Expresar valoración: "está bien, es una mala idea, lo veo", etc...

Expresar valoración: "está bien, es una mala idea, lo veo", etc...


Estas estructuras se usan para expresar una valoración personal, es decir, una opinión, un juicio o una reacción subjetiva.

(Deze structuren worden gebruikt om een persoonlijke waardering uit te drukken, dat wil zeggen: een mening, een oordeel of een subjectieve reactie.)

Waarderen en beoordelen: snel de juiste structuur kiezen

Met deze zinnen geef je een persoonlijke beoordeling: goed/slecht, interessant/saai, handig/onhandig.

Als je beoordeelt… Gebruik Voorbeeld
een ding/resultaat (film, presentatie, besluit) Ha sido / Fue + adj. La reunión ha sido muy productiva.
een actie (algemeen) Infinitivo + está bien/mal Llegar tarde está mal.
een actie als “dat…”-zin Que + subj. + está bien/mal Que reserven online está muy bien.
een voorstel/advies Es (una) buena/mala idea + inf. Es una buena idea reservar con antelación.

De kern: infinitief of “que + subjuntivo”?

  • Infinitief als je het algemeen houdt of als onderwerp geen duidelijke persoon is.
  • Que + subjuntivo als je spreekt over een concrete actie van iemand (wij/jullie/zij) of een voorstel met “dat we…”.
Algemeen Concreet (iemand doet het)
Está bien llegar a tiempo. Está bien que lleguemos a tiempo.
Es una mala idea responder tarde. Es una mala idea que respondan tarde.

Let op: na que komt geen infinitief.

  • Me parece bien que ir al cine.
  • Me parece bien ir al cine. (zonder que)
  • Me parece bien que vayamos al cine. (met que + subjuntivo)

Wanneer gebruik je (me parece + adj./sust.) + que + subjuntivo?

Deze structuur gebruik je vaak als je reactie gaat over een situatie/gedrag (dat iemand iets doet).

  • Me parece sorprendente que la sala esté llena.
  • Me parece fatal que mis colegas lleguen tarde.
  • Me parece una buena idea que compremos una suscripción.

Subjuntivo-signaal: jij geeft een mening/waardering, geen feit.

“Está bien/mal” vs. “Es bueno/malo” (nuance)

  • Está bien/mal = evaluatie van een concrete keuze/actie in deze context.
  • Es bueno/malo = meer algemene uitspraak (“in het algemeen is het goed om…”).
Concreet Algemeen
Reservar online está muy bien (hoy, voor deze film). Es bueno ver películas de distintos géneros.

“Ha sido” of “fue”? (praktisch voor B1)

  • Ha sido + adj. = het ligt dicht bij nu of is nog relevant (vandaag, deze week, net gebeurd).
  • Fue + adj. = meer als een afgesloten moment in een duidelijk verleden (vorig jaar, toen).
  • La presentación ha sido muy clara. (net, vandaag)
  • La conferencia fue excelente. (vorig jaar, afgerond)

Tip: twijfel je? Gebruik in gesprekken vaak veilig ha sido.

Intensiteit toevoegen: heel, best, een beetje

Je kunt je oordeel nuanceren met kwantificeerders.

  • Me parece muy interesante.
  • Lo veo bastante claro.
  • Me parece un poco caro.

Plaats: meestal voor het bijvoeglijk naamwoord: muy útil, bastante complicado.

Uitroepen met “¡Qué…!”: snel en emotioneel

  • ¡Qué + adj.! = korte, sterke reactie.
  • Met que + subjuntivo reageer je op een situatie/actie.
  • ¡Qué bien!
  • ¡Qué mal que no proyecten la versión original!

Snelle zelfcheck (voordat je spreekt)

  1. Beoordeel ik een ding/resultaat?Ha sido/Fue + adj.
  2. Beoordeel ik een actie in het algemeen?Infinitivo + está bien/mal of Es buena/mala idea + infinitivo
  3. Beoordeel ik dat iemand iets doet?Que + subjuntivo
  4. Staat er “que”?altijd subjuntivo (nooit infinitief, nooit indicativo).
  1. In de spreektaal kunnen deze structuren worden gecombineerd met kwantificeerders (muy, bastante, un poco) om de waardering te nuanceren.
  2. Wanneer de waardering wordt ingeleid met que, staat het werkwoord in de tegenwoordige tijd van de aanvoegende wijs (subjuntivo).
Fórmula (Formule)Ejemplo
Ha sido / Fue / Me parece...+ adjetivo / sustantivo (+ bijvoeglijk naamwoord / zelfstandig naamwoord)La película ha sido muy emocionante. (De film was erg spannend.)
Me parece + adj. / sust. ... + que + subjuntivo ( + dat + subjuntivo)Me parece sorprendente que la sala esté llena. (Ik vind het verrassend dat de zaal vol is.)
Sustantivo / Infinitivo + está bien / mal / fenomenal / fatal Llegar tarde a la sala está mal. (Te laat in de zaal aankomen is slecht.)
Que + subjuntivo + está bien / mal / fenomenal / fatal Que reserven entradas online está muy bien. (Dat ze online tickets reserveren is heel goed.)
Es (una) buena / mala idea...+ infinitivo / sustantivo / que + subj. (+ infinitief / zelfstandig naamwoord / dat + subj.)Es una buena idea reservar entradas con antelación. (Het is een goed idee om tickets van tevoren te reserveren.)
Es bueno / malo...+ infinitivo / que + subj. (+ infinitief / dat + subj.)Es bueno ver películas de distintos géneros. (Het is goed om films van verschillende genres te kijken.)
¡Qué + adjetivo...!+ sustantivo / infinitivo / que + subj. (+ zelfstandig naamwoord / infinitief / dat + subj.)¡Qué mal que no proyecten la versión original! (Wat jammer dat ze de originele versie niet vertonen!)
Lo veo / encuentro... + adj. ( + bijv. nw.)La historia la veo muy bien contada. (Ik vind dat het verhaal erg goed verteld is.)

