A2.11 - Hulpdiensten
A2.11 - Hulpdiensten

A2.11 - Hulpdiensten - Oefeningen

Services d'urgence


Oefening 1: Een woord matchen

Instructie: Koppel de items die een verwante betekenis hebben.

Le SAMU — l'aide médicale urgente (De SAMU — de dringende medische hulp)
Une ambulance — un véhicule de secours (Een ambulance — een hulpverleningsvoertuig)
Un incendie — un feu (Een brand — een vuur)
La gendarmerie — la police nationale (De gendarmerie — de nationale politie)

Oefening 2: Examenvoorbereiding

Instructie: Lees de tekst, vul de lege plekken in met de ontbrekende woorden en beantwoord de vragen hieronder


Affiche de l'immeuble : que faire en cas d'urgence ?

Vul de lege plekken in: ambulance, déplacez, agression, rapidité, SAMU, était, incendie, pompiers, urgence

(Affiche van het gebouw: wat te doen in geval van nood?)

Affichage dans le hall : en cas d' , restez calme et donnez l'adresse exacte. Pour une urgence médicale, appelez le ou une . En cas d' , contactez les . En cas d' ou de danger, appelez la police.

Conseil : si la personne inconsciente, ne la pas. Effectuez les gestes de premier secours si vous les connaissez et attendez l'arrivée des secours. La est importante : décrivez la situation, le nombre de personnes et les risques.
Mededeling in de hal: blijf in geval van nood rustig en geef het exacte adres door. Bel bij een medisch noodgeval de SAMU of een ambulance. Neem bij brand contact op met de brandweer. Bel bij een aanval of gevaar de politie (politiebureau of gendarmerie).

Tip: als de persoon bewusteloos was, verplaats hem/haar dan niet. Voer de eerstehulpmaatregelen uit als u die kent en wacht op de komst van de hulpdiensten. Snelheid is belangrijk: beschrijf de situatie, het aantal personen en de risico’s.

  1. Quels services faut-il appeler selon la situation et quelles informations doit-on donner au téléphone ?

    (Welke diensten moet je bellen afhankelijk van de situatie en welke informatie moet je aan de telefoon doorgeven?)

Oefening 3: Luistervaardigheid

Instructie: Luister naar het audiofragment en geef aan of de volgende uitspraken waar of onwaar zijn.

En rentrant du travail, je vois une voiture accidentée près de mon immeuble. Un monsieur a mal au bras et il saigne un peu. J'alerte tout de suite et j'appelle le SAMU. Je reste calme et je fais des gestes de premier secours pour ralentir le saignement. Ensuite, une ambulance arrive assez vite. La policière me dit qu'elle vient du commissariat et qu'elle va prévenir la gendarmerie.
(Op weg naar huis van het werk zie ik een auto die een ongeluk heeft gehad in de buurt van mijn gebouw. Een meneer heeft pijn aan zijn arm en hij bloedt een beetje. Ik sla meteen alarm en ik bel de SAMU. Ik blijf kalm en ik doe eerstehulpgebaren om het bloeden te vertragen. Daarna komt er vrij snel een ambulance aan. De politieagente zegt tegen me dat ze van het politiebureau komt en dat ze de rijkswacht gaat verwittigen.)
Waar Onwaar

(De persoon vertelt dat ze de SAMU heeft gebeld nadat ze het ongeluk had gezien.)

(Ze zegt dat ze de plek heeft verlaten voordat de hulpdiensten aankwamen.)

(Volgens haar komt de politieagente van het politiebureau.)

Oefening 4: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste oplossing

1. Quand l'ambulance arrivait, le blessé ___ dans la rue.

(Toen de ambulance aankwam, ___ de gewonde op straat.)

2. Le week-end, je ___ souvent aux urgences pour demander conseil.

(In het weekend ___ ik vaak de spoedeisende hulp om advies te vragen.)

3. Quand vous passiez devant le commissariat, vous ___ le numéro du SAMU.

(Wanneer u langs het politiebureau liep, ___ u het nummer van de SAMU.)

Oefening 5: Gesprekskaarten

Instructie: Oefen het gesprek met je docent of medestudenten.

Oefening 6: Discussievragen

Instructie: Beantwoord de vragen met het vocabulaire uit dit hoofdstuk.

Nuttige uitdrukkingen:

J’ai appelé les secours parce que… / Il y avait une personne blessée et j’ai demandé une ambulance. / Quand c’est arrivé, je aidais / il/elle aidait…

  1. Vous êtes témoin d’un accident dans la rue en France : qui appelez-vous et que dites-vous au téléphone en deux phrases courtes ?
    U bent getuige van een ongeval op straat in Frankrijk: wie belt u en wat zegt u in twee korte zinnen aan de telefoon?

    __________________________________________________________________________________________________________

  2. Décrivez une urgence que vous avez vue ou vécue : où étiez-vous et que faisaient les personnes quand cela s’est passé ?
    Beschrijf een noodgeval dat u hebt gezien of meegemaakt: waar was u en wat deden de mensen toen het gebeurde?

    __________________________________________________________________________________________________________

Oefening 7: Correspondentie schrijven

Instructie: Schrijf een antwoord op het volgende bericht dat passend is voor de situatie


Salut, c'est Sophie (2e étage). Je sens une forte odeur de fumée dans le couloir, près de l'escalier. Je ne vois pas de flammes, mais ça m'inquiète. Tu es chez toi ?

Je dois appeler qui en France : les pompiers ou la police ? Tu peux venir 2 minutes ?


Hoi, met Sophie (2e verdieping). Ik ruik een sterke rooklucht in de gang, bij het trappenhuis. Ik zie geen vlammen, maar het maakt me ongerust. Ben je thuis?

Wie moet ik in Frankrijk bellen: de brandweer of de politie? Kun je 2 minuutjes langskomen?


Nuttige zinnen:

  1. Tu peux appeler le 18 (les pompiers) et dire…

    (Je kunt 18 (de brandweer) bellen en zeggen…)

  2. Si tu ne te sens pas en sécurité, tu peux…

    (Als je je niet veilig voelt, kun je…)

  3. J'étais dans l'appartement quand j'ai senti…

    (Ik was in het appartement toen ik… rook)

Salut Sophie, oui je suis chez moi. À mon avis, appelle tout de suite le 18 (les pompiers) ou le 112 si tu préfères. Dis l'adresse, l'étage et que tu sens une odeur de fumée dans le couloir près de l'escalier. Ne prends pas l'ascenseur. Si tu peux, reste près de la porte de ton appartement et attends. J'arrive dans 2 minutes pour vérifier avec toi et prévenir les autres voisins.

Hoi Sophie, ja ik ben thuis. Naar mijn mening bel je meteen 18 (de brandweer) of 112 als je dat liever hebt. Geef het adres, de verdieping en zeg dat je een rooklucht ruikt in de gang bij het trappenhuis. Neem de lift niet. Als je kunt, blijf dan bij de deur van je appartement en wacht. Ik ben er over 2 minuten om samen met jou te kijken en de andere buren te waarschuwen.