Exercice: Gespreksoefening
- Décrivez les activités dans les images et commentez-les. (Beschrijf de activiteiten op de afbeeldingen en geef er commentaar op.)
- Où avez-vous grandi ? À la campagne ou en ville ? (Waar ben je opgegroeid? Op het platteland of in de stad?)
- Devais-tu t'occuper des animaux ? Des animaux de ferme ou des animaux de compagnie ? (Heb je voor dieren moeten zorgen? Boerderijdieren of huisdieren?)
Richtlijnen tijdens het lesgeven +/- 10 minuten