El estilo indirecto sirve para referir información, opiniones o preguntas que otra persona expresó antes.

(De indirecte rede gebruik je om informatie, meningen of vragen weer te geven die iemand anders eerder heeft geuit.)

Wat is estilo indirecto (indirecte rede)?

  • Estilo directo: je citeert precies wat iemand zegt.
    Bijv.: «Tengo experiencia en marketing».
  • Estilo indirecto: je vertelt wat iemand zegt, zonder de exacte woorden.
    Bijv.: Dice que tiene experiencia en marketing.

In deze les gaat het steeds over:

  • werkwoorden van spreken (decir, afirmar, explicar, preguntar)
  • de verbindingswoorden que en si
  • het aanpassen van de tijd als het werkwoord van spreken in het verleden staat.

Stap 1 – De bouwstenen: werkwoorden van spreken + que / si

Met deze werkwoorden introduceer je de indirecte rede:

decir zeggen Dice que…
afirmar stellen / bevestigen Afirmó que…
explicar uitleggen Explicó que…
preguntar vragen Preguntó si… / Preguntó cuándo…
  • Na decir, afirmar, explicar gebruik je bijna altijd que.
    Bijv.: La jefa explicó que el contrato era temporal.
  • Na preguntar gebruik je si (bij ja/nee-vragen) of een vraagwoord (qué, cuándo, dónde, por qué…).

Let op in het Spaans:

  • Geen dijo de que maar dijo que.

Stap 2 – Wanneer verander je de tijd (tijdverschuiving)?

Kijk altijd eerst naar het werkwoord van spreken:

  • In de tegenwoordige tijd (dice, explica, afirma, pregunta):
    de tijd blijft meestal hetzelfde.

Voorbeelden:

  • «Busco trabajo.»Dice que busca trabajo.
  • «No tengo experiencia.»Dice que no tiene experiencia.
  • In het verleden (dijo, explicó, afirmó, preguntó):
    de tijd in de bijzin schuift één stap terug.
Directe rede Werkwoord van spreken Indirecte rede
«Mi perfil profesional es muy completo.» Afirmó… era muy completo.
«He actualizado el currículum.» Explicó… había actualizado el currículum.
«Tengo disponibilidad inmediata.» Dijo… tenía disponibilidad inmediata.

Stap 3 – De belangrijkste tijdverschuivingen op B1

Als het werkwoord van spreken in de verleden tijd staat (dijo, explicó, afirmó, preguntó), gebruik dan deze basisverschuivingen:

Directe rede → Indirecte rede Voorbeeld
presente (tengo) imperfecto (tenía) «No tengo experiencia internacional.»Afirmó que no tenía experiencia internacional.
pretérito indefinido (actualicé) pretérito pluscuamperfecto (había actualizado) «Actualicé el currículum.»Explicó que había actualizado el currículum.
pretérito perfecto (he actualizado) pretérito pluscuamperfecto (había actualizado) «He actualizado el currículum esta semana.»Explicó que había actualizado el currículum esa semana.
futuro (trabajaré) condicional (trabajaría) «Trabajaré en tu equipo.»Dijo que trabajaría en su equipo.

Voor B1 is vooral belangrijk:

  • tengo → tenía
  • es → era
  • he actualizado → había actualizado

Stap 4 – Indirecte vragen: si en vraagwoorden

Bij vragen kijk je naar twee dingen:

  1. Is het een ja/nee-vraag?
  2. Of is het een vraag met een vraagwoord (por qué, cuándo, dónde…)?

1. Ja/nee-vragen → si

  • Direct: «¿Tienes disponibilidad inmediata?»
  • Indirect: Preguntó si tenía disponibilidad inmediata.

Let op:

  • Geen vraagtekens meer: ¿ ?
  • si zonder accent (niet ).

2. Vragen met vraagwoord → zelfde vraagwoord

  • Direct: «¿Por qué quieres cambiar de trabajo?»
  • Indirect: Preguntó por qué quería cambiar de trabajo.

Algemene structuur:

  • preguntar + si / vraagwoord + persoonsvorm achter het onderwerp

Voorbeelden:

  • El jefe preguntó cuándo podía empezar.
  • La entrevistadora preguntó dónde vivías.

Stap 5 – Persoon en tijd: ik, jij, hij/zij…

In indirecte rede moet je vaak de persoon aanpassen. Denk: wie praat nu?

