Las perífrasis verbales sirven para expresar cómo se desarrolla una acción: si es habitual, empieza, se repite, se interrumpe, es obligatoria o probable.

(Verbal perífrases worden gebruikt om uit te drukken hoe een handeling zich ontwikkelt: of die gewoonlijk gebeurt, begint, zich herhaalt, wordt onderbroken, verplicht of waarschijnlijk is.)

Wat zijn Spaanse werkwoordelijke perifrasen?

  • In deze les gaat het om combinaties zoals soler + infinitief, volver a + infinitief, …
  • Ze bestaan altijd uit:
    werkwoord 1 (vervoegd) + werkwoord 2 (infinitief).
  • Werkwoord 1 geeft de betekenis van de situatie: gewoonte, herhaling, begin, enz.
  • Werkwoord 2 (infinitief) is de hoofdactie: kontrollar, hacer ejercicio, salir…

Voorbeeld: Suelo controlar la presión.
suelo = gewoonte, controlar = de actie.

Belangrijk: alleen het eerste werkwoord verandert

  • Je vervoegt alleen het eerste werkwoord.
  • Het tweede werkwoord blijft altijd infinitief.
Goed Fout
Suelo controlar la presión. Suelo controlo la presión.
Dejé de hacer ejercicio. Dejé de hice ejercicio.
Voy a volver a tomar la medicación. Voy a volver tomo la medicación.

Zelfcheck: zie je ergens twee vervoegde werkwoorden naast elkaar? Dan klopt de vorm waarschijnlijk niet.

Overzicht: welke perifrase gebruik ik wanneer?

Vorm Betekenis Korte vertaling
soler + inf. gewoonte meestal / gewoonlijk …
volver a + inf. herhaling weer / opnieuw …
dejar de + inf. stoppen, onderbreken stoppen met …
ponerse a + inf. begin van een actie beginnen te … (zich zetten aan)
estar a punto de + inf. actie staat op het punt te beginnen op het punt staan te …
deber + inf. plicht / sterk advies moeten …
deber de + inf. vermoeden waarschijnlijk / zal wel …

1. soler + infinitief: je gewoonten

  • Betekenis: iets dat je meestal of regelmatig doet.
  • Typische Nederlandse woorden: “meestal”, “gewoonlijk”, “normaal gesproken”.

Vorm (presente):

yo suelo controlar
sueles hacer ejercicio
él / ella / usted suele fumar
nosotros/-as solemos caminar
vosotros/-as soléis comer sano
ellos / ellas / ustedes suelen ir al médico

Voorbeelden met vertaling:

  • Suelo controlar la presión por la mañana.
    Ik controleer meestal ’s ochtends mijn bloeddruk.
  • No solemos cenar muy tarde.
    Wij eten meestal niet heel laat.

Let op: in het Nederlands voeg je vaak “meestal” toe, in het Spaans zit dat al in soler. Voeg niet nóg eens “meestal” toe in het Spaans.

2. volver a + infinitief: iets opnieuw doen

  • Betekenis: een actie gebeurt weer, opnieuw.
  • Je vertaalt vaak met “weer …” of “nog een keer …”.

Voorbeelden:

  • Volvimos a tomar la temperatura.
    We hebben de temperatuur opnieuw gemeten.
  • Cuando mejoró, empezó a fumar otra vez. Después volvió a toser mucho.
    Toen het beter ging, begon hij weer te roken. Daarna begon hij weer veel te hoesten.

Tip: denk in het Nederlands: “weer + infinitief”. Als je dat wilt zeggen, is volver a + infinitief meestal goed.

3. dejar de + infinitief: stoppen met iets

  • Betekenis: je onderbreekt een gewoonte of activiteit.
  • Vertaling: “stoppen met …”.

Voorbeelden:

  • He dejado de fumar.
    Ik ben gestopt met roken.
  • Dejó de hacer ejercicio por dolor en la rodilla.
    Hij/zij stopte met sporten vanwege kniepijn.

Typische fouten:

  • Dejé hacer ejercicioDejé de hacer ejercicio.
  • Vergeet het de niet.

4. ponerse a + infinitief: beginnen met een actie

  • Betekenis: het moment dat je met iets begint.
  • Vaak een vrij spontane start: “zich zetten aan”, “ermee beginnen”.

Voorbeelden:

  • El paciente se puso a cuidar los músculos.
    De patiënt begon zijn spieren te verzorgen.
  • En la consulta me puse a hacer muchas preguntas.
    In de spreekkamer begon ik veel vragen te stellen.

Vergelijking (gevoel):

  • empezar a + inf. = neutraal “beginnen te …”.
  • ponerse a + inf. = iets meer actie, dynamisch, “je zet je aan het werk”.

5. estar a punto de + infinitief: bijna beginnen

  • Betekenis: iets gaat direct gebeuren, het is heel dichtbij.
  • Vertaling: “op het punt staan te …”, “bijna …”.

