Los interrogativos se usan para proponer, pedir, ofrecer o confirmar algo de forma educada.

(Vragende vormen worden gebruikt om op een beleefde manier iets voor te stellen, te vragen, aan te bieden of te bevestigen.)

Wat leer je in dit hoofdstuk?

  • Je herkent verschillende vraagpatronen in het Spaans om beleefd te klinken.
  • Je weet wanneer je welk patroon gebruikt (toestemming, aanbod, voorstel, hulp, informatie, contact).
  • Je let op twee dingen: vorm (grammatica) en toon (beleefdheid).

Overzicht: 8 handige vraagpatronen

Structuur Functie Voorbeeld
¿Te importa / importaría si...? Toestemming vragen ¿Te importa si revisamos la oferta?
¿Qué + verbo...? Instructie / samen beslissen ¿Qué hacemos con el contrato?
¿Te / Le + verbo...? Aanbod doen ¿Le preparo una contraoferta?
¿Verbo...? Voorstel doen ¿Cerramos el trato hoy?
¿Quiere que le ayude...? Hulp aanbieden ¿Quiere que le ayude con el anticipo?
¿Sabes que...? Informatie checken ¿Sabes que el coste incluye garantía?
¿Cómo dice...? Beleefd nog eens vragen ¿Cómo dice? No entendí la comisión.
¿Entiendes? Control van het contact ¿Entiendes? Hablo del tipo de cambio.

Tip: alle zinnen zijn vragen. Vergeet de ¿ ... ? niet in het Spaans.

1. Toestemming: ¿Te importa / importaría si...?

Gebruik dit als je in het Nederlands zegt: “Vind je het erg als… / Vind je het goed als…”.

  • Informeel (tú): ¿Te importa si + presente?
  • Heel beleefd: ¿Te importaría si + imperfecto de subjuntivo? (B1+: alleen herkennen is genoeg)

Basisvorm die jij actief nodig hebt op B1:

  • ¿Te importa si + wij-vorm in de tegenwoordige tijd?

Voorbeelden:

  • ¿Te importa si revisamos la oferta ahora?
  • ¿Te importa si hablamos del anticipo?

Let op:

  • Geen ¿Te importa que si revisamos…?
  • Je gebruikt hier in deze context gewoon presente na si.

Zelfcheck

  • Vraag ik om toestemming? → Gebruik ¿Te importa si...?
  • Staat er na si een normale tegenwoordige tijd? Dan zit je goed.

2. Voorstel samen beslissen: ¿Verbo…? en ¿Qué + verbo…?

In het Spaans kun je met alleen een werkwoord al een voorstel doen.

  • ¿Verbo (1e persoon meervoud)…? → “Zal(‑en) we…?”

Voorbeelden:

  • ¿Cerramos el trato hoy? → Zullen we de deal vandaag sluiten?
  • ¿Firmamos el contrato mañana? → Zullen we morgen tekenen?

Met ¿Qué + verbo...? vraag je: “Wat doen we (nu) met…?”

  • ¿Qué hacemos con el contrato?
  • ¿Qué propones para el precio?

Zelfcheck

  • Staat het werkwoord in de wij‑vorm? (cerramos, firmamos, hacemos)
  • Hoef je geen echt ja/nee‑antwoord maar wil je samen beslissen? → dit patroon past.

3. Aanbod doen: ¿Te / Le + verbo…?

Met deze structuur bied je iets aan. In het Nederlands vaak: “Zal ik… voor je/u…?”

  • ¿Te + 1e pers. enkelvoud? → informeel (tú)
  • ¿Le + 1e pers. enkelvoud? → formeel (usted)

Opbouw:

  • ¿Te / Le + werkwoord (yo‑vorm) + complemento?

Voorbeelden:

  • ¿Le preparo una contraoferta? → Zal ik een tegenvoorstel voor u maken?
  • ¿Te envío el contrato por correo? → Zal ik het contract mailen?
  • ¿Le explico las condiciones otra vez? → Zal ik de voorwaarden nog eens uitleggen?