Directe rede Situatie Indirecte rede
«Tengo experiencia en recursos humanos.» Hij spreekt over zichzelf. Dice que tiene experiencia…
«Tengo experiencia en recursos humanos.» Jij vertelt later over hem. Dijo que tenía experiencia…
«No tengo disponibilidad.» Ik vertel later over mezelf. Dije que no tenía disponibilidad.

Controleer dus altijd:

  • Wie sprak in de oorspronkelijke zin?
  • Wie vertelt de indirecte zin?

Stap 6 – Typische valkuilen (en hoe je ze vermijdt)

  • 1. Vergeten van que
    Dijo tenía experiencia.
    Dijo que tenía experiencia.
  • 2. Fout voegwoord bij vragen
    Preguntó que tenía disponibilidad.
    Preguntó si tenía disponibilidad.
  • 3. Vraagstructuur laten staan
    Preguntó si tenía disponibilidad inmediata?
    Preguntó si tenía disponibilidad inmediata. (geen vraagtekens, geen inversie)
  • 4. Tijd niet aanpassen bij verleden
    Afirmó que es muy responsable.
    Afirmó que era muy responsable.

Stap 7 – Snelle zelfcheck: kan ik het al?

Beantwoord voor jezelf deze vragen. Als je op alles ja kunt antwoorden, heb je de basis onder controle.

  1. Kan ik kiezen tussen que en si na een werkwoord van spreken?
  2. Kan ik uitleggen waarom: Dijo que tenía experiencia juist is?
  3. Kan ik een directe zin in de tegenwoordige tijd omzetten naar indirecte rede met een werkwoord in de verleden tijd?
    Bijv. «Tengo disponibilidad inmediata.»Dijo que tenía disponibilidad inmediata.
  4. Kan ik een ja/nee-vraag omzetten met si en zonder vraagtekens?
    Bijv. «¿Puedes empezar el lunes?»Preguntó si podía empezar el lunes.
  5. Kan ik bij vragen met een vraagwoord het vraagwoord behouden en de werkwoordstijd aanpassen?
    Bijv. «¿Por qué quieres cambiar de trabajo?»Preguntó por qué quería cambiar de trabajo.

Stap 8 – Wat moet je vooral onthouden?

  • Verbos de habla + que/si openen de indirecte rede.
  • Als het werkwoord van spreken in de verleden tijd staat, schuift de tijd in de bijzin meestal één stap terug.
  • Ja/nee-vragen → si, geen vraagtekens.
  • Vragen met vraagwoord → zelfde vraagwoord, geen vraagwoordvolgorde meer.
  • Let op persoon (yo, tú, él/ella) en pas de vormen aan.

Met deze stappen kun je zelfstandig uitspraken uit een sollicitatiegesprek, aanbeveling of evaluatie correct in het Spaans navertellen.

  1. Werkwoorden van spreken + que / si ⇒ leiden de indirecte rede in.
  2. Werkwoord van spreken in de verleden tijd ⇒ de werkwoordstijd past zich aan.
  3. Indirecte vragen ⇒ zonder ¿?, met si of een vraagwoord.
Werkwoord van sprekenDirecte redeVoorbeeld indirecte rede
Decir«Tengo experiencia laboral en recursos humanos» ("Ik heb werkervaring in human resources.")Dice que tiene experiencia laboral en recursos humanos. ("Hij/Zij zegt dat hij/zij werkervaring heeft in human resources.")
Afirmar«Mi perfil profesional es muy completo» ("Mijn professioneel profiel is zeer compleet.")Afirmó que su perfil profesional era muy completo. ("Hij/Zij verklaarde dat zijn/haar professioneel profiel zeer compleet was.")
Explicar«He actualizado el currículum esta semana» ("Ik heb mijn cv deze week bijgewerkt.")Explicó que había actualizado el currículum. ("Hij/Zij legde uit dat hij/zij het cv had bijgewerkt.")
Preguntar«¿Tienes disponibilidad inmediata?» ("Ben je onmiddellijk beschikbaar?")Preguntó si tenía disponibilidad inmediata. ("Hij/Zij vroeg of hij/zij onmiddellijk beschikbaar was.")

