A2.39 - Teamwork
A2.39 - Teamwork

A2.39 - Teamwork - Oefeningen

Travail d'équipe


Oefening 1: Een woord matchen

Instructie: Koppel de items die een verwante betekenis hebben.

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

La collaboration — le travail d'équipe (De samenwerking — het teamwork)
Travailler ensemble — coopérer (Samen werken — samenwerken)
Participer à — contribuer à (Deelnemen aan — bijdragen aan)
Tu peux coopérer — c'est possible (Je kunt samenwerken — het is mogelijk)

Oefening 2: Examenvoorbereiding (Audio)

Instructie: Lees de tekst, vul de lege plekken in met de ontbrekende woorden en beantwoord de vragen hieronder

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.


Note interne - Organisation du travail en équipe

Vul de lege plekken in: S'il te plaît, collaboration, erreur, groupe, équipe, participer

(Interne nota - Organisatie van het teamwerk)

Pour le lancement du nouveau projet, l' Marketing doit travailler ensemble. Chaque personne a un rôle : Samira prépare la présentation, Hugo contacte les partenaires et Lina vérifie les visuels. Il faut aux points du lundi matinen salle 3 ou en visioconférence. Si vous avez un empêchement, prévenez votre responsable la veille.

Pour garder une bonne , posez des questions et demandez de l'aide. Évitez la microgestion : faites confiance au . En cas d' , signalez-la rapidement et proposez une solution. , envoie les documents au responsable avant 17 h et continue le suivi des tâches sur l'outil partagé.
Voor de start van het nieuwe project moet het marketingteam samenwerken. Iedereen heeft een rol: Samira bereidt de presentatie voor, Hugo neemt contact op met de partners en Lina controleert het beeldmateriaal. Je moet deelnemen aan de maandagochtend-overleggen (15 minuten) in zaal 3 of via videoconferentie. Als je verhinderd bent, verwittig dan je leidinggevende de dag ervoor.

Om een goede samenwerking te behouden, stel vragen en vraag om hulp. Vermijd micromanagement: vertrouw de groep. In geval van een fout, meld die snel en stel een oplossing voor. Alsjeblieft, stuur de documenten vóór 17.00 uur naar de leidinggevende en blijf de taken opvolgen in de gedeelde tool.

  1. Quels rôles ont Samira, Hugo et Lina, et quelles règles le texte donne-t-il pour les réunions et l'envoi des documents ?

    (Welke rollen hebben Samira, Hugo en Lina, en welke regels geeft de tekst voor de vergaderingen en het versturen van de documenten?)

Oefening 3: Luistervaardigheid

Instructie: Luister naar de audio en beantwoord de vragen.

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

Ce matin, je travaille avec mon équipe sur une petite présentation pour un client. La collaboration se passe bien, mais nous avons fait une erreur sur une date. J’ai besoin d’un dialogue, alors je demande au groupe de vérifier les chiffres ensemble. S'il te plaît, peux-tu m’envoyer la version corrigée avant 15 h et la partager avec notre camarade Sophie ? Je compte sur les autres, car je suis flexible et je participe à la réunion à 16 h.
(Vanochtend werk ik met mijn team aan een kleine presentatie voor een klant. De samenwerking verloopt goed, maar we hebben een fout gemaakt met een datum. Ik heb een dialoog nodig, dus vraag ik de groep om de cijfers samen te controleren. Alsjeblieft, kun je me de gecorrigeerde versie vóór 15.00 uur sturen en die delen met onze klasgenoot Sophie? Ik reken op de anderen, want ik ben flexibel en ik neem deel aan de vergadering om 16.00 uur.)
Waar Onwaar

(De persoon bereidt met haar team een document voor een klant voor.)

(Ze vraagt om haar de gecorrigeerde versie na 16.00 uur te sturen.)

(Ze wil dat de groep samenwerkt en de cijfers samen controleert.)

Oefening 4: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste oplossing

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

1. Pour bien travailler ensemble, tu dois ___ le rôle de chacun dans l'équipe.

(Om goed samen te werken, moet je ___ de rol van ieder lid in het team.)

2. S'il te plaît, ___ le dialogue avec ton camarade pendant la réunion.

(Alsjeblieft, ___ de dialoog met je klasgenoot voort tijdens de vergadering.)

3. Tu ne peux pas contribuer au groupe si tu ne ___ pas la consigne.

(Je kunt niet bijdragen aan de groep als je de instructie niet ___.)

Oefening 5: Gesprekskaarten

Instructie: Oefen het gesprek met je docent of medestudenten.

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

Oefening 6: Discussievragen (AI+)

Instructie: Spreken: vertaal en beantwoord (AI+)

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

Nuttige uitdrukkingen:

Il faut + infinitif pour… / On doit + infinitif. / Je peux compter sur l'équipe pour…

  1. Dans votre travail, quand vous travaillez en équipe, qu'est-ce qui est important pour bien collaborer ?
    In je werk, wanneer je in een team werkt, wat is belangrijk om goed samen te werken?

    __________________________________________________________________________________________________________

  2. Vous êtes responsable d'un petit groupe : quelles consignes simples donnez-vous à vos collègues pour organiser le travail ?
    Je bent verantwoordelijk voor een kleine groep: welke eenvoudige instructies geef je je collega’s om het werk te organiseren?

    __________________________________________________________________________________________________________

Oefening 7: Brief schrijven (AI+)

Instructie: Schrijf een antwoord op het volgende bericht dat passend is voor de situatie

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.


Bonjour,

Pour la présentation de jeudi, on doit travailler en équipe. Tu peux préparer 3 diapositives sur les résultats ? Moi, je prépare l’introduction.

Il faut aussi relire le document ensemble mardi à 16h. Est-ce que tu peux participer ? Si tu as un empêchement, dis-moi un autre horaire.

Merci,
Camille


Hallo,

Voor de presentatie van donderdag moeten we als team werken. Kun jij 3 dia’s voorbereiden over de resultaten? Ik bereid de inleiding voor.

We moeten het document ook samen nalezen op dinsdag om 16.00 uur. Kun je meedoen? Als je verhinderd bent, laat me dan een ander tijdstip weten.

Dank je,
Camille


Nuttige zinnen:

  1. Je peux m’en occuper, mais j’ai besoin de…

    (Ik kan het regelen, maar ik heb … nodig)

  2. Mardi à 16h, c’est possible pour moi / ce n’est pas possible.

    (Dinsdag om 16.00 uur is mogelijk voor mij / is niet mogelijk.)

  3. Est-ce que tu peux me… s’il te plaît ?

    (Kun je me … alsjeblieft?)

Bonjour Camille,

Oui, je peux préparer 3 diapositives sur les résultats. Je les envoie mercredi matin à l’équipe.

Mardi à 16h, c’est possible pour moi. Est-ce que tu peux m’envoyer le document final, s’il te plaît ? Comme ça, je peux le relire avant la réunion.

Merci,
[Prénom]

Hallo Camille,

Ja, ik kan 3 dia’s voorbereiden over de resultaten. Ik stuur ze woensdagochtend naar het team.

Dinsdag om 16.00 uur is mogelijk voor mij. Kun je me het definitieve document sturen, alsjeblieft? Dan kan ik het vóór de vergadering nalezen.

Dank je,
[Voornaam]