Voorbeelden:

  • Estoy a punto de vacunarme contra la gripe.
    Ik sta op het punt me te laten vaccineren tegen de griep.
  • El médico está a punto de entrar en la consulta.
    De arts staat op het punt de spreekkamer binnen te komen.

Let op de structuur: estar (vervoegd) + a punto de + infinitief.

6. deber vs deber de: moeten of waarschijnlijk?

Een veelgestelde vraag: wat is het verschil tussen deber en deber de?

  • deber + inf. = plicht, verplichting, sterk advies.
  • deber de + inf. = waarschijnlijkheid, vermoeden.

deber + infinitief (moeten)

  • Debes controlar el azúcar regularmente.
    Je moet regelmatig je bloedsuiker controleren.
  • Deberíamos hacer más ejercicio.
    We zouden meer moeten sporten.

deber de + infinitief (vermoeden)

  • Debe de tener fiebre porque no está aquí.
    Hij/zij zal waarschijnlijk koorts hebben, want hij/zij is hier niet.
  • Son las tres; el médico debe de estar en consulta.
    Het is drie uur; de arts zal wel in consult zijn.

Praktische tip:

  • Wil je “moeten” zeggen? → gebruik deber zonder de.
  • Wil je “zal wel / waarschijnlijk” zeggen? → gebruik deber de.

7. Welke tijd gebruik ik in het eerste werkwoord?

  • De tijd (presente, imperfecto, perfecto, futuro…) hangt af van de tijd van de situatie, niet van de perifrase zelf.

Voorbeelden met soler:

  • Presente: Suelo caminar 30 minutos al día.
    Ik wandel meestal 30 minuten per dag.
  • Imperfecto: Cuando era joven, solía caminar más.
    Toen ik jong was, wandelde ik meestal meer.

Voorbeelden met dejar de:

  • Perfecto: He dejado de fumar.
    Ik ben gestopt met roken.
  • Indefinido: Dejé de fumar hace dos años.
    Ik ben twee jaar geleden gestopt met roken.

Zelfcheck:

  1. Bedenk eerst: gaat het over vroeger, nu of toekomst?
  2. Kies de tijd van het eerste werkwoord (solía / suelo / volveré a …).
  3. Laat het tweede werkwoord in de infinitief.

8. Stap-voor-stap: zo bouw je zelf een goede zin

  1. Kies de betekenis
    Wil je een gewoonte, herhaling, begin, stoppen, bijna-actie, plicht of vermoeden uitdrukken?
  2. Kies de juiste perifrase
    Gewoonte → soler
    Herhaling → volver a
    Stoppen → dejar de
    Begin → ponerse a
    Bijna → estar a punto de
    Plicht → deber
    Vermoeden → deber de
  3. Bepaal de tijd van het eerste werkwoord
    Nu → presente (suelo, debo…)
    Vroeger → imperfecto / indefinido (solía, dejé de…)
    Toekomst → futuro / ir a + inf. (volveré a…, voy a volver a…)
  4. Laat de actie in infinitief
    controlar, hacer ejercicio, salir, fumar, etc.

Voorbeeldstap: “Ik ben twee maanden geleden gestopt met sporten.”

  1. Betekenis: stoppen → dejar de.
  2. Tijd: verleden, precies moment → indefinido (dejé).
  3. Actie: sporten → hacer ejercicio (infinitief).
  4. Zin: Hace dos meses dejé de hacer ejercicio.

9. Korte zelftest: heb ik het goed gedaan?

  • Staan er twee vervoegde werkwoorden naast elkaar?
    → Dan is er waarschijnlijk een fout.
  • Staat er achter dejar altijd een de?
    dejar de + infinitief.
  • Wil ik “moeten” of “waarschijnlijk” zeggen?
    → moeten = deber, waarschijnlijk = deber de.
  • Past de tijd van het eerste werkwoord bij de tijd van de situatie?
    → Nu = presente, vroeger = verleden tijd, toekomst = futuro / ir a.
  • Kan ik in het Nederlands zeggen: “meestal / weer / stoppen met / op het punt staan / moeten / waarschijnlijk”?
    → Dan is een van deze perifrasen hier waarschijnlijk goed.

Als je deze vragen kunt beantwoorden, heb je de basis van de Spaanse werkwoordelijke perifrasen onder controle en kun je ze in gesprekken over gezondheid en gewoontes doelgericht gebruiken.

