Los comparativos sirven para expresar igualdad o diferencia de cantidad.

(Vergelijkingen worden gebruikt om gelijkheid of een verschil in hoeveelheid uit te drukken.)

Wat leer je in dit onderdeel?

  • Je vergelijkt kwaliteit: even schoon, schoner, minder schoon.
  • Je vergelijkt hoeveelheid: meer afval, minder geld, meer dan 20 euro.
  • Je gebruikt vaste structuren met igual de, más/menos, poco / un poco.
  • Je weet wanneer je que en wanneer je de moet gebruiken.

1. Even … als: igual de + bijvoeglijk naamwoord/bijwoord + que

Gebruik deze structuur als twee dingen even … zijn (niet meer, niet minder).

Structuur Voorbeeld
igual de + adjetivo + que El aire aquí es igual de limpio que en el campo.
igual de + adverbio + que Este sistema funciona igual de bien que el anterior.
  • igual de staat vlak voor het bijvoeglijk naamwoord of bijwoord.
  • que staat voor het tweede element van de vergelijking.

Let op veelgemaakte fout:

  • El aire es igual limpio que…El aire es igual de limpio que…

Zelfcheck (kun je beantwoorden?):

  • Kan ik zelf een zin maken met igual de + adjetivo + que over mijn stad of werk?
  • Vergeet ik niet het woordje de na igual?

2. Meer/minder + zelfstandig naamwoord + que

Hier vergelijk je de hoeveelheid van een ding: meer afval, minder auto’s, meer vergaderingen…

Structuur Voorbeeld
más + sustantivo + que La ciudad produce más residuos que antes.
menos + sustantivo + que Este barrio genera menos contaminación que otros.
  • Na más / menos komt direct een zelfstandig naamwoord.
  • Daarna volgt que + het element waarmee je vergelijkt.

Typische fouten (en de goede vorm):

  • más de residuos quemás residuos que
  • menos que contaminaciónmenos contaminación que

Zelfcheck:

  • Gebruik ik más/menos + zelfstandig naamwoord + que (zonder de)?
  • Zie ik duidelijk wat ik vergelijk (residuos, contaminación, coches…)?

3. Meer/minder dan + getal: más de / menos de + número

Hier gaat het om een exacte hoeveelheid of getal: prijs, tijd, aantal personen, kilometers…

Structuur Voorbeeld
más de + número El proyecto cuesta más de 20 euros.
menos de + número La reforma dura menos de tres meses.

Belangrijke regel:

  • más / menos que → met zelfstandig naamwoord.
  • más / menos de → met getal of duidelijke hoeveelheid.

Goed / fout:

  • Goed: Este invierno ha habido más de diez días de frío intenso.
  • Más diez díasmás de diez días

Snelle test voor jezelf:

  1. Staat er een cijfer (10, tres, 25, mil…)? → gebruik de.
  2. Staat er een zelfstandig naamwoord zonder getal? → gebruik que.

4. Weinig en een beetje: poco / un poco

Met deze woorden geef je aan dat iets niet veel is.

Woord Betekenis Voorbeeld
poco weinig (negatiever) La empresa invierte poco en ecología.
un poco een beetje (iets positiever) El ayuntamiento apoya un poco el reciclaje.
  • poco benadrukt: het is echt weinig, onvoldoende.
  • un poco benadrukt: er is wel íets, maar niet heel veel.

Vergelijk:

  • Mi empresa invierte poco en energías alternativas. (bijna niets)
  • Mi empresa invierte un poco en energías alternativas. (er gaat wel wat geld naartoe)

Veelgemaakte fouten:

  • poco de dinero invierteLa empresa invierte poco dinero / invierte poco.
  • apoya poco un el reciclajeapoya un poco el reciclaje.

Zelfcheck:

  • Wil ik zeggen dat het echt te weinig is? → kies poco.
  • Wil ik zeggen dat er wel iets gebeurt, maar beperkt? → kies un poco.

