Exercice: Gespreksoefening
Instruction:
- Quels mauvais événements peuvent survenir lors d'un voyage ? (Wat voor nare dingen kunnen er op een reis gebeuren?)
- Que pouvez-vous faire quand cela vous arrive ? (Wat kun je doen als het jou overkomt?)
- Une de ces situations vous est-elle déjà arrivée ? (Is een van die situaties ooit bij jou gebeurd?)
Richtlijnen tijdens het lesgeven +/- 10 minuten