De betrekkelijke en vragende bijwoorden: donde, cuando, como

Los adverbios relativos e interrogativos: donde, cuando, como


Donde, cuando y como indican lugar, tiempo y modo.

(Donde, cuando en como geven plaats, tijd en wijze aan.)

De kern: accent = vraagwoord

In het Spaans krijgen dónde / cuándo / cómo een accent als ze een vraag uitdrukken.

Zonder vraagfunctie schrijf je donde / cuando / como zonder accent.

Met accent Wanneer? Voorbeeld
dónde directe of indirecte vraag (plaats) ¿Dónde está la fregona?
cuándo directe of indirecte vraag (tijd) No sé cuándo viene el servicio de limpieza.
cómo directe of indirecte vraag (manier) Explícame cómo funciona el robot aspirador.
Zonder accent Wanneer? Voorbeeld
donde relatief: “de plek waar …” El cuarto donde guardamos la escoba está al fondo.
cuando relatief: “de tijd/dag dat …” Te llamo cuando termine la limpieza.
como relatief: “zoals …” Hazlo como te indiqué.

Stap-voor-stap kiezen: vraag of “waar/wanneer/zoals”?

  1. Vraag jezelf: wordt er informatie gevraagd (plaats/tijd/manier)?

    Ja → accent: dónde / cuándo / cómo.

  2. Of gaat het om extra info bij een zelfstandig naamwoord (“de kamer waar…”, “de dag dat…”, “zoals…”)?

    Dan → geen accent: donde / cuando / como.

Indirecte vragen: géén vraagteken, wél accent

Een veelgemaakte fout: denken dat je alleen een accent gebruikt bij ¿...?.

Maar ook zonder vraagtekens kan het een vraagzin in een bijzin zijn.

  • Indirecte vraag → accent:

    No recuerdo dónde dejé la fregona.

  • Relatief → geen accent:

    Este es el armario donde guardamos los productos.

Snelle signalen (handig bij lezen en schrijven)

  • Na werkwoorden als no sé, no recuerdo, dime, explícame is het vaak een indirecte vraag → meestal accent.

    Ej.: Dime cuándo pasas por el piso.

  • Na een zelfstandig naamwoord (el lugar, la habitación, el día, el momento, la manera) is het vaak relatief → meestal geen accent.

    Ej.: El día cuando vinieron, todo quedó perfecto.

Veelvoorkomende valkuil: como = “zoals” vs. cómo = “hoe?”

  • Vraag: ¿Cómo se programa el robot aspirador?

  • Vergelijking/manier: Se programa como en el manual.

  • Indirecte vraag: No entiendo cómo se programa.

Zelfcheck (30 seconden)

  • Kan ik er in het Nederlands “waar?/wanneer?/hoe?” van maken?

    Ja → dónde/cuándo/cómo.

  • Kan ik het vervangen door “de plek waar / de dag dat / zoals”?

    Ja → donde/cuando/como.

Mini-contrast (correct vs. fout)

  • Indirecte vraag:

    No sé dónde está la fregona. No sé donde está la fregona.

  • Relatief (plek):

    La zona donde guardamos el material está cerrada. La zona dónde guardamos el material está cerrada.

  1. In vragen krijgen ze een accent ⇒ dónde, cuándo, cómo.
  2. Zonder vraag krijgen ze geen accent ⇒ donde, cuando, como.
AdverbioUsoEjemplo
DóndePregunta (lugar) (Vraag (plaats))¿Dónde guardas la fregona después del servicio? (Waar berg je de dweil op na de dienst?)
DondeRelativo (lugar) (Betrekkelijk (plaats))El armario donde guardamos los productos está lleno. (De kast waar we de producten bewaren is vol.)
CuándoPregunta (tiempo) (Vraag (tijd))¿Cuándo pasa el servicio de limpieza por el piso? (Wanneer komt de schoonmaakdienst langs in het appartement?)
CuandoRelativo (tiempo) (Betrekkelijk (tijd))El día cuando vinieron a limpiar, todo quedó perfecto. (De dag dat ze kwamen schoonmaken, was alles perfect.)
CómoPregunta (modo) (Vraag (manier))¿Cómo funciona el aspirador nuevo del hotel? (Hoe werkt de nieuwe stofzuiger van het hotel?)
ComoRelativo (modo) (Betrekkelijk (manier))Hizo la cama como indicó el servicio de limpieza. (Hij/zij maakte het bed op zoals de schoonmaakdienst aangaf.)

Uitzonderingen!

  1. In indirecte vragen behouden de bijwoorden het accent ⇒ No sé dónde está la fregona.

Oefening 1: Meerkeuze

Instructie: Kies het juiste antwoord

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

1. No recuerdo ____ dejé la fregona después de limpiar el pasillo.

Ik herinner me niet ____ ik de dweil heb neergelegd nadat ik de gang had schoongemaakt.

2. El cuarto ____ guardamos la escoba está al fondo, junto al ascensor.

De kamer ____ we de bezem bewaren is achterin, naast de lift.

3. ¿____ pasa el servicio de limpieza para hacer la cama y sacar la basura?

____ komt de schoonmaakdienst langs om het bed op te maken en het afval weg te brengen?

4. Explícame ____ se programa el robot aspirador, porque ayer se quedó parado.

Leg me uit ____ de robotstofzuiger wordt geprogrammeerd, want gisteren bleef hij stilstaan.

Oefening 2: Herschrijf de zinnen

Instructie: Herschrijf elke zin door deze om te vormen naar de aangegeven vorm: gebruik dónde/cuándo/cómo met accent in directe of indirecte vragen; gebruik donde/cuando/como zonder accent in mededelende zinnen. (Voorbeeld: No sé dónde está la fregona.)

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

Vertaling tonen/verbergen Toon/verberg hints
  1. Hint Hint (dónde) No sé en qué lugar guardas la fregona después del servicio.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    No sé dónde guardas la fregona después del servicio.
    (Ik weet niet dónde je de dweil opbergt na de dienst.)
  2. Hint Hint (donde) El armario en el que guardamos los productos está lleno.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    El armario donde guardamos los productos está lleno.
    (De kast waar we de producten bewaren, is vol.)
  3. Hint Hint (cuándo) Dime a qué hora pasa el servicio de limpieza por el piso.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Dime cuándo pasa el servicio de limpieza por el piso.
    (Zeg me cuándo de schoonmaakdienst langs de verdieping komt.)
  4. Hint Hint (cuándo) ¿En qué día vinieron a limpiar?
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    ¿Cuándo vinieron a limpiar?
    (¿Cuándo kwamen ze schoonmaken?)

Oefening 3: Meerkeuze

Instructie: Kies in elk geval de juiste optie.

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

1.
Het accent op ‘dónde’ ontbreekt; in directe vragen moet het een accent hebben om aan te geven dat het vragend is.
2.
Hoewel het een indirecte zin is, ontbreekt hier het accent op ‘cómo’; in dit soort structuren blijft het accent behouden.

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage

Profile Picture

Alessia Amoroso

Master in Talen, Culturen en Communicatie

Università degli Studi di Modena e Reggio Emilia

University_Logo

Laatst bijgewerkt:

dinsdag, 19/05/2026 23:20