Ser y estar se usan para expresar situaciones, estados y valores.

(Ser y estar se usan para expresar situaciones, estados y valores. ("Ser" en "estar" worden gebruikt om situaties, toestanden en waarden uit te drukken.))

1. Waarom in deze les: ser en estar in vaste uitdrukkingen

Je kent al het basisverschil:

  • ser = iets beschrijven als blijvend / kenmerk
  • estar = een toestand / situatie nu

In deze les zie je een paar veelgebruikte patronen met ser en estar die niet vanzelf uit die basisregel volgen.

Hiermee kun je:

  • zeggen wanneer iets gebeurde (tijd)
  • zeggen dat iets te laat / niet meer passend is
  • je mening over een actie geven
  • een toestand herhalen zonder alles opnieuw te zeggen
  • zeggen dat iemand tijdelijk een functie heeft
  • zeggen hoeveel iets nu kost

2. Ser + uitdrukking van tijd: een moment markeren

Met ser + expresión de tiempo markeer je het moment waarop iets gebeurde.

  • Fue de noche cuando ocurrió el robo.
    Het was ’s nachts toen de inbraak plaatsvond.

Typisch in dit patroon:

  • fue (pretérito indefinido van ser)
  • + een tijdsaanduiding: de noche, por la mañana, en 2020, en agosto…
  • + cuando + de beschrijving van het feit

Vergelijk:

  • El robo ocurrió de noche. → neutrale tijdsaanduiding
  • Fue de noche cuando ocurrió el robo. → benadrukt het moment (juist ’s nachts)

Zelfcheck

  • Wil je het tijdstip als thema naar voren schuiven? → gebruik ser: Fue… cuando…

3. Ser + tijdsverwijzing: “het is te laat / te vroeg”

Met ser + referencia temporal zeg je dat een actie niet meer of nog niet op tijd is.

  • Es tarde para llamar al seguro.
    Het is laat om de verzekering te bellen.

Structuur:

  • Es + tarde / pronto / demasiado tarde
  • + para + infinitief
    Es tarde para salir ahora.

Let op:

  • Gebruik hier altijd ser (→ es tarde, niet *está tarde).

Zelfcheck

  • Zeg ik: “het is te laat / te vroeg om X te doen”? → Es tarde / es pronto + para + infinitief.

4. Ser + opinie + que + actie

Met ser kun je je mening over een actie geven.

  • Es una pena que no funcione la alarma.
    Het is jammer dat het alarm niet werkt.

Algemeen patroon:

  • Es + opinie + que + zin
Es importante que… Het is belangrijk dat…
Es una pena que… Het is jammer dat…
Es mejor que… Het is beter dat…
Es raro que… Het is vreemd dat…

Let op voor gevorderden (B1-punt):

  • Na que komt meestal de subjuntivo: no funcione, sea, tenga
  • In deze les is het belangrijk dat je vooral het patroon met ser herkent.

Zelfcheck

  • Begin je zin in het Spaans met “Het is + mening + dat …”? → gebruik Es + opinie + que + ….

5. Estar + lo: een toestand herhalen

Met estar + lo herhaal je een toestand zonder het bijvoeglijk naamwoord opnieuw te zeggen.

  • El sistema no estaba operativo, pero ahora lo está.
    Het systeem werkte niet, maar nu wel.

Wat gebeurt hier?

  • In de eerste helft staat de hele uitdrukking: no estaba operativo.
  • In de tweede helft vervang je operativo door lo.

Dus:

  • lo = “in die toestand”, “zo”.

Nog voorbeelden:

  • Los sensores no estaban activos, pero ahora lo están.
    De sensoren waren niet actief, maar nu wel.
  • Antes estaba enfermo, pero ahora ya no lo está.
    Hij was eerst ziek, maar nu niet meer.

Let op:

  • lo komt direct vóór de vervoegde vorm van estar: lo está, lo estaban…
  • Gebruik dit alleen als de toestand net genoemd is en voor iedereen duidelijk is.

Zelfcheck

  • Kun je aan het einde van de zin opnieuw zeggen: “in die staat”? Zo ja, dan kun je lo + estar gebruiken.

6. Estar + de + beroep/functie (tijdelijk)

Met estar + de + profesión / función zeg je dat iemand een tijdelijke rol heeft.

