Oefening 1: Een woord matchen
Instructie: Koppel de items die een verwante betekenis hebben.
Oefening 2: Examenvoorbereiding
Instructie: Lees de tekst, vul de lege plekken in met de ontbrekende woorden en beantwoord de vragen hieronder
Note du magasin : essayages et retours
Vul de lege plekken in: magasin, étiquette, taille, essayage, mode, enlever
(Winkelbericht: passen en retourneren)
Cette semaine, la boutique Rue & Style propose une sélection de pour le bureau. Les cabines d’ sont au fond du , près du miroir. Vérifiez l’ avant d’acheter et gardez le ticket. Les vêtements peuvent être essayés sur place, mais ils doivent rester propres.
Pour un retour, vous avez 14 jours. Le produit doit être dans son emballage et vous devez le vêtement avant de venir au comptoir. Pour échanger une robe ou un costume, demandez une autre . Les baskets et les chapeaux sont acceptés si l’étiquette est encore attachée.Deze week biedt de boetiek Rue & Style een selectie kleding voor op kantoor aan. De paskamers bevinden zich achter in de winkel, bij de spiegel. Controleer het label voordat u koopt en bewaar het bonnetje. Kleding kan ter plaatse gepast worden, maar moet schoon blijven.
Voor een retour heeft u 14 dagen. Het product moet in de verpakking zitten en u moet het kledingstuk uittrekken voordat u naar de balie komt. Om een jurk of een kostuum te ruilen, vraagt u een andere maat. Sneakers en hoeden worden geaccepteerd als het label nog vastzit.
-
Quels articles peut-on échanger et quelles sont les conditions pour un retour ?
(Welke artikelen kun je ruilen en wat zijn de voorwaarden voor een retour?)
Oefening 3: Luistervaardigheid
Instructie: Luister naar het audiofragment en geef aan of de volgende uitspraken waar of onwaar zijn.
| Waar | Onwaar | |
|---|---|---|
|
(Ze gaat winkelen om een outfit te vinden die geschikt is voor een zakelijke vergadering.) |
||
|
(Ze koopt sneakers om de vergadering bij te wonen, niet voor de verplaatsing.) |
||
|
(De jurk past haar niet, dus ze houdt hem niet.) |
Oefening 4: Meerkeuze
Instructie: Kies de juiste oplossing
1. Dans la cabine d'essayage, j'___ mon manteau avant d'essayer la robe.
(In het pashokje ___ ik mijn jas uit voordat ik de jurk pas.)2. Devant le miroir, tu ___ ton chapeau pour voir ta coiffure.
(Voor de spiegel ___ jij je hoed af om je kapsel te zien.)3. Au bureau, nous ___ nos baskets et nous mettons des chaussures plus formelles.
(Op kantoor ___ we onze sneakers uit en trekken we formelere schoenen aan.)Oefening 5: Gesprekskaarten
Instructie: Oefen het gesprek met je docent of medestudenten.
Oefening 6: Discussievragen
Instructie: Beantwoord de vragen met het vocabulaire uit dit hoofdstuk.
Nuttige uitdrukkingen:
D'habitude, je porte… / Je voudrais essayer… / Le magasin est près de…
-
Vous allez au travail en France – quelle tenue aimez-vous porter et pourquoi ?
Je gaat naar je werk in Frankrijk – welke kleding draag je graag en waarom?
__________________________________________________________________________________________________________
-
Vous êtes dans une friperie à Paris : où se situe le magasin (près de, devant, au bord de...) et quel vêtement voulez-vous essayer ?
Je bent in een kringloopwinkel in Parijs: waar bevindt de winkel zich (dicht bij, voor, aan de rand van...) en welk kledingstuk wil je passen?
__________________________________________________________________________________________________________
Oefening 7: Correspondentie schrijven
Instructie: Schrijf een antwoord op het volgende bericht dat passend is voor de situatie
Salut ! C’est Léa.
Demain, on a le dîner d’équipe et je ne sais pas quoi porter. Je vais passer au magasin près de la station après le travail.
Tu peux m’aider ? Tu préfères une robe ou un costume pour ce genre de soirée ? Et toi, tu mets quoi ?
Hoi! Ik ben Léa.
Morgen hebben we het teamdiner en ik weet niet wat ik moet aantrekken. Ik ga na het werk langs de winkel bij het station.
Kun je me helpen? Heb jij voor dit soort avond liever een jurk of een pak? En jij, wat trek jij aan?
Nuttige zinnen:
-
Pour le dîner, je te conseille de porter…
(Voor het diner raad ik je aan om… te dragen)
-
Moi, j’aime porter… parce que…
(Ik draag graag… omdat…)
-
Le magasin est près de…, donc tu peux…
(De winkel is dicht bij…, dus je kunt…)
Moi, j’aime porter un pantalon noir avec une chemise claire et une veste. C’est élégant et confortable. Essaie la robe dans la cabine d’essayage et regarde l’étiquette pour la taille. Le magasin est près de la station, donc tu peux y aller après le travail. Dis-moi ce que tu choisis !
Hoi Léa! Voor een teamdiner raad ik je een eenvoudige jurk of een licht pak aan, niet te formeel. Als je je op je gemak wilt voelen, kun je ook schone sneakers of platte schoenen dragen.
Ik draag graag een zwarte broek met een lichte blouse en een jasje. Dat is elegant en comfortabel. Pas de jurk in het pashokje en kijk op het label voor de maat. De winkel is dicht bij het station, dus je kunt er na het werk naartoe gaan. Laat me weten wat je kiest!