Oefening 1: Een woord matchen

Instructie: Koppel de items die een verwante betekenis hebben.

La mairie — l'hôtel de ville (La mairie — l'hôtel de ville)
Le Parlement — l'assemblée nationale (Le Parlement — l'assemblée nationale)
Le citoyen — la personne qui vote (Le citoyen — de stemgerechtigde persoon)
La campagne présidentielle — la période avant l'élection présidentielle (La campagne présidentielle — de periode voorafgaand aan de presidentsverkiezingen)

Oefening 2: Examenvoorbereiding

Instructie: Lees de tekst, vul de lege plekken in met de ontbrekende woorden en beantwoord de vragen hieronder


Brochure de la mairie : comment voter aux élections

Vul de lege plekken in: bureau, mairie, maire, citoyens, voter, campagne, président, partis, élections

(Gemeentelijke brochure: hoe je bij verkiezingen stemt)

Dans notre ville, les prochaines auront lieu le dimanche 12 juin. Les élisent le et les membres du Conseil municipal. Pour , vous devez être inscrit sur la liste électorale de la et apporter une pièce d’identité. La mairie ouvre le de vote de 8 heures à 18 heures.

Pendant la présidentielle, les politiques envoient des programmes par courrier ou par e‑mail. Le et le Parlement gouvernent le pays et font les lois. C’est important de lire un peu la politique avant le jour du vote. Voter est un geste sérieux : c’est un droit, mais aussi une responsabilité pour chaque citoyen.
In onze stad vinden de volgende verkiezingen plaats op zondag 12 juni. De inwoners kiezen de burgemeester en de leden van de gemeenteraad. Om te mogen stemmen moet u ingeschreven staan op de kiezerslijst van het stadhuis en een identiteitsbewijs meenemen. Het stadhuis opent het stembureau van 8.00 tot 18.00 uur.

Tijdens de presidentscampagne sturen politieke partijen hun programma per post of per e-mail. De president en het parlement besturen het land en maken de wetten. Het is belangrijk om vóór de dag van de stemming wat over politiek te lezen. Stemmen is een serieuze zaak: het is een recht, maar ook een verantwoordelijkheid van elke burger.

  1. Que doivent faire les personnes pour avoir le droit de voter dans cette ville ?

    (Wat moeten mensen doen om het recht te hebben om in deze stad te stemmen?)

Oefening 3: Luistervaardigheid

Instructie: Luister naar het audiofragment en geef aan of de volgende uitspraken waar of onwaar zijn.

Je travaille à la mairie et cette semaine nous préparons les élections. Dimanche, les citoyens peuvent voter pour choisir le maire. Il y a trois candidats, chacun avec son parti politique. À la télévision, on parle aussi de la campagne présidentielle, de l’économie et des lois au Parlement. Moi, je vais voter le matin, puis je dois vérifier les listes et aider les personnes qui ont des questions.
(Ik werk in het stadhuis en deze week bereiden we de verkiezingen voor. Zondag kunnen de burgers stemmen om de burgemeester te kiezen. Er zijn drie kandidaten, ieder met zijn eigen politieke partij. Op televisie wordt ook gesproken over de presidentiële campagne, de economie en de wetsvoorstellen in het parlement. Ik ga ’s ochtends stemmen, daarna moet ik de kiezerslijsten controleren en mensen helpen die vragen hebben.)
Waar Onwaar

(De persoon werkt in het stadhuis en neemt deel aan de organisatie van de verkiezingen.)

(Ze zal ’s middags gaan stemmen, nadat ze de kiezers heeft geholpen.)

(Op televisie wordt de presidentiële campagne, de economie en de wetgeving genoemd.)

Oefening 4: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste oplossing

1. Avant, le maire ___ souvent avec les citoyens devant la mairie.

(Vroeger ___ de burgemeester vaak met de inwoners voor het stadhuis.)

2. Quand j’étais jeune, je ___ politique avec mon père pendant les campagnes présidentielles.

(Toen ik jong was, ___ ik politiek met mijn vader tijdens de presidentscampagnes.)