5. Overzicht: welke vorm kies ik?

Situatie Structuur Voorbeeld
Even … als (kwaliteit, manier) igual de + adj/adv + que El barrio está igual de limpio que antes.
Meer/minder dingen dan … más/menos + sustantivo + que Hay más contenedores que antes.
Meer/minder dan + getal más/menos de + número Cuesta menos de 50 euros.
Weinig / een beetje in het algemeen poco / un poco El gobierno hace poco / un poco.

6. Korte stap-voor-stap check bij het spreken

  1. Wat vergelijk ik?
    • Kwaliteit / manier (schoon, snel, goed)? → denk aan igual de … que.
    • Hoeveelheid van dingen (residuos, coches, reuniones)? → denk aan más/menos … que.
    • Getallen (2 días, 30 euros, 5 meses)? → denk aan más/menos de.
  2. Is het echt weinig of een beetje?
    • poco = te weinig.
    • un poco = een beetje, er gebeurt wel iets.
  3. Controleer de kleine woordjes:
    • Na igual altijd de: igual de.
    • Na más/menos → kijk: komt er een zelfstandig naamwoord (residuos) of een getal (20)?
      • Zelfstandig naamwoord → que.
      • Getal → de.

7. Kun je dit nu?

  • Ik kan zinnen maken als:
    • «Mi barrio está igual de contaminado que el centro.»
    • «En mi empresa hay más reuniones que antes.»
    • «El proyecto cuesta menos de 500 euros.»
    • «El ayuntamiento apoya un poco el transporte público.»
  • Ik weet wanneer ik que en wanneer ik de moet gebruiken.
  • Ik voel het verschil tussen poco en un poco.

Als je deze vragen met “ja” kunt beantwoorden, ben je klaar om deze vormen actief in gesprekken te gebruiken.

  1. Elke structuur heeft een vaste vorm.
Estructura (Structuur)Ejemplo (Voorbeeld)

Igual de + adjetivo + que

Igual de + adverbio + que

El aire aquí es igual de limpio que en el campo. (De lucht hier is even schoon als op het platteland.)

Este sistema funciona igual de bien que el anterior. (Dit systeem werkt even goed als het vorige.)

Más + sustantivo + queLa ciudad produce más residuos que antes. (De stad produceert meer afval dan vroeger.)
Menos + sustantivo + queEste barrio genera menos contaminación que otros. (Deze wijk veroorzaakt minder vervuiling dan andere.)
Más de + número / cantidadEl proyecto cuesta más de 20 euros. (Het project kost meer dan 20 euro.)
Menos de + número / cantidadLa reforma dura menos de tres meses. (De verbouwing duurt minder dan drie maanden.)
PocoLa empresa invierte poco en ecología. (Het bedrijf investeert weinig in ecologie.)
Un pocoEl ayuntamiento apoya un poco el reciclaje. (De gemeente ondersteunt het recyclen een beetje.)

Uitzonderingen!

  1. Más / menos que wordt gebruikt met zelfstandige naamwoorden; más / menos de met getallen.

Oefening 1: Vergrotende trap: igual de, un poco, menos de...

Instructie: Vul het juiste woord in.

Toon vertaling Toon antwoorden

que, igual de, más, más de, menos, un poco, poco, menos de

1. Cantidad superior:
La instalación consume ... cien litros de agua al día.
(De installatie verbruikt meer dan honderd liter water per dag.)
2. Cantidad insuficiente:
La empresa dedica ... tiempo a la formación ambiental.
(Het bedrijf besteedt weinig tijd aan milieueducatie.)
3. Igualdad:
El nuevo sistema responde ... rápido que el antiguo.
(Het nieuwe systeem reageert even snel als het oude.)
4. Cantidad inferior:
El trayecto dura ... una hora en tren.
(De reis duurt minder dan een uur met de trein.)
5. Aumento:
Las ciudades producen ... basura en verano ... en invierno.
(Steden produceren in de zomer meer afval dan in de winter.)
6. Aumento:
La industria genera ... emisiones ... el sector agrícola.
(De industrie stoot meer uit dan de landbouwsector.)
7. Cantidad suficiente:
El gobierno invierte ... en campañas ecológicas locales.
(De overheid investeert weinig in lokale milieucampagnes.)
8. Reducción:
Este proceso produce ... residuos tóxicos ... antes.
(Dit proces produceert minder giftig afval dan vroeger.)

