Oefening 1: Een woord matchen
Instructie: Koppel de items die een verwante betekenis hebben.
Oefening 2: Examenvoorbereiding
Instructie: Lees de tekst, vul de lege plekken in met de ontbrekende woorden en beantwoord de vragen hieronder
Week-end à la ferme : visite et produits locaux
Vul de lege plekken in: produits locaux, forêt, vache, ferme, poule, mouton, champs, agriculture, chalet
(Weekend op de boerderij: bezoek en lokale producten)
Office de tourisme - Week-end à la Samedi : visite guidée d’une ferme près du village. Découverte de l’ locale et dégustation de . Vous verrez des animaux ( , , ) et les autour des collines. Rendez-vous devant la ferme à 10 h. Prévoyez des chaussures adaptées.
Dimanche après-midi : balade facile en avec arrêt photo près d’un . Le guide attend le groupe à 14 h à l’arrêt de bus. En cas de pluie, l’activité aura lieu quand même.Toeristenbureau - Weekend op de boerderij
Zaterdag: rondleiding op een boerderij vlak bij het dorp. Ontdekking van de lokale landbouw en proeven van lokale producten. Je zult dieren zien (koe, schaap, kip) en de velden rond de heuvels. Afspraak voor de boerderij om 10.00 uur. Voorzie geschikt schoeisel.
Zondagmiddag: gemakkelijke wandeling in het bos met fotostop bij een chalet. De gids wacht de groep om 14.00 uur bij de bushalte. Bij regen gaat de activiteit toch door.
-
Quels animaux et quels lieux peut-on découvrir pendant ce week-end, et à quelles heures sont les rendez-vous ?
(Welke dieren en welke plaatsen kun je tijdens dit weekend ontdekken, en op welke uren zijn de afspraken?)
Oefening 3: Luistervaardigheid
Instructie: Luister naar het audiofragment en geef aan of de volgende uitspraken waar of onwaar zijn.
| Waar | Onwaar | |
|---|---|---|
|
(Ze brengen de nacht door in een verblijf vlak bij een dorp op het platteland.) |
||
|
(Op de boerderij gaan ze vooral varkens zien en een landbouwcursus volgen.) |
||
|
(Ze zijn van plan om producten uit de streek te kopen voordat ze teruggaan.) |
Oefening 4: Meerkeuze
Instructie: Kies de juiste oplossing
1. Ce week-end, j'___ le bus devant la mairie du village pour aller visiter une ferme.
(Dit weekend zal ik ___ op de bus wachten voor het gemeentehuis van het dorp om een boerderij te gaan bezoeken.)2. Demain, nous ___ une carte des sentiers pour marcher dans la forêt et voir les collines.
(Morgen zullen we ___ een kaart van de paden hebben om in het bos te wandelen en de heuvels te zien.)3. Pendant la visite, vous ___ une dégustation de produits locaux près du champ.
(Tijdens het bezoek zullen jullie ___ een proeverij van lokale producten doen bij het veld.)Oefening 5: Gesprekskaarten
Instructie: Oefen het gesprek met je docent of medestudenten.
Oefening 6: Discussievragen
Instructie: Beantwoord de vragen met het vocabulaire uit dit hoofdstuk.
Nuttige uitdrukkingen:
Ce week-end, je voudrais visiter… / À la campagne, il y a souvent… / Je préfère… parce que…
-
Vous passez un week-end à la campagne en France : que voulez-vous faire sur place et pourquoi ?
Je brengt een weekend door op het platteland in Frankrijk: wat wil je daar doen en waarom?
__________________________________________________________________________________________________________
-
Parlez d’un village ou d’une région rurale que vous connaissez ou que vous aimeriez visiter : comment est-ce et qu’est-ce qu’on peut y voir ?
Vertel over een dorp of een landelijke streek die je kent of die je graag zou willen bezoeken: hoe is het en wat kun je er zien?
__________________________________________________________________________________________________________
Oefening 7: Correspondentie schrijven
Instructie: Schrijf een antwoord op het volgende bericht dat passend is voor de situatie
Salut !
Samedi, on va passer la journée à la campagne près de Chartres. Il y a une petite ferme avec des vaches, des moutons et des poules, et un marché de produits locaux. On peut aussi faire une balade dans la forêt.
Tu veux venir ? On part à 9h devant la gare. Tu préfères venir en voiture avec nous, ou en train ?
- Claire
Hoi!
Zaterdag gaan we de dag doorbrengen op het platteland bij Chartres. Er is een kleine boerderij met koeien, schapen en kippen, en een markt met lokale producten. We kunnen ook een wandeling maken in het bos.
Wil je mee? We vertrekken om 9 uur voor het station. Kom je liever met de auto met ons mee, of met de trein?
- Claire
Nuttige zinnen:
-
Je veux bien venir, mais...
(Ik kom graag mee, maar...)
-
Est-ce qu'on aura le temps de... ?
(Hebben we tijd om... ?)
-
Je serai devant la gare à...
(Ik zal om ... voor het station zijn)
Hoi Claire, bedankt voor de uitnodiging! Ik kom zaterdag graag mee. Ik kom met de trein en ik zal om 8.50 uur voor het station zijn. Moeten we het bezoek aan de boerderij reserveren? En lunchen we ter plaatse of nemen we een picknick mee? Tot zaterdag!