3. Dans les années 1990, beaucoup de Français ___ de l’Union Européenne dans les médias.

(In de jaren 1990 ___ veel Fransen in de media over de Europese Unie.)

Oefening 5: Gesprekskaarten

Instructie: Oefen het gesprek met je docent of medestudenten.

Oefening 6: Discussievragen

Instructie: Beantwoord de vragen met het vocabulaire uit dit hoofdstuk.

Nuttige uitdrukkingen:

Pour moi, le plus important, c’est… / Le maire / le gouvernement doit… / En France, les citoyens peuvent…

  1. Quelles informations trouvez-vous sur une carte d’électeur ou dans un bureau de vote, et lesquelles sont les plus utiles pour vous ?
    Welke informatie vind je op een stempas of in een stembureau, en welke daarvan vind je het meest nuttig?

    __________________________________________________________________________________________________________

  2. Expliquez en quelques mots le rôle du maire dans la vie quotidienne de votre ville ou de votre quartier.
    Leg in een paar woorden uit welke rol de burgemeester speelt in het dagelijkse leven van jouw stad of buurt.

    __________________________________________________________________________________________________________

  3. Vous êtes nouveau en France : comment vous informez-vous avant une élection (p. ex. journal, internet, collègues) ?
    Je bent nieuw in Frankrijk: hoe informeer je jezelf vóór een verkiezing (bijv. krant, internet, collega’s)?

    __________________________________________________________________________________________________________

  4. Y a-t-il une question politique ou sociale importante pour vous dans votre vie professionnelle ou personnelle ? Pourquoi ?
    Is er een politieke of sociale kwestie die voor jou belangrijk is in je beroeps- of privéleven? Waarom?

    __________________________________________________________________________________________________________

Oefening 7: Correspondentie schrijven

Instructie: Schrijf een antwoord op het volgende bericht dat passend is voor de situatie


Objet : Réunion d’information sur les élections municipales

Madame, Monsieur,

La mairie de votre ville organise une réunion d’information sur les prochaines élections municipales.

Date : jeudi 14 mars à 19h
Lieu : salle 2, Hôtel de Ville

Nous allons expliquer le rôle du maire et du Conseil municipal et comment voter en France.

Merci de nous dire si vous participez à cette réunion.

Cordialement,
Claire Martin
Service communication de la mairie


Onderwerp : Informatiebijeenkomst over de gemeenteraadsverkiezingen

Geachte mevrouw, meneer,

Het gemeentehuis van uw stad organiseert een informatiebijeenkomst over de komende gemeenteraadsverkiezingen.

Datum : donderdag 14 maart om 19.00 uur
Plaats : zaal 2, stadhuis

We zullen de rol van de burgemeester en de gemeenteraad uitleggen en hoe u kunt stemmen in Frankrijk.

Laat ons alstublieft weten of u aan deze bijeenkomst zult deelnemen.

Met vriendelijke groet,
Claire Martin
Communicatiedienst van het gemeentehuis


Nuttige zinnen:

  1. Je vous remercie pour votre email et…

    (Hartelijk dank voor uw e-mail en…)

  2. Je confirme que je viens à la réunion…

    (Ik bevestig dat ik naar de bijeenkomst kom…)

  3. J’ai une question concernant…

    (Ik heb een vraag over…)

Madame Martin,

Je vous remercie pour votre email et l’invitation.
Je confirme que je viens à la réunion d’information le jeudi 14 mars à 19h.
J’ai une question : la réunion est-elle aussi pour les citoyens étrangers qui vivent en France ? Est-ce que la présentation sera facile à comprendre pour nous ?

Cordialement,

[Prénom Nom]

Mevrouw Martin,

Hartelijk dank voor uw e-mail en de uitnodiging.
Ik bevestig dat ik aanwezig zal zijn bij de informatiebijeenkomst op donderdag 14 maart om 19.00 uur.
Ik heb een vraag: is de bijeenkomst ook bedoeld voor buitenlandse inwoners die in Frankrijk wonen? Zal de presentatie gemakkelijk te begrijpen zijn voor ons?

Met vriendelijke groet,

[Voornaam Achternaam]