Oefening 1: Meerkeuze

Instructie: Kies het juiste antwoord

1. A mí me parece muy buena idea ___ compremos una suscripción al cine; así vemos más películas en versión original.

Ik vind het een heel goed idee ___ we een bioscoopabonnement nemen; zo zien we meer films in de originele versie.

2. ___ una mala idea llegar tarde a la sala; siempre pierdes los primeros minutos de la película.

___ een slecht idee om te laat de zaal binnen te komen; je mist altijd de eerste minuten van de film.

3. ___ pongan la película en versión doblada me parece fatal; yo la quería ver con subtítulos.

___ ze de film in de gesproken versie vertonen vind ik vreselijk; ik wilde hem met ondertitels zien.

4. La decisión de cambiar de sala a última hora la ___ bastante mala; mucha gente se ha quedado sin butaca.

De beslissing om op het laatste moment van zaal te wisselen ___ ik behoorlijk slecht; veel mensen bleven zonder zitplaats achter.

Oefening 2: Herschrijf de zinnen

Instructie: Herschrijf de zinnen om een persoonlijke beoordeling uit te drukken met de structuren van het model (het lijkt mij dat + conjunctief; het is (een) goed/slecht idee + te + infinitief/om te + dat + conjunctief; het is goed/slecht; het is geweest/was + bijvoeglijk naamwoord; wat + adj. + dat + conjunctief!).

Vertaling tonen/verbergen Toon/verberg hints
  1. Hint Hint (Me parece) No estoy de acuerdo con que mis compañeros lleguen siempre tarde a las reuniones.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Me parece fatal que mis compañeros lleguen siempre tarde a las reuniones.
    (Me parece vreselijk dat mijn collega’s altijd te laat komen voor de vergaderingen.)
  2. Hint Hint (Es una buena idea) Reservar las entradas del cine por internet es muy práctico.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Es una muy buena idea reservar las entradas del cine por internet.
    (Es una muy buena idea om kaartjes voor de bioscoop online te reserveren.)
  3. Hint Hint (Que) No es correcto que los jefes contesten los correos importantes con tanto retraso.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Que los jefes contesten los correos importantes con tanto retraso está muy mal.
    (Que de bazen belangrijke e-mails met zo’n vertraging beantwoorden, is heel slecht.)
  4. Hint Hint (Es bueno) Ver series en versión original ayuda mucho con el vocabulario.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Es bueno ver series en versión original.
    (Es bueno dat series in oorspronkelijke versie kijken veel helpt met de woordenschat.)

Oefening 3: Grammatica in actie

Instructie: Overleg en kies samen een film, waarbij je verschillende opties uit de bioscoopprogrammering afweegt.

Vertaling tonen/verbergen
Situatie
Con un compañero de trabajo decidís qué película ver después de la oficina.
(Jullie beslissen met een collega welke film jullie na het werk gaan kijken.)

Bespreek
  • ¿Qué te parece esta película de ciencia ficción? ¿Es buena idea ir hoy? (Wat vind je van deze sciencefictionfilm? Is het een goed idee om vandaag te gaan?)
  • ¿Está bien reservar entradas online o prefieres comprarlas en la taquilla? ¿Por qué? (Is het oké om kaartjes online te reserveren of koop je ze liever aan de kassa? Waarom?)

Nuttige woorden en uitdrukkingen
  • Reservar entradas para la sesión de las ocho está bien. (Kaartjes reserveren voor de voorstelling van acht uur is prima.)
  • Es una mala idea ver una película de terror si estás cansado. (Het is geen goed idee om een horrorfilm te kijken als je moe bent.)
  • La trama trata de un personaje histórico y me parece bastante interesante. (De plot gaat over een historisch personage en lijkt me behoorlijk interessant.)

Gebruik in gesprek
  • Me parece + adj./sustantivo + que + subjuntivo (Me parece + adj./sustantivo + que + subjuntivo)
  • Es (una) buena/mala idea + infinitivo / que + subjuntivo (Es (una) buena/mala idea + infinitivo / que + subjuntivo)
  • Sustantivo/Infinitivo + está bien/mal/fenomenal/fatal (Sustantivo/Infinitivo + está bien/mal/fenomenal/fatal)

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage

Profile Picture

Alessia Amoroso

Master in Talen, Culturen en Communicatie

Università degli Studi di Modena e Reggio Emilia

University_Logo

Laatst bijgewerkt:

maandag, 06/04/2026 08:26