A2.25 - Gezonde voeding en gewoontes
A2.25 - Gezonde voeding en gewoontes

A2.25 - Gezonde voeding en gewoontes - Oefeningen

Alimentation saine et habitudes


Oefening 1: Een woord matchen

Instructie: Koppel de items die een verwante betekenis hebben.

manger sainement — avoir une alimentation saine (gezond eten — een gezond voedingspatroon hebben)
un régime équilibré — un menu varié (een evenwichtig dieet — een gevarieerd menu)
on mange une salade — nous mangeons une salade (we eten een salade — wij eten een salade)
on boit du thé — nous buvons du thé (we drinken thee — wij drinken thee)

Oefening 2: Examenvoorbereiding

Instructie: Lees de tekst, vul de lege plekken in met de ontbrekende woorden en beantwoord de vragen hieronder


Note interne - Défi déjeuner équilibré au bureau

Vul de lege plekken in: légumes, peser, poisson, soupe, sainement, féculent, fruit, viande

(Interne nota - Uitdaging evenwichtige lunch op kantoor)

La semaine prochaine, la cafétéria lance un « défi déjeuner équilibré ». Chaque jour, on choisit une assiette simple : une portion de , un et une protéine ( ou ). Pour varier, on peut aussi prendre une ou une salade, et garder un pour l’après-midi. Pensez aussi à boire de l’eau ou du thé.

Objectif : manger plus sans suivre un régime strict. Au tableau d’accueil, on note son menu pour planifier la semaine. Si on veut se , on le fait à la maison une fois par semaine. L’an dernier, on mangeait souvent trop vite ; cette fois, on prend aussi 5 minutes de respiration ou de méditation après le repas.
Volgende week lanceert de cafetaria een « uitdaging evenwichtige lunch ». Elke dag kiezen we een eenvoudig bord: een portie groenten, een zetmeelproduct en een eiwit (vlees of vis). Om te variëren kun je ook een soep of een salade nemen, en een stuk fruit bewaren voor de namiddag. Denk er ook aan water of thee te drinken.

Doel: gezonder eten zonder een strikt dieet te volgen. Op het mededelingenbord noteren we ons menu om de week te plannen. Als je je wilt wegen, doe je dat thuis één keer per week. Vorig jaar aten we vaak te snel; deze keer nemen we ook 5 minuten om te ademen of te mediteren na de maaltijd.

  1. Quels conseils du texte peux-tu utiliser pour planifier ton menu de la semaine et pourquoi ?

    (Welke adviezen uit de tekst kun je gebruiken om je weekmenu te plannen en waarom?)

Oefening 3: Luistervaardigheid

Instructie: Luister naar het audiofragment en geef aan of de volgende uitspraken waar of onwaar zijn.

Cette semaine, je veux manger plus sainement parce que je travaille beaucoup et je manque d'énergie. Pour lundi et mardi, je prévois une soupe de légumes le soir. Le midi, je prends une salade avec un fruit et du thé. Je ne mange de la viande qu'une fois dans la semaine et je préfère le poisson le jeudi. Je bois plus d'eau et je fais dix minutes de méditation après le travail. Ce régime doit rester équilibré, pas trop strict.
(Deze week wil ik gezonder eten omdat ik veel werk en ik weinig energie heb. Voor maandag en dinsdag plan ik ’s avonds een groentesoep. ’s Middags neem ik een salade met een stuk fruit en thee. Ik eet maar één keer per week vlees en ik verkies vis op donderdag. Ik drink meer water en ik doe tien minuten meditatie na het werk. Dit dieet moet in balans blijven, niet te streng.)
Waar Onwaar

(Ze organiseert haar maaltijden over meerdere dagen om meer energie te hebben tijdens de week.)

(Ze is van plan om elke avond vlees te eten.)

(Ze wil dat haar dieet in balans blijft en niet te streng is.)

Oefening 4: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste oplossing

1. À l'époque, quand on faisait un régime, on ___ chaque lundi matin.

