Praat over een examen dat je hebt gemaakt of gaat maken
Bespreek je cijfers en resultaten
praat over verschillende examen soorten
Woordenschat
Leer de belangrijkste woorden en werkwoorden die je voor deze les nodig hebt.
Activiteit: Voorbereiden op het DELF
Grammatica: De plus-que-parfait: gebruik
Le plus-que-parfait drukt een handeling uit die vóór een andere handeling in het verleden heeft plaatsgevonden. Voorbeeld: 'j'avais mangé', 'il avait étudié'.
Oefeningen
Pas in de praktijk toe wat je hebt geleerd.
In het klaslokaal
Spreken
Oefen spreken met je docent!