  1. Vervoegd werkwoord + infinitief.
  2. Het vervoegde werkwoord geeft aan hoe de handeling zich ontwikkelt of wat de bedoeling van de spreker is, de infinitief drukt de hoofdhandeling uit.
Verbo auxiliarUsoEjemplo
SolerAcción habitual (Gewone / gebruikelijke handeling)Yo suelo controlar la presión antes de dormir. (Ik controleer mijn bloeddruk meestal voordat ik ga slapen.)
Volver aAcción repetida (Herhaalde handeling)Él volvió a tomar la temperatura después del ejercicio. (Hij heeft na het sporten opnieuw zijn temperatuur gemeten.)
Dejar deAcción interrumpida (Onderbroken handeling)Ella dejó de hacer ejercicio por dolor en la rodilla. (Zij is gestopt met sporten vanwege pijn in haar knie.)
Ponerse aInicio de una acción (Begin van een handeling)El paciente se puso a cuidar los músculos. (De patiënt begon zijn spieren te verzorgen.)
Estar a punto deAcción inmediata (Directe / onmiddellijke handeling)Estoy a punto de vacunarme contra la gripe. (Ik sta op het punt me tegen de griep te laten vaccineren.)
DeberObligación o consejo (Verplichting of advies)Debes controlar el azúcar regularmente. (Je moet je bloedsuiker regelmatig controleren.)
Deber deSuposición (Vermoeden)Debe de tener fiebre porque no está aquí. (Hij/zij zal wel koorts hebben, want hij/zij is hier niet.)

Uitzonderingen!

  1. De tijd van het vervoegde werkwoord hangt af van de context, niet van de perifrase.

Oefening 1: Meerkeuze

Instructie: Kies het juiste antwoord

1. Para cuidar tu corazón, ____ controlar la presión por la mañana o por la noche.

Om voor je hart te zorgen, ____ de bloeddruk ’s ochtends of ’s avonds.)

2. Desde que me lesioné la rodilla, he ____ hacer ejercicio de alto impacto.

Sinds ik mijn knie heb geblesseerd, ben ik ____ met intensieve oefeningen.)

3. Vamos a ____ tomar la temperatura porque la piel sigue muy caliente.

We gaan de temperatuur ____ nemen omdat de huid nog steeds erg warm is.)

4. No veo a Juan en la sala de espera; ____ tener fiebre o dolor de garganta.

Ik zie Juan niet in de wachtkamer; ____ misschien koorts of keelpijn.)

Oefening 2: Herschrijf de zinnen

Instructie: Herschrijf de zinnen met de aangegeven werkwoordelijke omstandigheid tussen haakjes om gewoonte, herhaling, begin, onderbreking, naderheid, verplichting of veronderstelling uit te drukken. Pas het vervoegde werkwoord aan de context aan.

Vertaling tonen/verbergen Toon/verberg hints
  1. Hint Hint (soler) En mi trabajo controlo la tensión de los pacientes cada mañana.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    En mi trabajo suelo controlar la tensión de los pacientes cada mañana.
    (Op mijn werk controleer ik gewoonlijk elke ochtend de bloeddruk van de patiënten.)
  2. Hint Hint (volver a) Tomé la medicación después de comer y luego la tomé otra vez por la noche.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Tomé la medicación después de comer y volví a tomarla por la noche.
    (Ik nam de medicatie na het eten en nam die 's avonds weer.)
  3. Hint Hint (dejar de) Hace dos meses no hago ejercicio porque tengo dolor de espalda.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Hace dos meses dejé de hacer ejercicio porque tengo dolor de espalda.
    (Twee maanden geleden ben ik gestopt met sporten omdat ik last van mijn rug heb.)
  4. Hint Hint (ponerse a) El fisioterapeuta empezó a explicar los ejercicios para la espalda.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    El fisioterapeuta se puso a explicar los ejercicios para la espalda.
    (De fysiotherapeut begon de rugoefeningen uit te leggen.)

Oefening 3: Grammatica in actie

Instructie: Vergelijk in tweetallen routines en bepaal welke gewoonten je wilt veranderen of behouden.

Vertaling tonen/verbergen
Situatie
En una revisión médica, explicas tus hábitos para cuidar corazón y músculos.
(Tijdens een medische controle leg je uit welke gewoonten je hebt om je hart en spieren te verzorgen.)

Bespreek
  • ¿Qué parte del cuerpo sueles cuidar más y por qué? (Welk deel van je lichaam verzorg je meestal het meest en waarom?)
  • ¿Qué deberías dejar de hacer para evitar problemas en el corazón o los pulmones? (Wat zou je moeten stoppen met doen om problemen aan hart of longen te voorkomen?)

Nuttige woorden en uitdrukkingen
  • Suelo controlar la presión y tomar la temperatura por las mañanas. (Ik controleer meestal mijn bloeddruk en meet 's ochtends mijn temperatuur.)
  • Debe de ser útil vacunarse para proteger los pulmones. (Het kan nuttig zijn je te laten vaccineren om je longen te beschermen.)
  • Quiero dejar de evitar el ejercicio y mover más los músculos y articulaciones. (Ik wil stoppen met het vermijden van beweging en mijn spieren en gewrichten meer gebruiken.)

Gebruik in gesprek
  • soler + infinitivo (soler + infinitief)
  • deber/deber de + infinitivo (deber/deber de + infinitief)
  • dejar de + infinitivo (dejar de + infinitief)

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage

Profile Picture

Alessia Amoroso

Master in Talen, Culturen en Communicatie

Università degli Studi di Modena e Reggio Emilia

University_Logo

Laatst bijgewerkt:

woensdag, 04/03/2026 12:23