Relativpronomen (waar + Präposition, wie)

Betrekkelijk voornaamwoord (waar + voorzetsel, wie)


Gebruik van waar en wie in relatieve bijzinnen om extra informatie te geven over een zelfstandig naamwoord.

(Verwendung von waar und wie in Relativsätzen, um zusätzliche Informationen über ein Substantiv zu geben.)

Wanneer gebruik je waar + voorzetsel en wanneer (voorzetsel +) wie?

In relatieve zinnen verwijs je terug naar een woord (het antecedent). De eerste vraag is altijd:

  • Gaat het om een ding/zaak/idee? → gebruik waar + voorzetsel (vaak samengetrokken: waaraan, waarmee, waarover).
  • Gaat het om een persoon? → gebruik wie (meestal: voorzetsel + wie zoals met wie, aan wie).

Stap-voor-stap: zo kies je snel het juiste woord

  1. Zoek het antecedent: over wie/wat gaat het woord vóór de bijzin?
  2. Kies categorie: persoon → wie, ding/abstract → waar.
  3. Zoek het vaste voorzetsel bij het werkwoord/uitdrukking in de bijzin.
  4. Zet het voorzetsel vóór het betrekkelijk woord (persoon) of maak de combinatie met waar (ding).

Overzicht: meest voorkomende combinaties (ding/zaak)

Voorzetsel Combinatie met waar Voorbeeld (NL)
aan waaraan Het plan waaraan ik werk, is haalbaar.
met waarmee De software waarmee we werken, is veilig.
in waarin Het document waarin alles staat, is bijgewerkt.
over waarover Het onderwerp waarover we praten, is gevoelig.
op waarop De deadline waarop iedereen wacht, komt dichtbij.
voor waarvoor De reden waarvoor ik bel, is eenvoudig.

Tip: denk in het Duits aan wo(r) + Präposition: woran, womit, worüber…

Overzicht: personen → voorzetsel + wie

Patroon Voorbeeld (NL) Let op
met wie De collega met wie ik overleg, is vandaag vrij. Niet: waarmee bij een persoon.
aan wie De cliënt aan wie ik advies gaf, was tevreden. Werkt ook voor indirect object.
bij wie De arts bij wie ik langsga, is gespecialiseerd. Vaak bij locaties/instanties met personen.

Veelgemaakte fouten (en hoe je ze voorkomt)

  • Fout 1: “wie” voor dingen

    Het apparaat met wie ik train…Het apparaat waarmee ik train…

  • Fout 2: “waar” voor personen

    De diëtist aan waar ik vragen stel…De diëtist aan wie ik vragen stel…

  • Fout 3: voorzetsel vergeten

    Het project waar ik werk… (kan, maar vaak bedoel je iets anders) → Het project waaraan ik werk…

    Check: zeg je in het Nederlands werken aan, praten over, denken aan?

Spreektaal: voorzetsel los aan het einde

In informele spreektaal hoor je soms dat waar en het voorzetsel uit elkaar gaan.

  • Formeler/duidelijker: Het dieet waaraan ik werk, is streng.
  • Spreektaal: Het dieet waar ik aan werk, is streng.

Advies: gebruik in schrijfwerk en in examens liever de samengevoegde vorm (waaraan, waarmee, waarover).

Extra: wie + bezit (z’n / d’r)

Als je iets noemt dat bij een persoon hoort, kun je in spreektaal gebruiken:

  • De vrouw wie d’r bloedsuiker elke dag gecontroleerd wordt…

Praktischer en vaker (neutraal):

  • De vrouw bij wie de bloedsuiker elke dag gecontroleerd wordt…
  • De vrouw van wie de bloedsuiker elke dag gecontroleerd wordt… (meer nadruk op ‘van wie’ = ‘wier’)

Zelfcheck (30 seconden)

  1. Persoon? → (voorzetsel +) wie.
  2. Ding/idee?waar + voorzetsel → waaraan/waarmee/waarover…
  3. Klopt het voorzetsel bij het werkwoord? (bv. houden aan, werken aan, praten over)
  1. Präposition + waar, wenn das Bezugswort ein Objekt ist.
  2. Verwenden Sie wie, wenn das Bezugswort eine Person ist.
Regel (Regel)GebruikVertaling (Übersetzung)
waar + voorzetselsVervanging voor die/dat (Ersatz für die/das)

Waar + met / tot → waarmee/waartoe (Waar + met / tot → womit/wozu)
Het gerecht waaraan ik bezig ben, is heel gezond. (Das Gericht, woran ich arbeite, ist sehr gesund.)

