A2.20 - Gezinsuitje naar de dierentuin
A2.20 - Gezinsuitje naar de dierentuin

A2.20 - Gezinsuitje naar de dierentuin - Oefeningen

Voyage en famille au zoo


Oefening 1: Een woord matchen

Instructie: Koppel de items die een verwante betekenis hebben.

Vous avez des tarifs de groupe ? — Y a-t-il un tarif pour les groupes ? (Heeft u groepsprijzen? — Zijn er groepsprijzen?)
Combien coûte un ticket ? — Quel est le prix d’une entrée ? (Hoeveel kost een ticket? — Wat kost een toegangskaartje?)
L’endroit où on voit les poissons — Un aquarium (De plaats waar je de vissen ziet — Een aquarium)
L’animal qui a un long cou — La girafe (Het dier met een lange nek — De giraffe)

Oefening 2: Examenvoorbereiding

Instructie: Lees de tekst, vul de lege plekken in met de ontbrekende woorden en beantwoord de vragen hieronder


Parc zoologique : infos pratiques pour une sortie en famille

Vul de lege plekken in: nourrissent, sauvages, vallée, désert, girafe, lion, tarifs, savane, cages, éléphant, zoo, groupe, tigre

(Dierentuin: praktische informatie voor een gezinsuitstap)

Ce week-end, le ouvre plus longtemps. Le parcours est organisé par zones : la , le et une ombragée. Vous verrez des animaux comme la , le , le et l' . Un aquarium présente aussi des espèces d'eau douce et de mer. Pour le bien‑être des animaux, il est interdit de taper sur les vitres et de donner à manger : seuls les soigneurs les animaux, à des horaires affichés.

Billetterie : billet adulte et billet enfant. Des réduits existent le mercredi, et des tarifs de sont possibles à partir de dix personnes. Pour préparer votre visite, consultez le plan du parc : il indique les et les zones où les poussettes passent facilement. Les pique‑niques sont autorisés dans l'aire prévue à cet effet ; les sacs sont contrôlés à l'entrée.
Dit weekend is de dierentuin langer open. Het parcours is ingedeeld in zones: de savanne, de woestijn en een schaduwrijke vallei. Je ziet wilde dieren zoals de giraffe, de leeuw, de tijger en de olifant. Een aquarium toont ook zoetwater- en zeevissen. Voor het welzijn van de dieren is het verboden op de ruiten te kloppen en ze eten te geven: alleen de verzorgers voeren de dieren, op aangegeven tijden.

Kassa: volwassenenticket en kinderticket. Er zijn gereduceerde tarieven op woensdag, en groepskorting is mogelijk vanaf tien personen. Om je bezoek voor te bereiden, raadpleeg het parkplan: het geeft de kooien en de zones aan waar kinderwagens gemakkelijk kunnen passeren. Picknicks zijn toegestaan in het daarvoor bestemde gebied; tassen worden gecontroleerd bij de ingang.

  1. Quelles zones sont mentionnées et quels animaux pouvez-vous voir dans le parc ?

    (Welke zones worden genoemd en welke dieren kun je in het park zien?)

  2. Quelles règles et informations pratiques faut-il connaître avant la visite ?

    (Welke regels en praktische informatie moet je kennen voor het bezoek?)

Oefening 3: Luistervaardigheid

Instructie: Luister naar het audiofragment en geef aan of de volgende uitspraken waar of onwaar zijn.

Samedi, j'organise une sortie en famille au zoo de la région. Je regarde les tarifs et j'appelle pour demander : « Vous avez des tarifs de groupe ? Combien coûte un ticket ? » Mes enfants veulent surtout voir la girafe, l'éléphant et les singes. Moi, je préfère passer par l'aquarium puis par la zone de la savane. On ne pourra pas nourrir les animaux, mais nous pourrons observer les lions et les tigres dans leur cage.
(Op zaterdag organiseer ik een gezinsuitstap naar de dierentuin van de regio. Ik kijk naar de tarieven en bel om te vragen: «Heeft u groepsprijzen? Hoeveel kost een ticket?» Mijn kinderen willen vooral de giraffe, de olifant en de apen zien. Ikzelf ga liever eerst naar het aquarium en daarna naar het savannegebied. We kunnen de dieren niet voeren, maar we kunnen de leeuwen en tijgers in hun kooien bekijken.)
Waar Onwaar

(De persoon organiseert een uitstap naar de dierentuin en vraagt of er groepsprijzen zijn.)

