A2.27 - Kledingstijlen en mode
A2.27 - Kledingstijlen en mode

A2.27 - Kledingstijlen en mode - Oefeningen

Styles vestimentaires et mode


Oefening 1: Een woord matchen

Instructie: Koppel de items die een verwante betekenis hebben.

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

Essayer un vêtement — tester avant d’acheter (Een kledingstuk passen — testen vóór het kopen)
Enlever — retirer un vêtement (Uittrekken — een kledingstuk uittrekken)
Porter un vêtement — avoir un vêtement sur soi (Een kledingstuk dragen — een kledingstuk aan hebben)
près du magasin — à proximité du magasin (dicht bij de winkel — in de buurt van de winkel)

Oefening 2: Examenvoorbereiding (Audio)

Instructie: Lees de tekst, vul de lege plekken in met de ontbrekende woorden en beantwoord de vragen hieronder

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.


Note d'information - Tenue pour la journée « Client »

Vul de lege plekken in: magasin, essayé, mis, essayage, chapeaux, étiquette, baskets, taille, enlevé

(Informatienota - Kleding voor de « Klant »-dag)

Mardi prochain, notre équipe reçoit un client au bureau. Merci de choisir une tenue simple et soignée. Évitez les et les . Si vous devez acheter quelque chose, le de vêtements est à proximité de la station, près du métro. Les cabines d' sont au fond du magasin, devant les miroirs.

Pour gagner du temps, vérifiez la et l' avant de payer. Si un vêtement ne convient pas, vous pouvez l'échanger dans les 14 jours avec le ticket. Au dernier rendez-vous, plusieurs collègues ont une robe ou un costume, puis ont le vêtement trop grand et ont une autre taille.
Aanstaande dinsdag ontvangt ons team een klant op kantoor. Kies alstublieft een eenvoudige en verzorgde outfit. Vermijd sneakers en hoeden. Als je iets moet kopen, is de kledingwinkel vlak bij het station, dichtbij de metro. De paskamers zijn achterin de winkel, voor de spiegels.

Om tijd te besparen, controleer de maat en het label voordat je betaalt. Als een kledingstuk niet past, kun je het binnen 14 dagen met het bonnetje ruilen. Bij de laatste afspraak hebben meerdere collega’s een jurk of een kostuum gepast, daarna het te grote kledingstuk uitgedaan en een andere maat aangetrokken.

  1. Quelle tenue est recommandée pour la journée « Client » et où se trouvent les cabines d'essayage ?

    (Welke outfit wordt aanbevolen voor de « Klant »-dag en waar bevinden de paskamers zich?)

Oefening 3: Luistervaardigheid

Instructie: Luister naar de audio en beantwoord de vragen.

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

Demain, j'ai une présentation au travail, alors je vais au magasin après le bureau. Je cherche un costume simple mais je veux rester à la mode. En cabine d'essayage, j'essaie d'abord une robe, puis je l'enlève et je mets le costume. La taille du pantalon est un peu petite, alors je regarde l'étiquette et je prends une taille au-dessus. Je garde mes baskets et je prends juste un chapeau pour le trajet.
(Morgen heb ik een presentatie op het werk, dus ik ga na kantoor naar de winkel. Ik zoek een eenvoudig kostuum, maar ik wil wel modieus blijven. In het pashokje pas ik eerst een jurk, daarna doe ik die uit en trek ik het kostuum aan. De taille van de broek is een beetje klein, dus ik kijk op het label en neem een maat groter. Ik houd mijn sneakers aan en neem alleen een hoed voor onderweg.)
Waar Onwaar

(Ze doet boodschappen om zich voor te bereiden op een professionele presentatie.)

(In het pashokje past ze maar één kledingstuk.)

(De broek van het kostuum is te groot, dus neemt ze een kleinere maat.)

Oefening 4: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste oplossing

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

1. Dans le magasin, je ___ souvent des baskets pour être à l'aise.

(In de winkel ___ ik vaak sneakers om comfortabel te zijn.)

2. Hier, j'___ ___ une robe dans la cabine d'essayage près du miroir.

(Gisteren ___ ___ ik een jurk gepast in het pashokje bij de spiegel.)

3. Samedi, elle ___ ___ un chapeau devant la boutique pour la photo.

(Zaterdag ___ ___ ze een hoed op voor de boetiek voor de foto.)

Oefening 5: Gesprekskaarten

Instructie: Oefen het gesprek met je docent of medestudenten.

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

Oefening 6: Discussievragen (AI+)

Instructie: Spreken: vertaal en beantwoord (AI+)

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

Nuttige uitdrukkingen:

En général, je porte… / J'aime cette tenue parce que… / La cabine d'essayage est près de / devant / au fond de…

  1. Décris ta tenue préférée pour aller au travail ou à un rendez-vous - qu'est-ce que tu portes et pourquoi ?
    Beschrijf je favoriete outfit om naar het werk of naar een afspraak te gaan – wat draag je en waarom?

    __________________________________________________________________________________________________________

  2. Quand tu vas dans une friperie ou dans un magasin de vêtements, qu'est-ce que tu cherches et où essaies-tu les vêtements (par exemple près de l'entrée, au fond, devant la caisse) ?
    Wanneer je naar een kringloopwinkel of een kledingwinkel gaat, wat zoek je dan en waar pas je de kleding (bijvoorbeeld bij de ingang, achterin, voor de kassa)?

    __________________________________________________________________________________________________________

Oefening 7: Brief schrijven (AI+)

Instructie: Schrijf een antwoord op het volgende bericht dat passend is voor de situatie

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.


Salut ! C'est Julie.

Samedi, tu veux aller faire du shopping ? J'ai besoin d'une tenue pour la soirée de Paul. On peut se retrouver devant le magasin près de la station Châtelet à 15h. J'aimerais essayer une robe, mais je ne connais pas ma taille… Tu peux venir ? Et toi, tu portes quoi ?


Hoi! Ik ben Julie.

Zaterdag, wil je gaan shoppen? Ik heb een outfit nodig voor het feestje van Paul. We kunnen afspreken voor de winkel vlakbij het station Châtelet om 15.00 uur. Ik zou graag een jurk passen, maar ik weet mijn maat niet… Kun je komen? En jij, wat draag jij?


Nuttige zinnen:

  1. On peut se retrouver devant… à …

    (We kunnen afspreken voor… om…)

  2. Je veux essayer… dans la cabine d'essayage.

    (Ik wil… passen in het pashokje.)

  3. Pour la soirée, je vais porter…

    (Voor het feestje ga ik… dragen)

Salut Julie ! Oui, je peux venir samedi. On se retrouve devant le magasin près de la station Châtelet à 15h, c'est parfait. Moi, je veux essayer un costume simple et des baskets. Pour la soirée, je vais porter un costume noir et des baskets blanches. Pour ta robe, on peut regarder l'étiquette dans la cabine d'essayage et demander au vendeur ta taille. À samedi !

Hoi Julie! Ja, ik kan zaterdag komen. We spreken af voor de winkel vlakbij het station Châtelet om 15.00 uur, dat is perfect. Ik wil een eenvoudig pak en sneakers passen. Voor het feestje ga ik een zwart pak en witte sneakers dragen. Voor jouw jurk kunnen we het label in het pashokje bekijken en de verkoper om je maat vragen. Tot zaterdag!