Het sportapparaat waarmee ik train, is heel effectief voor mijn spieren. (Das Sportgerät, womit ich trainiere, ist sehr effektiv für meine Muskeln.)
wieNa een voorzetsel  (Nach einer Präposition)

Als meewerkend voorwerp (Als indirektes Objekt)

wie + z'n / d'r (wie + sein / ihr)
De man met wie mijn zus getrouwd is, is een kok. (Der Mann, mit dem meine Schwester verheiratet ist, ist ein Koch.)

De man aan wie ik voedingsadvies gaf, is mijn neef. (Der Mann, dem ich Ernährungstipps gegeben habe, ist mein Cousin.)

De vrouw wie d'r koolhydraten in balans moet houden, eet veel groenten. (Die Frau, die ihre Kohlenhydrate im Gleichgewicht halten muss, isst viel Gemüse.)

Ausnahmen!

  1. In der Umgangssprache können waar und die Präposition getrennt werden, wie in: 'Het sportdieet waar ik aan werk, bevat veel proteïnen.'

Übung 1: Mehrfachauswahl

Anleitung: Wähle die richtige Antwort

Ihre Korrekturen werden abgerufen... Bitte schließen Sie diese Seite noch nicht.

1. Het dieet ____ ik me aan houd, bevat minder koolhydraten en meer groente.

Die Diät, ____ ich mich halte, enthält weniger Kohlenhydrate und mehr Gemüse.

2. De zuivelproducten ____ ik ontbijt, bevatten veel proteïnen.

Die Milchprodukte, ____ ich frühstücke, enthalten viel Eiweiß.

3. De buurman aan ____ ik vroeg hoe hij was afgevallen, ging elke dag wandelen.

Der Nachbar, ____ ich fragte, wie er abgenommen hatte, ging jeden Tag spazieren.

4. Het voedingsadvies ____ we in de praktijkles spraken, ging vooral over vitaminen en variëren.

Die Ernährungsempfehlung, ____ wir im Praxisunterricht gesprochen haben, ging vor allem um Vitamine und Abwechslung.

Übung 2: Schreibe die Sätze neu

Anleitung: Fasse die Sätze zu einem Satz mit einem Relativsatz zusammen und verwende das richtige Relativpronomen: wo + Präposition (bei einer Sache) oder wer (bei einer Person).

Ihre Korrekturen werden abgerufen... Bitte schließen Sie diese Seite noch nicht.

Anzeigen/Übersetzung ausblenden Hinweise einblenden/ausblenden
  1. Ik volg een sportprogramma. Met dit sportprogramma train ik drie keer per week.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Beispiel
    Ik volg een sportprogramma waarmee ik drie keer per week train.
    (Ich mache ein Sportprogramm, mit dem ich dreimal pro Woche trainiere.)
  2. Dit is het dieet. Aan dit dieet houd ik me al twee maanden.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Beispiel
    Dit is het dieet waaraan ik me al twee maanden houd.
    (Das ist die Diät, an die ich mich schon seit zwei Monaten halte.)
  3. Ik heb een app gedownload. In deze app houd ik mijn calorieën bij.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Beispiel
    Ik heb een app gedownload waarin ik mijn calorieën bijhoud.
    (Ich habe eine App heruntergeladen, in der ich meine Kalorien im Blick behalte.)
  4. Dat is de collega. Met hem lunch ik vaak na het sporten.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Beispiel
    Dat is de collega met wie ik vaak lunch na het sporten.
    (Das ist der Kollege, mit dem ich nach dem Sport oft zu Mittag esse.)

Übung 3: Mehrfachauswahl

Anleitung: Wähle den grammatikalisch korrekten Satz.

Ihre Korrekturen werden abgerufen... Bitte schließen Sie diese Seite noch nicht.

1.
Falsch: „wie“ verwendest du für Personen; hier geht es um eine Sache, daher musst du „waarmee“ verwenden.
2.
Falsch: „waar“ verwendest du für Sachen, nicht für Personen; bei einer Person ist „aan wie“ richtig.

Geschrieben von

Dieser Inhalt wurde vom pädagogischen Team von coLanguage entworfen und überprüft. Über coLanguage

Profile Picture

Yoni De Ketelaere

Bachelor in Internationalem Geschäftsmanagement

HOGENT

University_Logo

Belgien


Zuletzt aktualisiert:

Samstag, 30/05/2026 11:36