Let op:

  • Geen ¿Te preparas una contraoferta? (dan bied je het niet aan, dan doet de ander het zelf).

Zelfcheck

  • Begin je vraag met ¿Te / Le + ik‑vorm? → correcte aanbod‑vraag.
  • Praten jullie formeel? → kies Le.

4. Hulp aanbieden: ¿Quiere que le ayude...?

Dit is een heel beleefde manier om hulp aan te bieden.

Opbouw:

  • ¿Quiere que le + werkwoord in de subjuntivo (1e pers. enk.)...?

In de praktijk op B1 kun je dit zien als blokje:

  • ¿Quiere que le ayude + con / a + infinitief…?

Voorbeelden:

  • ¿Quiere que le ayude con el anticipo?
  • ¿Quiere que le ayude a calcular el riesgo?

Veelgemaakte fout

  • ¿Quiere que le ayudo con el contrato? → hier moet ayude (subjuntivo) staan.

Zelfcheck

  • Formeel tegen één persoon? → begin met ¿Quiere que le…?
  • Zie je na que een vorm op -e (ayude) i.p.v. -o (ayudo)? Dan is de kans groot dat het goed is.

5. Informatie checken: ¿Sabes que...?

Met ¿Sabes que...? controleer je of de ander iets al weet.

Opbouw:

  • ¿Sabes que + mededeling?

Voorbeelden:

  • ¿Sabes que el coste incluye garantía?
  • ¿Sabes que el proveedor ofrece un descuento?

Verschil met andere vormen:

  • ¿Sabes que...? → jij denkt dat het waarschijnlijk waar is, je checkt of de ander het weet.
  • ¿Sabes si...? → je weet niet of het waar is (informatie‑vraag):
    ¿Sabes si el coste incluye garantía?

Zelfcheck

  • Wil je tegelijk informeren en controleren? → gebruik ¿Sabes que...?.
  • Staat er erna gewoon een normale zin? (onderwerp + werkwoord) → goed.

6. Misverstanden oplossen: ¿Cómo dice…?

Gebruik dit als je iets niet goed verstaan hebt en beleefd wilt vragen om herhaling.

Basis:

  • ¿Cómo dice? → Pardon? / Wat zegt u?

Uitgebreid:

  • ¿Cómo dice? No entendí la comisión.
  • ¿Cómo dice? ¿La entrega es mañana o pasado mañana?

Let op beleefdheid:

  • Dice is de vorm bij usted. Past dus goed in formele situaties.
  • Alleen ¿Cómo? kan te kort of onbeleefd klinken.

Zelfcheck

  • Heb je iets niet verstaan in een formele context? → gebruik ¿Cómo dice?.
  • Voeg eventueel kort toe No entendí + object om te preciseren wat je niet begreep.

7. Contact houden: ¿Entiendes?

Met ¿Entiendes? controleer je of de ander je volgt.

Voorbeelden:

  • Hablo del tipo de cambio. ¿Entiendes?
  • Primero pagas el anticipo y luego el resto, ¿entiendes?

Formeel kun je zeggen:

  • ¿Me explico? → Ben ik duidelijk?
  • ¿Me sigue? → Kunt u me volgen?

Let op toon:

  • In het Spaans kan ¿Entiendes? direct klinken.
  • Maak het zachter met iets ervoor:
    Perdona, es un tema complicado, ¿entiendes?

Zelfcheck

  • Wil je alleen checken of de ander je volgt? → ¿Entiendes? / ¿Me explico?
  • Let op dat je intonatie vriendelijk is.

8. Vormen en beleefdheid: tú, usted, wij

Bijna alle structuren uit de tabel hebben een beleefdheidskeuze.

  • tú (informeel)
    • ¿Te importa si…?
    • ¿Te preparo…?
    • ¿Entiendes?
    • ¿Qué hacemos…? (wij‑vorm, maar meestal in informele sfeer)
  • usted (formeel)
    • ¿Le preparo…?
    • ¿Quiere que le ayude…?
    • ¿Cómo dice?
  • wij‑vorm (voorstellen)
    • ¿Cerramos el trato hoy?
    • ¿Qué hacemos con el contrato?

