A2.41 - Meningen en onderhandelingen
A2.41 - Meningen en onderhandelingen

A2.41 - Meningen en onderhandelingen - Oefeningen

Opinions et négociations


Oefening 1: Een woord matchen

Instructie: Koppel de items die een verwante betekenis hebben.

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

Donner son avis — Dire ce que l'on pense (Je mening geven — Zeggen wat je denkt)
À mon avis — Selon moi (Naar mijn mening — Volgens mij)
Une proposition — Une idée à proposer (Een voorstel — Een idee om voor te stellen)
Un désaccord — Ne pas être d'accord (Een meningsverschil — Het niet eens zijn)

Oefening 2: Examenvoorbereiding (Audio)

Instructie: Lees de tekst, vul de lege plekken in met de ontbrekende woorden en beantwoord de vragen hieronder

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.


Mail interne : choix d’un fournisseur

Vul de lege plekken in: argument, avis

(Interne mail: keuze van een leverancier)

Bonjour,

Nous devons choisir un fournisseur pour le café et le thé du bureau. Trois offres sont possibles. Je pense que l’offre B est la meilleure : le prix est correct et la livraison est rapide. À mon avis, c’est aussi plus simple pour l’équipe. Si vous n’êtes pas d’accord, envoyez votre en expliquant un .

Merci, La responsable des services généraux
Hallo,

We moeten een leverancier kiezen voor de koffie en thee op kantoor. Er zijn drie aanbiedingen mogelijk. Ik denk dat aanbieding B de beste is: de prijs is goed en de levering is snel. Naar mijn mening is het ook eenvoudiger voor het team. Als je het niet eens bent, stuur dan je mening en leg een argument uit.

Bedankt, De verantwoordelijke voor de algemene diensten

  1. Quelle offre choisirais-tu et pourquoi ? Donne ton avis et un argument.

    (Welke aanbieding zou je kiezen en waarom? Geef je mening en een argument.)

Oefening 3: Luistervaardigheid

Instructie: Luister naar de audio en beantwoord de vragen.

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

Ce matin, je dois négocier avec un fournisseur pour nos badges d'accès. La situation est simple : le prix a augmenté. Mon opinion est qu'on peut accepter, mais seulement si la livraison est plus rapide. J'ai un argument : nous avons un événement la semaine prochaine. Je fais une petite analyse des coûts et je propose aussi de commander moins. Le fournisseur n'est pas d'accord au début, mais je reste respectueuse et je partage mon idée. À la fin, nous trouvons une proposition : même prix que l'an dernier et livraison en trois jours.
(Vanochtend moet ik onderhandelen met een leverancier over onze toegangsbadges. De situatie is eenvoudig: de prijs is gestegen. Mijn mening is dat we kunnen accepteren, maar alleen als de levering sneller is. Ik heb een argument: we hebben volgende week een evenement. Ik maak een kleine kostenanalyse en ik stel ook voor om minder te bestellen. De leverancier is het in het begin niet eens, maar ik blijf respectvol en ik deel mijn idee. Uiteindelijk vinden we een voorstel: dezelfde prijs als vorig jaar en levering binnen drie dagen.)
Waar Onwaar

(Zij wil de nieuwe prijs alleen accepteren als de leverancier sneller kan leveren.)

(De leverancier accepteert meteen haar voorstel, zonder meningsverschil.)

(Uiteindelijk krijgen ze hetzelfde tarief als het jaar ervoor.)

Oefening 4: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste oplossing

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

1. À mon avis, nous ___ ___ le prix avec le client hier.

(Naar mijn mening ___ ___ we gisteren met de klant over de prijs onderhandeld.)

2. Je crois que tu ___ ___ ton collègue avec un argument clair.

(Ik denk dat je je collega met een duidelijk argument ___ ___.)

3. Selon moi, ils ___ ___ une proposition plus respectueuse ce matin.

(Volgens mij ___ ___ zij vanochtend over een respectvoller voorstel onderhandeld.)

Oefening 5: Gesprekskaarten

Instructie: Oefen het gesprek met je docent of medestudenten.

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

Oefening 6: Discussievragen (AI+)

Instructie: Spreken: vertaal en beantwoord (AI+)

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

Nuttige uitdrukkingen:

À mon avis, ... / Je pense que ... parce que ... / Je ne suis pas d’accord, mais on peut ...

  1. Vous devez choisir une date pour une réunion avec un collègue, mais vous n’êtes pas d’accord. Quelle proposition faites-vous et pourquoi ?
    Je moet een datum kiezen voor een vergadering met een collega, maar jullie zijn het niet eens. Welk voorstel doe je en waarom?

    __________________________________________________________________________________________________________

  2. Au travail, un collègue propose une solution différente de la vôtre. Comment donnez-vous votre avis et comment négociez-vous pour trouver un accord ?
    Op het werk stelt een collega een andere oplossing voor dan die van jou. Hoe geef je je mening en hoe onderhandel je om tot een akkoord te komen?

    __________________________________________________________________________________________________________

Oefening 7: Brief schrijven (AI+)

Instructie: Schrijf een antwoord op het volgende bericht dat passend is voor de situatie

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.


Salut !

Pour samedi soir, on fait le dîner où ? Julie propose un restaurant italien près de chez elle. Moi, je préfère un petit bistrot vers République (moins cher). Tu en penses quoi ? Si on n'est pas d'accord, on peut négocier : italien mais dans le centre, ou bistrot mais avec un dessert.

Tu peux me dire ton avis avant 18h ?

Camille


Hoi!

Waar gaan we zaterdagavond eten? Julie stelt een Italiaans restaurant voor bij haar in de buurt. Ik heb liever een klein bistro'tje richting République (goedkoper). Wat vind jij ervan? Als we het niet eens zijn, kunnen we onderhandelen: Italiaans maar in het centrum, of bistro maar met een dessert.

Kun je me je mening vóór 18u laten weten?

Camille


Nuttige zinnen:

  1. À mon avis, ...

    (Naar mijn mening, ...)

  2. Je pense que c'est mieux de ... parce que ...

    (Ik denk dat het beter is om ... omdat ...)

  3. On peut proposer ... / On peut faire un compromis : ...

    (We kunnen ... voorstellen / We kunnen een compromis sluiten: ...)

Salut Camille,

À mon avis, le bistrot vers République est une bonne idée, parce que c'est plus simple pour tout le monde et souvent moins cher. Mais je comprends l'idée du restaurant italien.

Je propose un compromis : on choisit un italien dans le centre, près de République, comme ça Julie est contente et c'est facile pour nous aussi. Tu veux que je cherche deux adresses et que je te les envoie ?

À bientôt !
[Prénom]

Hoi Camille,

Naar mijn mening is het bistro'tje richting République een goed idee, omdat het voor iedereen eenvoudiger is en vaak goedkoper. Maar ik begrijp het idee van het Italiaanse restaurant.

Ik stel een compromis voor: we kiezen een Italiaan in het centrum, vlak bij République, zo is Julie blij en is het voor ons ook makkelijk. Wil je dat ik twee adressen zoek en ze je doorstuur?

Tot binnenkort!
[Voornaam]