygiëne
A2.22 - Persoonlijke hygiëne

A2.22 - Persoonlijke hygiëne - Oefeningen

Hygiène personnelle


Oefening 1: Een woord matchen

Instructie: Koppel de items die een verwante betekenis hebben.

Le gel douche — le savon pour le corps (De douchegel — de zeep voor het lichaam)
Se laver les mains — se nettoyer les mains (Je handen wassen — je handen schoonmaken)
le mien — à moi (de mijne — van mij)
la tienne — à toi (de jouwe — van jou)

Oefening 2: Examenvoorbereiding

Instructie: Lees de tekst, vul de lege plekken in met de ontbrekende woorden en beantwoord de vragen hieronder


Note d'information - Salle de sport : hygiène et vestiaires

Vul de lege plekken in: dentifrice, coton-tiges, nôtre, déodorant, vôtre, gel douche, shampoing, douche

(Informatienota - Sportschool: hygiëne en kleedkamers)

Pour le confort de tous, merci de respecter ces règles aux vestiaires. Après l'entraînement, prenez une et utilisez votre ou votre savon pour les mains. Séchez-vous bien et mettez du . Ne laissez pas de ni d'emballages dans les casiers.

À la réception, nous vendons aussi des produits de base : , , brosse à dents et rasoir. Si vous oubliez quelque chose, demandez-nous. Pour éviter les erreurs, ne prenez pas le savon d'une autre personne : utilisez le ou demandez le .
Voor ieders comfort vragen we je deze regels in de kleedkamers te respecteren. Neem na de training een douche en gebruik je douchegel of je handzeep. Droog je goed af en doe deodorant op. Laat geen wattenstaafjes of verpakkingen in de kluisjes achter.

Bij de receptie verkopen we ook basisproducten: shampoo, tandpasta, tandenborstel en scheermes. Als je iets vergeet, vraag het ons. Om vergissingen te voorkomen, neem geen zeep van iemand anders: gebruik die van jezelf of vraag de onze.

  1. Quels produits sont proposés à la réception et quelles règles devez-vous suivre aux vestiaires après l'entraînement ?

    (Welke producten worden bij de receptie aangeboden en aan welke regels moet je je in de kleedkamers houden na de training?)

Oefening 3: Luistervaardigheid

Instructie: Luister naar het audiofragment en geef aan of de volgende uitspraken waar of onwaar zijn.

Je passe à la pharmacie après le travail. Je pars demain en déplacement et je veux préparer ma trousse de toilette. Je prends du gel douche et du shampoing, et aussi du dentifrice et une brosse à dents. Je cherche un déodorant, mais le rayon est presque vide, alors je demande au vendeur. Il me montre une marque, et j'en prends deux. À la caisse, j'ajoute du savon pour les mains et quelques coton-tiges.
(Ik ga na het werk langs bij de apotheek. Morgen ga ik op zakenreis en ik wil mijn toilettas klaarmaken. Ik neem douchegel en shampoo, en ook tandpasta en een tandenborstel. Ik zoek een deodorant, maar het schap is bijna leeg, dus vraag ik het aan de verkoper. Hij laat me een merk zien, en ik neem er twee. Aan de kassa voeg ik handzeep en een paar wattenstaafjes toe.)
Waar Onwaar

(Ze koopt producten omdat ze de volgende dag op zakenreis vertrekt.)

(Het schap is leeg, dus ze gaat weg zonder deodorant.)

(Ze doet handzeep en wattenstaafjes in haar mandje.)

Oefening 4: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste oplossing

1. Quand j'étais étudiant, je ___ rarement avant de sortir.

(Toen ik student was, ___ ik me zelden op voordat ik uitging.)

2. Au collège, tu ___ un peu pour les fêtes de fin d'année.

(Op de middelbare school ___ je je een beetje op voor de eindejaarsfeesten.)

3. Avant, elle ___ dans la salle de bains, mais elle prenait son temps.

(Vroeger ___ ze zich op in de badkamer, maar ze nam de tijd.)

Oefening 5: Gesprekskaarten

Instructie: Oefen het gesprek met je docent of medestudenten.

Oefening 6: Discussievragen

Instructie: Beantwoord de vragen met het vocabulaire uit dit hoofdstuk.

Nuttige uitdrukkingen:

Je me lave les mains avec… et ensuite je… / Je voudrais le mien / le vôtre, s'il vous plaît. / Pour moi, le meilleur, c'est…

  1. Le matin, quelle est votre routine d'hygiène avant d'aller au travail ? Dites deux ou trois actions et les produits que vous utilisez.
    Wat is ’s ochtends jouw hygiëneroutine voordat je naar je werk gaat? Noem twee of drie handelingen en de producten die je gebruikt.

    __________________________________________________________________________________________________________

  2. Vous êtes dans une pharmacie en France et vous cherchez un gel douche et un déodorant. Que demandez-vous au vendeur et lesquels préférez-vous ?
    Je bent in een apotheek in Frankrijk en je zoekt een douchegel en een deodorant. Wat vraag je aan de verkoper en welke heb je het liefst?

    __________________________________________________________________________________________________________

Oefening 7: Correspondentie schrijven

Instructie: Schrijf een antwoord op het volgende bericht dat passend is voor de situatie


Salut ! Je suis à la pharmacie/supermarché. Il n’y a presque plus de gel douche et de shampoing dans la salle de bain. Tu veux que je prenne aussi du dentifrice ou du savon pour les mains ?

Au fait, j’ai trouvé une brosse à dents près du lavabo. C’est la tienne ou la mienne ?

- Thomas


Hoi! Ik ben bij de apotheek/supermarkt. Er is bijna geen douchegel en shampoo meer in de badkamer. Wil je dat ik ook tandpasta of handzeep meeneem?

Trouwens, ik heb een tandenborstel bij de wastafel gevonden. Is dat die van jou of die van mij?

- Thomas


Nuttige zinnen:

  1. Tu peux prendre …, s’il te plaît ?

    (Kun je … meenemen, alsjeblieft?)

  2. Pour moi, il me faut … (et aussi …).

    (Voor mij heb ik … nodig (en ook …).)

  3. La brosse à dents est la mienne / la tienne, et le dentifrice est le mien / le tien.

    (De tandenborstel is van mij / van jou, en de tandpasta is van mij / van jou.)

Salut Thomas, merci ! Tu peux prendre un gel douche et un shampoing, s’il te plaît. Il me faut aussi du dentifrice et un savon pour les mains.
La brosse à dents près du lavabo est la mienne (la bleue). La tienne est dans le gobelet à côté du miroir.
Dis-moi combien je te dois. Merci !

Hoi Thomas, bedankt! Kun je alsjeblieft een douchegel en een shampoo meenemen. Ik heb ook tandpasta en een handzeep nodig.
De tandenborstel bij de wastafel is van mij (de blauwe). Die van jou staat in de beker naast de spiegel.
Zeg me hoeveel ik je moet betalen. Bedankt!