Zelfcheck

  • Is de situatie zakelijk/formeel? → kies structuren met Le / quiere / dice.
  • Praat je met een collega of bekende? → structuren met Te / entiendes zijn meestal goed.

9. Stap‑voor‑stap: welke vraag kies ik?

  1. Bepaal je doel
    • Toestemming? → ¿Te importa si…?
    • Voorstel samen? → ¿Cerramos…? / ¿Qué hacemos…?
    • Aanbod? → ¿Te / Le + verbo…?
    • Hulp aanbieden? → ¿Quiere que le ayude…?
    • Checken of iemand iets al weet? → ¿Sabes que…?
    • Iets herhalen laten? → ¿Cómo dice?
    • Checken of iemand je volgt? → ¿Entiendes? / ¿Me explico?
  2. Kies de juiste beleefdheidsvorm
    • Informeel → tú (te, entiendes)
    • Formeel → usted (le, quiere, dice)
  3. Vul de rest van de zin aan
    • Gebruik presente tenzij je expliciet iets anders geleerd hebt.
    • Controleer of je ¿ ... ? niet vergeten bent.

10. Korte zelftest

Kijk of je de patronen actief herkent en kunt gebruiken.

  1. Je wilt in een vergadering vragen of jullie nu het contract kunnen bekijken. Welke Spaanse vraag past?
    Mogelijk antwoord: ¿Te importa si revisamos el contrato ahora?
  2. Je biedt een klant beleefd aan om met de berekening te helpen.
    Mogelijk antwoord: ¿Quiere que le ayude con el cálculo?
  3. Je wilt voorstellen om vandaag al te tekenen.
    Mogelijk antwoord: ¿Firmamos el contrato hoy?
  4. Je hebt de commissie niet goed gehoord en wilt dat de klant het herhaalt.
    Mogelijk antwoord: ¿Cómo dice? No entendí la comisión.

Als je deze vragen zelf kunt vormen, beheers je de belangrijkste vraagpatronen uit dit onderdeel.

Forma interrogativaUsoEjemplo
¿Te importa / importaría si...?Permiso (Toestemming)¿Te importa si revisamos la oferta? (Vind je het goed als we het voorstel opnieuw bekijken?)
¿Qué + verbo...?Instrucción (Instructie)¿Qué hacemos con el contrato? (Wat doen we met het contract?)
¿Te / Le + verbo...?Ofrecimiento (Aanbod)¿Le preparo una contraoferta? (Zal ik een tegenbod voor u voorbereiden?)
¿Verbo...?Propuesta (Voorstel)¿Cerramos el trato hoy? (Sluiten we de deal vandaag?)
¿Quiere que le ayude...?Ayuda (Hulp)¿Quiere que le ayude con el anticipo? (Wilt u dat ik u help met de aanbetaling?)
¿Sabes que...?Información (confirmar) (Informatie (bevestigen))¿Sabes que el coste incluye garantía? (Weet je dat de kosten garantie omvatten?)
¿Cómo dice...?Exhortación educada (Beleefde aansporing)¿Cómo dice? No entendí la comisión. (Wat zegt u? Ik heb de commissie niet begrepen.)
¿Entiendes?Control del contacto (Controle van het contact)¿Entiendes? Hablo del tipo de cambio. (Begrijp je het? Ik heb het over de wisselkoers.)

Oefening 1: Vragende zinnen: ¿Te importa...? - ¿Sabes que...?

Instructie: Vul het juiste woord in.

