Exercice: Gespreksoefening

Instruction:

  1. Quel type de vacances voyez-vous sur chaque photo ? (Welk type vakantie zie je op elke foto?)
  2. Quel moyen de transport allez-vous utiliser pour voyager et pourquoi ? (Welke vervoersmiddel ga je gebruiken om te reizen en waarom?)
  3. Combien de temps durera vos prochaines vacances ? (Hoe lang duurt je volgende vakantie?)

Richtlijnen tijdens het lesgeven +/- 10 minuten