Oefening 2: Herschrijf de zinnen

Instructie: Herschrijf de zinnen met vergelijkingen van hoeveelheid (evenveel…, meer/minder + zelfstandig naamwoord + dan, meer/minder dan + hoeveelheid, weinig / een beetje) volgens de aanwijzing tussen haakjes.

Vertaling tonen/verbergen Toon/verberg hints
  1. Hint Hint (igual de) La contaminación en mi barrio es alta. En el centro la contaminación también es alta. (igual de + adjetivo + que)
    ⇒ _______________________________________________ Example
    La contaminación en mi barrio es igual de alta que en el centro.
    (De vervuiling in mijn buurt is even hoog als in het centrum.)
  2. Hint Hint (más … que) La empresa tiene muchas reuniones. Antes la empresa tenía pocas reuniones. (más + sustantivo + que)
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Ahora la empresa tiene más reuniones que antes.
    (Nu heeft het bedrijf meer vergaderingen dan vroeger.)
  3. Hint Hint (menos … que) En esta oficina hay pocos ordenadores. En la otra oficina hay muchos ordenadores. (menos + sustantivo + que)
    ⇒ _______________________________________________ Example
    En esta oficina hay menos ordenadores que en la otra.
    (In dit kantoor zijn minder computers dan in het andere.)
  4. Hint Hint (más de) El viaje a Madrid cuesta 18 euros. (más de + cantidad)
    ⇒ _______________________________________________ Example
    El viaje a Madrid cuesta más de 15 euros.
    (De reis naar Madrid kost meer dan 15 euro.)
  5. Hint Hint (menos de) El curso dura cuatro meses. (menos de + cantidad)
    ⇒ _______________________________________________ Example
    El curso dura menos de seis meses.
    (De cursus duurt minder dan zes maanden.)
  6. Hint Hint (un poco) El ayuntamiento apoya el transporte público, pero muy poco. (un poco)
    ⇒ _______________________________________________ Example
    El ayuntamiento apoya un poco el transporte público.
    (De gemeente steunt het openbaar vervoer een beetje.)

Oefening 3: Grammatica in actie

Instructie: Praat met je klasgenoot en vergelijk jullie buurt met andere om maatregelen te bepalen.

Vertaling tonen/verbergen
Situatie
En una reunión vecinal proponéis medidas para hacer el barrio más sostenible.
(Tijdens een buurtvergadering stellen jullie maatregelen voor om de wijk duurzamer te maken.)

Bespreek
  • ¿Nuestro barrio está igual de contaminado que otros de la ciudad? Explica. (Is onze buurt even vervuild als andere delen van de stad? Leg uit.)
  • Comparad la cantidad de contenedores de vidrio y latas: ¿hay más o menos? ¿Cuántos aproximadamente?`,`¿La gente de tu zona cuida el medio ambiente igual de bien que en tu ciudad de origen?`,`Comparad medidas: presupuesto, tiempo y emisiones; ¿qué opción contamina menos y cuesta menos de X euros? (Vergelijk het aantal glas- en blikcontainers: zijn het er meer of minder? Hoeveel ongeveer?)

Nuttige woorden en uitdrukkingen
  • menos contenedores de vidrio (minder glascontainers)
  • invertir un poco más de dinero (iets meer geld investeren)
  • aire igual de contaminado (lucht even vervuild)

Gebruik in gesprek
  • igual de + adjetivo/adverbio + que (even + bijvoeglijk naamwoord/adverbium + als)
  • más/menos + sustantivo + que (meer/minder + zelfstandig naamwoord + dan)
  • más de/menos de + número (meer dan/minder dan + getal)

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage

Profile Picture

Alessia Amoroso

Master in Talen, Culturen en Communicatie

Università degli Studi di Modena e Reggio Emilia

University_Logo

Laatst bijgewerkt:

donderdag, 05/02/2026 11:46