Toon vertaling Toon antwoorden

Te importa si, Qué hacemos, Te importaría si, Sabes que, Negociamos, Quiere que le ayude, Me oyes, Le envío

1. Control del contacto:
¿...? Estoy hablando del acuerdo.
(Hoor je me? Ik praat over de overeenkomst.)
2. Información:
¿... el precio ha cambiado?
(Weet je dat de prijs is veranderd?)
3. Ofrecimiento, enviar, presente, a él:
¿... la propuesta hoy?
(Zal ik het voorstel vandaag naar hem/haar sturen?)
4. Permiso, presente:
¿... comprobamos los números?
(Vind je het erg als we de cijfers controleren?)
5. Ayuda:
¿... a explicar el proceso?
(Wilt u dat ik u help het proces uit te leggen?)
6. Permiso, pretérito imperfecto:
¿... cambiamos la fecha?
(Zou je het erg vinden als we de datum verzetten?)
7. Instrucción, hacer, presente, nosotros:
¿... ahora con esto?
(Wat doen we hier nu mee?)
8. Propuesta, negociar, presente, nosotros:
¿... los detalles mañana?
(Bespreken we de details morgen?)

Oefening 2: Herschrijf de zinnen

Instructie: Herschrijf de zinnen door ze om te zetten in een passende en beleefde vraag (toestemming, voorstel, aanbieding, hulp, informatie of contactcontrole), gebruikmakend van de in haakjes aangegeven vragende structuur.

Vertaling tonen/verbergen Toon/verberg hints
  1. Hint Hint (¿Te importa si...?) Revisamos la oferta ahora.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    ¿Te importa si revisamos la oferta ahora?
    (Vind je het goed als we het aanbod nu bekijken?)
  2. Hint Hint (¿Te / Le + verbo...?) Preparo una contraoferta para usted.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    ¿Le preparo una contraoferta?
    (Zal ik een tegenvoorstel voor u opstellen?)
  3. Hint Hint (¿Verbo...?) Cerramos el trato hoy.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    ¿Cerramos el trato hoy?
    (Ronden we de deal vandaag af?)
  4. Hint Hint (¿Quiere que le ayude...?) Quieres que te ayude con el contrato.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    ¿Quieres que te ayude con el contrato?
    (Wil je dat ik je help met het contract?)
  5. Hint Hint (¿Sabes que...?) El coste de la vivienda incluye garantía, ¿es correcto?
    ⇒ _______________________________________________ Example
    ¿Sabes que el coste incluye garantía?
    (Weet je dat de kosten de garantie omvatten?)
  6. Hint Hint (¿Cómo dice...?) No oigo bien, explica la comisión otra vez, por favor.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    ¿Cómo dice? No entendí la comisión.
    (Sorry, wat zegt u? Ik begreep de commissie niet.)

Oefening 3: Grammatica in actie

Instructie: Spreek in tweetallen af om verkoopvoorwaarden overeen te komen en een deal te sluiten.

Vertaling tonen/verbergen
Situatie
En una feria comercial negocias un posible trato entre comprador y proveedor.
(Op een handelsbeurs onderhandel je over een mogelijke overeenkomst tussen koper en leverancier.)

Bespreek
  • Negociad el precio, la posible rebaja y si habrá recargo o comisión. (Onderhandel over de prijs, mogelijke korting en of er een toeslag of commissie komt.)
  • Decid cómo será el pago: al contado, a plazos o con crédito, y explicad riesgos para comprador y vendedor. (Bepaal hoe de betaling zal verlopen: contant, in termijnen of op krediet, en leg de risico's voor koper en verkoper uit.)

Nuttige woorden en uitdrukkingen
  • ¿Te importa si hablamos del anticipo y del tipo de cambio? (Vind je het erg als we het hebben over de aanbetaling en de wisselkoers?)
  • ¿Qué hacemos con la contraoferta para llegar a un acuerdo hoy? (Wat doen we met het tegenbod om vandaag tot overeenstemming te komen?)
  • ¿Sabes que el coste incluye garantía del proveedor durante un año? (Weet je dat de kosten één jaar garantie van de leverancier omvatten?)

Gebruik in gesprek
  • ¿Te importa / importaría si...? (Vind je het erg / zou het je erg vinden als...?)
  • ¿Qué hacemos...? (Wat doen we...?)
  • ¿Sabes que...? (Weet je dat...?)

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage

Profile Picture

Alessia Amoroso

Master in Talen, Culturen en Communicatie

Università degli Studi di Modena e Reggio Emilia

University_Logo

Laatst bijgewerkt:

donderdag, 05/02/2026 00:29