Oefening 1: Meerkeuze

Instructie: Kies het juiste antwoord

1. La orientadora ____ que tu perfil profesional era muy completo y que podías optar a ese puesto de trabajo.

De loopbaanadviseur ____ dat je professionele profiel zeer compleet was en dat je voor die functie in aanmerking kon komen.)

2. En la entrevista, Marta explicó que ____ el currículum la semana anterior para incluir su última experiencia laboral.

Tijdens het sollicitatiegesprek legde Marta uit dat ze ____ het cv de week ervoor had bijgewerkt om haar meest recente werkervaring toe te voegen.)

3. El responsable de recursos humanos preguntó ____ tenías disponibilidad inmediata para incorporarte a la empresa.

De personeelsverantwoordelijke vroeg ____ je direct beschikbaar was om bij het bedrijf te beginnen.)

4. En la carta de recomendación, mi antiguo jefe ____ que yo era una persona muy responsable y que mi rendimiento había sido excelente.

In de aanbevelingsbrief ____ mijn voormalig baas dat ik een zeer verantwoordelijke persoon was en dat mijn prestaties uitstekend waren geweest.)

Oefening 2: Herschrijf de zinnen

Instructie: Herschrijf de zinnen in indirecte rede met behulp van een geschikt werkwoord van spreken (zeggen, beweren, uitleggen, vragen) en de voegwoorden dat / of. Pas de tijden van de werkwoorden aan indien nodig.

Vertaling tonen/verbergen Toon/verberg hints
  1. «Busco trabajo en el sector turístico».
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Dice que busca trabajo en el sector turístico.
    (Zegt dat hij/zij werk zoekt in de toeristische sector.)
  2. Hint Hint (afirmó) El candidato: «No tengo experiencia internacional».
    ⇒ _______________________________________________ Example
    El candidato afirmó que no tenía experiencia internacional.
    (De kandidaat bevestigde dat hij geen internationale ervaring had.)
  3. Hint Hint (explicó) La reclutadora: «He leído tu currículum con atención».
    ⇒ _______________________________________________ Example
    La reclutadora explicó que había leído su currículum con atención.
    (De recruiter legde uit dat ze je cv aandachtig had gelezen.)
  4. Hint Hint (preguntó) El jefe: «¿Puedes empezar el lunes?».
    ⇒ _______________________________________________ Example
    El jefe preguntó si podía empezar el lunes.
    (De baas vroeg of hij/zij maandag kon beginnen.)

Oefening 3: Grammatica in actie

Instructie: Vertel in tweetallen wat de adviseur over je cv en profiel heeft gezegd.

Vertaling tonen/verbergen
Situatie
En la oficina de empleo, hablas con un asesor sobre tu candidatura reciente.
(Op het arbeidsbureau spreek je met een consulent over je recente sollicitatie.)

Bespreek
  • ¿Qué dijo el asesor sobre tu experiencia laboral y tu logro más importante? (Wat zei de consulent over je werkervaring en je belangrijkste prestatie?)
  • ¿Qué explicó sobre cómo actualizar el currículum y redactar la carta de presentación? ¿Qué afirmó sobre tu objetivo profesional y disponibilidad? ¿Qué preguntó el asesor sobre llamar a tu referente o a tu antigua empresa? (Wat legde hij uit over hoe je het cv moet bijwerken en de motivatiebrief moet schrijven? Wat zei hij over je professionele doel en beschikbaarheid? Welke vraag stelde de consulent over het contacteren van je referent of je vorige werkgever?)

Nuttige woorden en uitdrukkingen
  • El asesor dijo que tu perfil profesional era adecuado. (De consulent zei dat je professionele profiel passend was.)
  • La orientadora explicó que debías actualizar el currículum esta semana. (De loopbaanbegeleider legde uit dat je het cv deze week moest bijwerken.)
  • El técnico afirmó que tu experiencia y competencias eran buenas. (De medewerker zei dat je ervaring en competenties goed waren.)

Gebruik in gesprek
  • Dice que / Explicó que / Afirmó que (Zegt dat / Legde uit dat / Zei dat)
  • Preguntó si / Ha preguntado si (Vroeg of / Heeft gevraagd of)

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage

Profile Picture

Alessia Amoroso

Master in Talen, Culturen en Communicatie

Università degli Studi di Modena e Reggio Emilia

University_Logo

Laatst bijgewerkt:

woensdag, 04/03/2026 17:58