(Vroeger, wanneer men op dieet ging, ___ men zich elke maandagochtend.)

2. Au cabinet, on ___ avant de parler d'une alimentation équilibrée.

(In de praktijk ___ men zich voordat men over een evenwichtige voeding sprak.)

3. Quand on préparait le menu de la semaine, on ___ pour suivre ses habitudes.

(Wanneer men het menu van de week voorbereidde, ___ men zich om zijn gewoonten te volgen.)

Oefening 5: Gesprekskaarten

Instructie: Oefen het gesprek met je docent of medestudenten.

Oefening 6: Discussievragen

Instructie: Beantwoord de vragen met het vocabulaire uit dit hoofdstuk.

Nuttige uitdrukkingen:

En général, on mange… / J’essaie de manger plus sainement, donc… / Cette semaine, on va préparer…

  1. Au travail, que mangez-vous et que buvez-vous souvent à midi ? Est-ce plutôt équilibré ?
    Op het werk, wat eet en drink je vaak ’s middags? Is het eerder evenwichtig?

    __________________________________________________________________________________________________________

  2. Pour la semaine prochaine, quels menus simples prévoyez-vous pour le soir (par exemple avec des légumes, du poisson ou de la soupe) ?
    Welke eenvoudige menu’s plan je voor volgende week voor ’s avonds (bijvoorbeeld met groenten, vis of soep)?

    __________________________________________________________________________________________________________

Oefening 7: Correspondentie schrijven

Instructie: Schrijf een antwoord op het volgende bericht dat passend is voor de situatie


Salut Camille,

Cette semaine, on essaie de manger plus sainement ? J'aimerais planifier un petit menu de lundi à vendredi et faire les courses ce soir. Tu préfères quoi : plutôt salade et soupe, ou un plat avec poisson / viande ? Tu as des idées avec des fruits et des légumes ?

Dis-moi aussi quels jours tu rentres tard, comme ça on prépare quelque chose de simple.

À tout à l'heure !
Alex


Hoi Camille,

Zullen we deze week proberen gezonder te eten? Ik zou graag een klein menu plannen van maandag tot vrijdag en vanavond boodschappen doen. Wat heb je liever: eerder salade en soep, of een gerecht met vis / vlees? Heb je ideeën met fruit en groenten?

Zeg me ook op welke dagen je laat thuiskomt, dan bereiden we iets simpels.

Tot zo!
Alex


Nuttige zinnen:

  1. On pourrait manger… (lundi/mardi)…

    (We zouden kunnen eten… (maandag/dinsdag)…)

  2. Je rentre tard… donc on fait quelque chose de simple, par exemple…

    (Ik kom laat thuis… dus doen we iets simpels, bijvoorbeeld…)

  3. Je peux acheter… au supermarché ce soir.

    (Ik kan vanavond bij de supermarkt… kopen.)

Salut Alex,

Bonne idée, oui on peut manger plus sainement cette semaine. Lundi : soupe de légumes et salade. Mardi : poisson avec riz complet et légumes. Mercredi je rentre tard, donc simple — salade avec poulet ou œufs. Jeudi : soupe et pain complet. Vendredi : pâtes complètes avec sauce tomate et légumes.

Je peux acheter des fruits (pommes, bananes) et des légumes (carottes, tomates, salade) ce soir. Tu peux prendre le poisson ?

À tout à l'heure !

Hoi Alex,

Goed idee, ja we kunnen deze week gezonder eten. Maandag: groentesoep en salade. Dinsdag: vis met zilvervliesrijst en groenten. Woensdag kom ik laat thuis, dus simpel — salade met kip of eieren. Donderdag: soep en volkorenbrood. Vrijdag: volkoren pasta met tomatensaus en groenten.

Ik kan vanavond fruit (appels, bananen) en groenten (wortels, tomaten, salade) kopen. Kun jij de vis nemen?

Tot zo!