A2.26 - Duurzaam transport
A2.26 - Duurzaam transport

A2.26 - Duurzaam transport - Oefeningen

transport (durable)


Oefening 1: Een woord matchen

Instructie: Koppel de items die een verwante betekenis hebben.

Le métro — Les transports en commun (De metro — Het openbaar vervoer)
Une station de vélos — Un endroit pour louer un vélo (Een fietsstation — Een plek om een fiets te huren)
La piste cyclable — La voie pour les vélos (Het fietspad — De rijstrook voor fietsen)
Le bus passe souvent ? — Le bus arrive fréquemment ? (Rijdt de bus vaak? — Komt de bus vaak aan?)

Oefening 2: Examenvoorbereiding

Instructie: Lees de tekst, vul de lege plekken in met de ontbrekende woorden en beantwoord de vragen hieronder


Info voyageurs - Transports durables en ville

Vul de lege plekken in: heures, piste cyclable, zone verte, vélo, stations de vélos en libre-service, métro, transports en commun, abonnement

(Reisinformatie - Duurzame vervoersmiddelen in de stad)

À partir de lundi, la ville renforce la autour du centre. Pour aller au travail, pensez aux ou au . Le et le tramway circulent plus fréquemment aux heures de pointe. Des sont disponibles près des grandes stations.

Pour réduire la pollution, certains bus ne passent plus dans les petites rues à certaines . Si vous avez un , vous pouvez changer de ligne facilement. Pour un trajet plus confortable, empruntez la et laissez la voiture quand c'est possible.
Vanaf maandag versterkt de stad de groene zone rond het centrum. Denk voor woon-werkverkeer aan het openbaar vervoer of de fiets. De metro en de tram rijden vaker tijdens de spitsuren. Er zijn deelfietsstations beschikbaar in de buurt van de grote stations.

Om de vervuiling te verminderen, rijden sommige bussen op bepaalde uren niet meer door de smalle straten. Als je een abonnement hebt, kun je gemakkelijk van lijn veranderen. Neem voor een comfortabelere rit het fietspad en laat de auto staan wanneer dat kan.

  1. Quels moyens de transport sont recommandés dans ce message et pourquoi ?

    (Welke vervoersmiddelen worden in dit bericht aanbevolen en waarom?)

Oefening 3: Luistervaardigheid

Instructie: Luister naar het audiofragment en geef aan of de volgende uitspraken waar of onwaar zijn.

Depuis un mois, j'ai changé ma façon d'aller au bureau. J'ai pris un abonnement aux transports en commun parce que le métro est rapide sur ma ligne. Mais quand il fait beau, je vais au travail à vélo. Il y a une station de vélos en libre-service près de mon immeuble et une piste cyclable jusqu'à la zone verte. Le soir, si je suis fatigué, je prends le tram à l'arrêt devant le parc. Le bus passe souvent, mais il est plus lent.
(Sinds een maand heb ik mijn manier om naar kantoor te gaan veranderd. Ik heb een abonnement op het openbaar vervoer genomen omdat de metro op mijn lijn snel is. Maar als het mooi weer is, ga ik met de fiets naar het werk. Er is een station met deelfietsen vlak bij mijn gebouw en een fietspad tot aan de groene zone. ’s Avonds, als ik moe ben, neem ik de tram bij de halte voor het park. De bus rijdt vaak, maar hij is langzamer.)
Waar Onwaar

(De persoon heeft een abonnement genomen om het openbaar vervoer te gebruiken.)

(Het fietsstation is ver van het gebouw van de persoon.)

(De persoon gebruikt ’s avonds de tram wanneer hij/zij moe is.)

Oefening 4: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste oplossing

1. Quand je travaillais à Paris, je ___ souvent dans le métro en attendant la bonne ligne.

(Toen ik in Parijs werkte, ___ ik vaak in de metro wachten op de juiste lijn.)

2. En hiver, à l'arrêt du bus, nous ___ longtemps car le bus ne passait pas fréquemment.

(In de winter bleven we bij de bushalte ___ lang staan, want de bus reed niet vaak.)

3. Pendant les grèves, tu ___ calmement à la station au lieu de prendre le train.

(Tijdens de stakingen ___ je rustig op het station in plaats van de trein te nemen.)

Oefening 5: Gesprekskaarten

Instructie: Oefen het gesprek met je docent of medestudenten.

Oefening 6: Discussievragen

Instructie: Beantwoord de vragen met het vocabulaire uit dit hoofdstuk.

Nuttige uitdrukkingen:

D'habitude, je prends... / C'est plus écologique et plus simple pour moi. / Je vais à la station / à l'arrêt et j'attends...

  1. Comment allez-vous au travail ou à vos cours en général ? Prenez-vous plutôt le bus, le tram, le métro ou le vélo ?
    Hoe ga je meestal naar je werk of naar je lessen? Neem je eerder de bus, de tram, de metro of de fiets?

    __________________________________________________________________________________________________________

  2. Dans votre ville, quels transports en commun sont pratiques et lesquels sont souvent bondés ou compliqués ? Pourquoi ?
    Welke vormen van openbaar vervoer zijn in jouw stad handig en welke zijn vaak overvol of ingewikkeld? Waarom?

    __________________________________________________________________________________________________________

Oefening 7: Correspondentie schrijven

Instructie: Schrijf een antwoord op het volgende bericht dat passend is voor de situatie


Salut Camille,

Demain on a la réunion à 9h près de la station « Hôtel de Ville ». Je pensais prendre le tram, mais ce matin il y avait beaucoup de monde et j'ai attendu longtemps à l'arrêt

Toi, tu viens comment ? Métro (quelle ligne ?) ou vélo (il y a une station de vélos en libre-service juste à côté) ? On se retrouve à 8h45 ?

À demain !
Sophie


Hoi Camille,

Morgen hebben we de vergadering om 9u bij het station « Hôtel de Ville ». Ik dacht de tram te nemen, maar vanmorgen was het erg druk en heb ik lang gewacht aan de halte

En jij, hoe kom jij? Metro (welke lijn?) of fiets (er is een deelfietsstation vlak ernaast)? Zullen we elkaar om 8u45 treffen?

Tot morgen!
Sophie


Nuttige zinnen:

  1. Je viens plutôt en…, parce que…

    (Ik kom liever met… omdat…)

  2. On peut se retrouver à … devant/à la station…

    (We kunnen elkaar om … voor/bij het station… treffen)

  3. Si le tram est trop plein, on peut… (prendre le métro / venir à vélo)

    (Als de tram te vol is, kunnen we… (de metro nemen / met de fiets komen))

Salut Sophie,

Je viens en métro, ligne 1. En général, ça va assez rapidement le matin. Je peux sortir à la station « Hôtel de Ville ».

8h45, c'est parfait. On se retrouve devant la station de métro ? Si le tram est trop plein, on fait comme ça et je viens à vélo.

À demain,
Camille

Hoi Sophie,

Ik kom met de metro, lijn 1. Meestal gaat het ’s ochtends vrij snel. Ik kan uitstappen bij het station « Hôtel de Ville ».

8u45 is perfect. Zullen we elkaar voor het metrostation treffen? Als de tram te vol is, doen we het zo en kom ik met de fiets.

Tot morgen,
Camille