A2.4 - Op de luchthaven en in het vliegtuig
A2.4 - Op de luchthaven en in het vliegtuig

A2.4 - Op de luchthaven en in het vliegtuig - Oefeningen

À l’aéroport et dans l’avion


Oefening 1: Een woord matchen

Instructie: Koppel de items die een verwante betekenis hebben.

aller à l'étranger — partir dans un autre pays (naar het buitenland gaan — naar een ander land vertrekken)
le contrôle de sécurité — le point de contrôle (de veiligheidscontrole — het controlepunt)
les consignes de sécurité — les instructions de sécurité (de veiligheidsvoorschriften — de veiligheidsinstructies)
ce vol est meilleur — ce vol est plus sûr (deze vlucht is beter — deze vlucht is veiliger)

Oefening 2: Examenvoorbereiding

Instructie: Lees de tekst, vul de lege plekken in met de ontbrekende woorden en beantwoord de vragen hieronder


Aéroport de Paris - check-in, sécurité et consigne

Vul de lege plekken in: enregistrement, terminal, passeport, soute, sécurité, consigne, escale, vol

(Luchthaven van Parijs - check-in, veiligheid en bagagedepot)

Pour votre , vous pouvez faire l’ en ligne ou au comptoir du . Préparez votre ou votre carte d’identité. Les horaires des vols s’affichent sur les écrans et la porte d’embarquement change parfois, surtout en cas d’ .

Au contrôle de , mettez les liquides dans un sac séparé et sortez les appareils électroniques. Les contenants trop grands sont interdits en cabine : mettez-les en ou déposez-les en pour les récupérer à votre retour.
Voor je vlucht kun je online of aan de balie van de terminal inchecken. Zorg dat je je paspoort of identiteitskaart bij de hand hebt. De vluchtschema’s worden op de schermen weergegeven en de gate verandert soms, vooral bij een tussenstop.

Bij de veiligheidscontrole stop je de vloeistoffen in een apart zakje en haal je de elektronische apparaten uit je tas. Verpakkingen die te groot zijn, zijn niet toegestaan in de cabine: stop ze in het ruim of geef ze af bij het bagagedepot om ze bij je terugkomst weer op te halen.

  1. Quels documents faut-il préparer et que peut-on faire si un contenant est trop grand pour la cabine ?

    (Welke documenten moet je voorbereiden en wat kun je doen als een verpakking te groot is voor de cabine?)

Oefening 3: Luistervaardigheid

Instructie: Luister naar het audiofragment en geef aan of de volgende uitspraken waar of onwaar zijn.

Je suis à l'aéroport, au terminal 2, pour mon vol vers Lisbonne. J'ai fait l'enregistrement en ligne, mais au comptoir on m'a quand même demandé mon passeport parce que je vais à l'étranger. Maintenant j'attends le contrôle de sécurité. On annonce une petite turbulence après le décollage, donc l'hôtesse de l'air rappelle les consignes de sécurité. Il faut garder la ceinture attachée et s'installer confortablement.
(Ik ben op de luchthaven, in terminal 2, voor mijn vlucht naar Lissabon. Ik heb online ingecheckt, maar aan de balie vroegen ze me toch om mijn paspoort omdat ik naar het buitenland ga. Nu wacht ik bij de veiligheidscontrole. Ze kondigen een kleine turbulentie aan na het opstijgen, dus de stewardess herhaalt de veiligheidsinstructies. Je moet je gordel omhouden en comfortabel gaan zitten.)
Waar Onwaar

(De passagier is al door de veiligheidscontrole gegaan.)

(Zelfs met online inchecken moest ze haar paspoort aan de balie laten zien.)

(Tijdens de vlucht adviseert de bemanning je gordel vast te maken vanwege aangekondigde turbulentie.)

Oefening 4: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste oplossing

1. L'avion ___ à 18 h 20 au terminal 2, selon l'écran des arrivées.

(Het vliegtuig ___ om 18.20 uur bij terminal 2, volgens het aankomstscherm.)

2. Le vol ___ ___ avec vingt minutes de retard à cause du contrôle de sécurité.

(De vlucht ___ ___ met twintig minuten vertraging door de veiligheidscontrole.)

3. Nous ___ à Paris, puis nous passons la douane avec nos passeports.

(We ___ in Parijs, daarna gaan we door de douane met onze paspoorten.)

Oefening 5: Gesprekskaarten

Instructie: Oefen het gesprek met je docent of medestudenten.

Oefening 6: Discussievragen

Instructie: Beantwoord de vragen met het vocabulaire uit dit hoofdstuk.

Nuttige uitdrukkingen:

Je dois présenter mon passeport / ma carte d'identité. / Il vaut mieux garder sa ceinture attachée. / Où se trouve la porte d'embarquement ?

  1. Vous arrivez à l'aéroport et vous ne trouvez pas votre terminal : que demandez-vous au personnel et quels documents montrez-vous au check-in ?
    Je komt aan op de luchthaven en je kunt je terminal niet vinden: wat vraag je aan het personeel en welke documenten toon je bij het inchecken?

    __________________________________________________________________________________________________________

  2. Pendant le vol, il y a des turbulences et l'hôtesse donne les consignes de sécurité : que faites-vous et que dites-vous si vous avez une question ?
    Tijdens de vlucht is er turbulentie en de stewardess geeft de veiligheidsinstructies: wat doe je en wat zeg je als je een vraag hebt?

    __________________________________________________________________________________________________________

Oefening 7: Correspondentie schrijven

Instructie: Schrijf een antwoord op het volgende bericht dat passend is voor de situatie


Salut Anna,

Je suis déjà à l’aéroport. J’ai fait l’enregistrement en ligne, mais je ne vois pas le bon terminal sur l’écran. Mon vol pour Lisbonne décolle à 12h40. Tu arrives vers quelle heure ? N’oublie pas ta carte d’identité (ou ton passeport) et prépare un petit sac pour les liquides au contrôle de sécurité. À tout à l’heure !

Claire


Hoi Anna,

Ik ben al op de luchthaven. Ik heb online ingecheckt, maar ik zie de juiste terminal niet op het scherm. Mijn vlucht naar Lissabon vertrekt om 12.40 uur. Hoe laat kom jij ongeveer aan? Vergeet je identiteitskaart (of je paspoort) niet en maak een klein zakje klaar voor de vloeistoffen bij de veiligheidscontrole. Tot zo meteen!

Claire


Nuttige zinnen:

  1. J’arrive vers … et je te retrouve au terminal …

    (Ik kom rond … aan en ik tref je bij terminal …)

  2. Le vol part-il bien du terminal … ?

    (Vertrekt de vlucht inderdaad vanaf terminal …?)

  3. Je mets mes liquides dans un petit sac pour le contrôle de sécurité.

    (Ik doe mijn vloeistoffen in een klein zakje voor de veiligheidscontrole.)

Salut Claire,

Merci pour ton message. J’arrive vers 11h30. Peux-tu me dire le numéro du terminal ou de la porte où tu es ?

Je vérifie mon billet : il indique le terminal 2, mais je préfère confirmer avec toi. Je prends ma carte d’identité et je mets mes liquides dans un petit sac pour le contrôle.

À bientôt,
Anna

Hoi Claire,

Bedankt voor je bericht. Ik kom rond 11.30 uur aan. Kun je me het nummer van de terminal of de gate waar je bent doorgeven?

Ik controleer mijn ticket: daarop staat terminal 2, maar ik wil het liever met jou bevestigen. Ik neem mijn identiteitskaart mee en ik doe mijn vloeistoffen in een klein zakje voor de controle.

Tot straks,
Anna