Oefening 1: Een woord matchen
Instructie: Koppel de items die een verwante betekenis hebben.
Oefening 2: Examenvoorbereiding
Instructie: Lees de tekst, vul de lege plekken in met de ontbrekende woorden en beantwoord de vragen hieronder
Office de tourisme - idée de journée à Montmartre
Vul de lege plekken in: musée, balade, consultez, jamais, taxi, visite guidée, souvenirs
(Toeristenbureau - dagidee in Montmartre)
Office de tourisme - MontmartrePour une journée à Montmartre, commencez par une au jardin Louise-Michel et montez vers le Sacré-Cœur. Ensuite, une carte et passez par la rue des Abbesses pour voir le mur des « je t’aime ». Si vous aimez l’art, vous pouvez faire une ou entrer dans un .
Avant de partir, pensez aux billets : certains musées sont ouverts tous les jours, mais pas toute la journée. Si vous ne voulez prendre le métro, prenez un . Pour les , il y a de petites boutiques près de la place du Tertre et des statues dans les jardins.Toeristenbureau - Montmartre (Parijs)
Voor een dag in Montmartre begin je met een wandeling in de Louise-Michel-tuin en klim je omhoog naar de Sacré-Cœur. Bekijk daarna een kaart en ga via de Rue des Abbesses om de muur met « ik hou van je » te zien. Als je van kunst houdt, kun je een rondleiding doen of een museum binnengaan.
Denk vóór je vertrekt aan de tickets: sommige musea zijn elke dag open, maar niet de hele dag. Als je nooit de metro wilt nemen, neem dan een taxi. Voor souvenirs zijn er kleine winkeltjes vlak bij de Place du Tertre en beelden in de tuinen.
-
Quelles étapes et précautions le texte propose-t-il pour organiser une journée à Montmartre ?
(Welke stappen en voorzorgsmaatregelen stelt de tekst voor om een dag in Montmartre te organiseren?)
Oefening 3: Luistervaardigheid
Instructie: Luister naar het audiofragment en geef aan of de volgende uitspraken waar of onwaar zijn.
| Waar | Onwaar | |
|---|---|---|
|
(Ze is naar het toeristenbureau gegaan om hulp te vragen om haar weg te vinden in de stad.) |
||
|
(Ze heeft ervoor gekozen om vanochtend het museum te bezoeken, vóór de rondleiding met gids.) |
||
|
(Om geen tijd te verliezen, heeft ze zich met de taxi verplaatst.) |
Oefening 4: Meerkeuze
Instructie: Kies de juiste oplossing
1. Hier, à l'office de tourisme, nous ___ ___ décidé de prendre un taxi.
(Gisteren, bij het toeristenbureau, ___ ___ besloten om een taxi te nemen.)2. Après la visite guidée, je ___ ___ décidé pour l'après-midi.
(Na de rondleiding ___ ___ besloten voor de namiddag.)3. Au musée, personne ___ ___ décidé de répondre à la question du guide.
(In het museum ___ ___ besloten om de vraag van de gids te beantwoorden.)Oefening 5: Gesprekskaarten
Instructie: Oefen het gesprek met je docent of medestudenten.
Oefening 6: Discussievragen
Instructie: Beantwoord de vragen met het vocabulaire uit dit hoofdstuk.
Nuttige uitdrukkingen:
Je voudrais une visite guidée et un plan de la ville, s’il vous plaît. / Je consulte une carte pour m’orienter. / Je ne veux rien rater, donc je prends des photos et je décide ensuite.
-
Vous êtes à l’office de tourisme à Montmartre : que demandez-vous et que comptez-vous faire cet après-midi ?
Je bent bij het toeristenbureau in Montmartre: wat vraag je en wat ben je van plan om vanmiddag te doen?
__________________________________________________________________________________________________________
-
Lors d’une visite en ville en France, qu’est-ce que vous ne faites jamais comme touriste et pourquoi ?
Tijdens een bezoek aan een stad in Frankrijk, wat doe je als toerist nooit en waarom?
__________________________________________________________________________________________________________
Oefening 7: Correspondentie schrijven
Instructie: Schrijf een antwoord op het volgende bericht dat passend is voor de situatie
Camille :
Salut ! Je suis passée à l'office de tourisme. Demain, on fait quoi ? J'hésite entre une balade à Montmartre et une visite guidée d'un musée.
Tu peux consulter une carte et me dire ce que tu préfères ? Et est-ce que le musée est ouvert tous les jours ? On peut aussi prendre un taxi si on est fatigués.
Camille :
Hoi! Ik ben langs het toeristenbureau geweest. Wat doen we morgen? Ik twijfel tussen een wandeling in Montmartre en een rondleiding in een museum.
Kun je een kaart raadplegen en me zeggen wat jij het liefst doet? En is het museum elke dag open? We kunnen ook een taxi nemen als we moe zijn.
Nuttige zinnen:
-
On pourrait commencer par… puis…
(We zouden kunnen beginnen met… en daarna…)
-
Est-ce que… est ouvert demain / tous les jours ?
(Is … morgen / elke dag open?)
-
Je ne veux jamais… / Je ne veux rien réserver aujourd’hui.
(Ik wil nooit… / Ik wil vandaag niets reserveren.)
Hoi Camille! Ik heb een kaart geraadpleegd. Ik ga liever ’s ochtends wandelen in Montmartre (Sacré‑Coeur, Rue des Abbesses, Place du Tertre) en ’s middags een museum bezoeken als we tijd hebben. Is het museum morgen open en hoe laat begint de rondleiding? Moeten we de tickets van tevoren reserveren of kunnen we ze ter plekke kopen? Als we moe zijn, kunnen we een taxi nemen om terug te gaan. Ik wil zelf nooit een te lange rondleiding doen.