  • Está de vigilante esta semana.
    Hij/zij is deze week (tijdelijk) bewaker.

Verschil met ser:

Ser + beroep vaste baan, identiteit
Es vigilante de seguridad.Hij is beveiligingsmedewerker (beroep).
Estar de + beroep tijdelijke functie, dienst, inval
Esta semana está de vigilante.Hij doet deze week bewakingsdienst.

Nog voorbeelden:

  • Hoy estoy de guardia.
    Vandaag heb ik dienst.
  • Esta noche está de recepcionista.
    Vannacht werkt hij/zij als receptionist.

Zelfcheck

  • Is het een dienst / shift / tijdelijke taak? → estar de + functie.
  • Gaat het over iemands beroep in het algemeen? → ser + beroep.

7. Estar + a + prijs / waarde (iets dat kan veranderen)

Met estar + a + precio / valor zeg je welke prijs of waarde op dit moment geldt.

  • El seguro está a 30 euros al mes.
    De verzekering staat op 30 euro per maand.

Structuur:

  • estar (vervoegd)
  • + a
  • + bedrag / waarde

Waarom estar?

  • De prijs wordt gezien als tijdelijke toestand: hij kan veranderen.

Meer voorbeelden:

  • La gasolina está a 1,80 el litro.
  • El alquiler está a 900 euros al mes.

*El seguro es a 30 euros is hier fout; het moet está a zijn.

Zelfcheck

  • Gaat je zin over “staat nu op … euro”? → gebruik estar a + bedrag.

8. Snelle beslis-hulp: welk patroon kies ik?

Gebruik deze korte vragen om het juiste patroon te kiezen:

  1. Wil ik het moment van een gebeurtenis benadrukken?
    Fue + tijdsaanduiding + cuando + gebeurtenis.
  2. Zeg ik: het is te laat / te vroeg om X te doen?
    Es tarde / es pronto para + infinitief.
  3. Geef ik een mening over een actie?
    Es + opinie + que + zin.
  4. Herhaal ik een toestand die net genoemd is?
    … pero ahora lo está / ya no lo está.
  5. Heeft iemand tijdelijk een functie / dienst?
    estar de + beroep/functie.
  6. Zeg ik hoeveel iets nu kost?
    estar a + prijs.

9. Wat moet je nu echt kunnen?

Na deze uitleg kun je jezelf controleren:

  • Ik herken in een tekst de patronen:
    ser + expresión de tiempo / referencia temporal / opinión
    estar + lo / de / a.
  • Ik kan in gesprekken zeggen:
    Es tarde para… / Fue de noche cuando… / Es una pena que…
  • Ik kan met lo está een toestand herhalen zonder het bijvoeglijk naamwoord opnieuw te zeggen.
  • Ik kan het verschil maken tussen es vigilante (beroep) en está de vigilante (tijdelijke functie).
  • Ik gebruik está a bij prijzen en waarden.

Als je deze punten rustig kunt toepassen in eigen voorbeelden, ben je klaar om ze in de spreekles actief te gebruiken.

  1. Ser ⇒ características permanentes. ("Ser" ⇒ permanente kenmerken.)
  2. Estar ⇒ función temporal, no permanente. ("Estar" ⇒ tijdelijke, niet permanente functie.)
EstructuraUsoEjemplo
Ser + expresión de tiempoIndicar momento del día (het moment van de dag aangeven)Fue de noche cuando ocurrió el robo.
Ser + referencia temporalSeñalar que una acción ya no es oportuna (aangeven dat een handeling niet meer gepast is)Es tarde para llamar al seguro.
Ser + opinión + que + acciónOpinar sobre una acción (een mening geven over een handeling)Es una pena que no funcione la alarma.
Estar + loRetomar un estado ya mencionado antes (een eerder genoemde toestand weer oppakken)El sistema no estaba operativo, pero ahora lo está.
Estar + de + profesión/funciónProfesión eventual (tijdelijk beroep)Está de vigilante esta semana.
Estar + a + precio / valorExpresar un valor que puede variar (een waarde uitdrukken die kan veranderen)El seguro está a 30 euros al mes.

Oefening 1: Ser y Estar

Instructie: Vul het juiste woord in.