(De kinderen willen voornamelijk dieren uit de woestijn en een vallei zien.)

(Het gezin zal de dieren tijdens het bezoek niet te eten kunnen geven.)

Oefening 4: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste oplossing

1. Au zoo, l’employé qui s'occupe des singes les ___ à 15 h.

(Au zoo, l'employé qui s'occupe des singes les ___ à 15 h.)

2. L’éléphant que les soigneurs ___ demain est très calme.

(L'éléphant que les soigneurs ___ demain est très calme.)

3. Dans l’espace « savane » où nous irons samedi, vous ___ les girafes avec un guide.

(Dans l'espace « savane » où nous irons samedi, vous ___ les girafes avec un guide.)

Oefening 5: Gesprekskaarten

Instructie: Oefen het gesprek met je docent of medestudenten.

Oefening 6: Discussievragen

Instructie: Beantwoord de vragen met het vocabulaire uit dit hoofdstuk.

Nuttige uitdrukkingen:

C’est un zoo où l’on peut voir des animaux sauvages. / Il y a un animal qui est très impressionnant. / Avez‑vous un tarif de groupe ?

  1. Vous organisez une sortie en famille au zoo ce week‑end : où allez‑vous et quels animaux souhaitez‑vous voir ?
    Je organiseert dit weekend een gezinsuitstap naar de dierentuin: waar gaan jullie naartoe en welke dieren willen jullie zien?

    __________________________________________________________________________________________________________

  2. Au guichet, vous demandez les tarifs : combien coûte un ticket et y a‑t‑il un tarif de groupe ?
    Bij de kassa vraag je naar de prijzen: hoeveel kost een ticket en is er een groeps-tarief?

    __________________________________________________________________________________________________________

Oefening 7: Correspondentie schrijven

Instructie: Schrijf een antwoord op het volgende bericht dat passend is voor de situatie


Salut ! C'est Julie.

Dimanche, on voudrait aller au zoo avec les enfants. Tu peux venir ? On pense arriver vers 10h. Tu sais combien coûte un ticket ? Et est-ce qu'il y a des tarifs de groupe ? Les enfants veulent voir les girafes et les lions, et aussi l'aquarium s'il y en a un.

Tu me dis ?


Hoi! Het is Julie.

Zondag zouden we graag met de kinderen naar de dierentuin gaan. Kun jij komen? We denken rond 10 uur aan te komen. Weet je hoeveel een ticket kost? En zijn er groepsprijzen? De kinderen willen de giraffen en de leeuwen zien, en ook het aquarium als er een is.

Zeg je het me?


Nuttige zinnen:

  1. Oui, je peux venir dimanche, vers…

    (Ja, ik kan zondag komen, rond…)

  2. Tu sais si c'est le zoo où… ?

    (Weet je of het die dierentuin is waar…?)

  3. On peut acheter les billets en ligne ou sur place ?

    (Kunnen we de tickets online kopen of ter plaatse?)

Salut Julie ! Oui, je peux venir dimanche, 10h c'est parfait pour nous.
Je ne connais pas le prix exact mais je peux regarder sur le site du zoo. Tu veux que je vérifie aussi s'il y a des tarifs de groupe ?
Les enfants vont adorer les girafes et les lions. S'il y a un aquarium, ce sera super aussi. On apporte un pique-nique ou on mange sur place ?
À tout à l'heure !

Hoi Julie! Ja, ik kan zondag komen, 10 uur is perfect voor ons.
Ik ken de exacte prijs niet, maar ik kan het even op de website van de dierentuin bekijken. Wil je dat ik ook nakijk of er groepsprijzen zijn?
De kinderen zullen dol zijn op de giraffen en de leeuwen. Als er een aquarium is, wordt dat ook geweldig. Nemen we een picknick mee of eten we ter plaatse?
Tot straks!