Oefening 1: Een woord matchen
Instructie: Koppel de items die een verwante betekenis hebben.
Oefening 2: Examenvoorbereiding
Instructie: Lees de tekst, vul de lege plekken in met de ontbrekende woorden en beantwoord de vragen hieronder
Note interne - réunion d'équipe du lundi
Vul de lege plekken in: continuez, collègue, s'il te plaît, équipe, préparer, flexible, rôle
(Interne nota - teamvergadering op maandag)
Pour le nouveau projet, une réunion d' a lieu lundi à 9 h en salle B. Chaque personne a un clair. Il faut une idée et l'envoyer avant 18 h. Vous pouvez demander de l'aide à un si besoin, mais vous devez respecter le délai.
Pendant la réunion, à participer au dialogue. Coopérez et restez . Si vous faites une erreur, dites-le tout de suite : le groupe cherche une solution. Merci d'arriver à l'heure, .Voor het nieuwe project is er maandag om 09.00 uur een teamvergadering in zaal B. Iedereen heeft een duidelijke rol. Bereid een idee voor en stuur het vóór 18.00 uur op. Je kunt een collega om hulp vragen indien nodig, maar je moet de deadline respecteren.
Neem tijdens de vergadering actief deel aan het gesprek. Werk samen en blijf flexibel. Als je een fout maakt, geef dat dan meteen toe: de groep zoekt naar een oplossing. Kom alstublieft op tijd.
-
Quelles sont deux choses importantes à faire avant et pendant la réunion, et pourquoi ?
(Noem twee belangrijke dingen die je vóór en tijdens de vergadering moet doen, en waarom.)
Oefening 3: Luistervaardigheid
Instructie: Luister naar het audiofragment en geef aan of de volgende uitspraken waar of onwaar zijn.
| Waar | Onwaar | |
|---|---|---|
|
(Ze bereidt een presentatie voor met haar team voor een klantendossier.) |
||
|
(Ze vraagt Lina om de organisatie van het werk te doen.) |
||
|
(Ze wil ideeën ontvangen vóór donderdag.) |
Oefening 4: Meerkeuze
Instructie: Kies de juiste oplossing
1. Pour travailler en équipe, ___ le dialogue et écoutez les idées de chacun.
(Om in teamverband te werken, ___ de dialoog en luister naar ieders ideeën.)2. S'il te plaît, ___ à contribuer au groupe, même si tu fais une erreur.
(Alsjeblieft, ___ aan de groep blijven bijdragen, zelfs als je een fout maakt.)3. Pendant la réunion, ___ la collaboration et restons flexibles.
(Tijdens de vergadering, ___ de samenwerking en blijven we flexibel.)Oefening 5: Gesprekskaarten
Instructie: Oefen het gesprek met je docent of medestudenten.
Oefening 6: Discussievragen
Instructie: Beantwoord de vragen met het vocabulaire uit dit hoofdstuk.
Nuttige uitdrukkingen:
Il faut que nous travaillions ensemble pour… / Je peux lui demander de… / Je peux compter sur mon équipe pour…
-
Dans votre travail, quand vous faites un travail d'équipe, quel est votre rôle et comment coopérez-vous avec vos collègues ?
Wanneer u op het werk in een team samenwerkt, wat is uw rol en hoe werkt u samen met uw collega’s?
__________________________________________________________________________________________________________
-
Au bureau, si un projet est en retard, que faut-il faire et que pouvez-vous demander à un collègue pour aider ?
Op kantoor: als een project achterloopt, wat moet er gedaan worden en wat kunt u aan een collega vragen om te helpen?
__________________________________________________________________________________________________________
Oefening 7: Correspondentie schrijven
Instructie: Schrijf een antwoord op het volgende bericht dat passend is voor de situatie
Objet : Répartition des tâches - présentation de mardi
Bonjour,
Pour la présentation de mardi, on doit travailler ensemble. Est-ce que tu peux préparer 3 diapositives sur le budget ? Moi, je fais l’introduction. Clara s’occupe des images.
Il faut aussi relire le document vendredi. Tu peux participer à la relecture ? Si tu as un souci, dis-le-moi, s’il te plaît.
Merci,
Hugo
Onderwerp : Verdeling van taken - presentatie van dinsdag
Hallo,
Voor de presentatie van dinsdag moeten we samenwerken. Kun jij drie dia's over het budget voorbereiden? Ik doe de inleiding. Clara zorgt voor de afbeeldingen.
We moeten het document ook vrijdag nalezen. Kun je meedoen met de relectuur? Als je een probleem hebt, laat het me alsjeblieft weten.
Dank,
Hugo
Nuttige zinnen:
-
Je peux m’occuper de…
(Ik kan me bezighouden met…)
-
Je peux participer à la relecture, mais…
(Ik kan meedoen met het nalezen, maar…)
-
Est-ce que tu préfères que… ?
(Wil je liever dat…?)
Oui, je peux préparer 3 diapositives sur le budget. Je les enverrai lundi matin à l’équipe.
Pour la relecture vendredi, je peux participer après 16h. Est-ce que ça te va ? Tu préfères que je relise sur le document partagé ou en PDF ?
Merci,
[Prénom]
Hallo Hugo,
Ja, ik kan drie dia's over het budget voorbereiden. Ik stuur ze maandagochtend naar het team.
Voor het nalezen op vrijdag kan ik meedoen na 16:00. Is dat oké voor jou? Wil je liever dat ik in het gedeelde document nakijk of een PDF controleer?
Dank,
[Voornaam]