Toon vertaling Toon antwoorden

Fue, está, Es, Era

1.
El sistema no estaba revisado, pero ya lo ....
(Het systeem was niet gecontroleerd, maar dat is het nu wel.)
2.
... temprano para activar el sistema ahora.
(Het is te vroeg om het systeem nu te activeren.)
3.
Durante la noche ... de guardia.
(Hij is ’s nachts van wacht.)
4.
... tarde para cerrar el portón.
(Het is te laat om het hek/poort te sluiten.)
5.
... de noche cuando llamaron a la policía.
(Het was 's nachts toen ze de politie belden.)
6.
... importante que el garaje esté protegido.
(Het is belangrijk dat de garage beschermd is.)
7.
La tarifa ... a un precio especial hoy.
(Het tarief heeft vandaag een speciale prijs.)
8.
... de madrugada cuando sonó la alarma.
(Het was in de vroege ochtend toen de alarmklok afging.)

Oefening 2: Herschrijf de zinnen

Instructie: Herschrijf de zinnen met correct gebruik van ser of estar volgens het tabelvoorbeeld: ser + uitdrukking of tijdsaanduiding / ser + mening + que + actie / estar + lo / estar + de + beroep / estar + a + prijs.

Vertaling tonen/verbergen Toon/verberg hints
  1. El robo ocurrió de noche.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Fue de noche cuando ocurrió el robo.
    (Fue de noche cuando ocurrió el robo.)
  2. Llamar al seguro ahora ya no es oportuno.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Es tarde para llamar al seguro.
    (Es te laat om nu de verzekering te bellen.)
  3. No funciona la alarma. Me parece una pena.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Es una pena que no funcione la alarma.
    (Het is jammer dat de alarm niet werkt.)
  4. Hint Hint (lo) El sistema no estaba operativo, pero ahora está operativo.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    El sistema no estaba operativo, pero ahora lo está.
    (Het systeem was niet operationeel, maar nu is het dat wel.)
  5. Hint Hint (está de) Esta semana hace el trabajo de vigilante de seguridad.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Esta semana está de vigilante de seguridad.
    (Deze week werkt hij/zij als beveiligingswachter.)
  6. Hint Hint (está a) El seguro cuesta 30 euros al mes.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    El seguro está a 30 euros al mes.
    (De verzekering kost 30 euro per maand.)

Oefening 3: Grammatica in actie

Instructie: Bepaal in tweetallen welke tijdelijke en permanente maatregelen al genomen moeten worden.

Vertaling tonen/verbergen
Situatie
Tu vecino sufrió un robo; os reunís para revisar la seguridad del edificio.
(Je buurman heeft een inbraak meegemaakt; jullie komen samen om de beveiliging van het gebouw te beoordelen.)

Bespreek
  • ¿Es tarde para mejorar la protección o todavía hay soluciones rápidas? (Is het te laat om de beveiliging te verbeteren of zijn er nog snelle oplossingen?)
  • ¿Crees que es mejor que el vigilante esté de noche en el garaje? ¿Por qué?','¿Qué zonas están peor protegidas ahora y qué haríais primero?','¿Te parece bien que el seguro del hogar esté a ese precio? ¿Compensa? (Vind je dat de nachtwaker 's nachts in de garage moet staan? Waarom?)

Nuttige woorden en uitdrukkingen
  • La puerta blindada fue forzada; los sensores no estaban activos. (De beveiligingsdeur is geforceerd; de sensoren waren niet actief.)
  • Es tarde para llamar al seguro; es mejor poner denuncia ya. (Het is te laat om de verzekering te bellen; het is beter nu aangifte te doen.)
  • Está de vigilante esta semana y ahora lo está haciendo muy bien. (Hij is deze week nachtwaker en doet het momenteel erg goed.)

Gebruik in gesprek
  • ser + expresión / referencia temporal (es tarde, fue de noche) (ser + expresión / temporele verwijzing (es tarde, fue de noche))
  • ser + opinión + que + acción (es importante que..., es una pena que...) (ser + opinie + que + actie (es importante que..., es una pena que...))
  • estar + lo / estar + de / estar + a (ya lo está, está de vigilante, está a 30 euros) (estar + lo / estar + de / estar + a (ya lo está, está de vigilante, está a 30 euros))

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage

Profile Picture

Alessia Amoroso

Master in Talen, Culturen en Communicatie

Università degli Studi di Modena e Reggio Emilia

University_Logo

Laatst bijgewerkt:

woensdag, 04/02/2026 10:34