El pretérito imperfecto se usa para describir acciones y hábitos del pasado.

(De onvoltooid verleden tijd wordt gebruikt om handelingen en gewoontes in het verleden te beschrijven.)

Wat doet het pretérito imperfecto precies?

Met het pretérito imperfecto vertel je over achtergrond in het verleden.

  • Je zegt hoe iets was.
  • Je zegt wat je meestal deed.
  • Je beschrijft een handeling die bezig was.
  • Je drukt een plan of intentie in het verleden uit: iba a + infinitivo.
  • Je gebruikt het soms voor beleefdheid.

Denk aan Nederlands: onvoltooid verleden tijd (“ik werkte, wij studeerden”). De Spaanse vorm lijkt qua idee daarop, maar wordt iets breder gebruikt.

Imperfecto of indefinido: welk verleden kies je?

De grootste twijfel is vaak: imperfecto of indefinido (pretérito indefinido)?

  • Imperfecto = achtergrond, herhaling, beschrijving, proces.
  • Indefinido = één afgesloten feit, concrete gebeurtenis.
Imperfecto (achtergrond) Indefinido (feit)
De niño estudiaba en un colegio público. Ayer estudié tres horas para el examen.
Los estudiantes hablaban con la profesora. De repente la profesora cerró la puerta.

Tip: stel jezelf de vraag: “Beschrijf ik de situatie / routine (imperfecto) of vertel ik een concrete gebeurtenis (indefinido)?”

De 3 belangrijkste gebruikssituaties (met één vraag per situatie)

  1. Gewoonte of herhaling in het verleden

    Wat deed je toen meestal / altijd / normaal?

    • De niño estudiaba en un colegio público. (ik ging daar toen op school)
    • Cada semana teníamos una reunión con la dirección.
  2. Beschrijving en handeling “in uitvoering”

    Wat was er gaande op dat moment?

    • Cuando llegué al campus, hablaban con la administración.
    • Ayer, de 9 a 11, trabajábamos en el proyecto.

    Let op het patroon:

    • Cuando + indefinido (de actie die “binnenkomt”)
    • … + imperfecto (wat al bezig was)
    • Cuando sonó el teléfono, estudiaba en la biblioteca.
  3. Intentie / plan in het verleden: iba a + infinitivo

    Wat was je van plan te doen voordat iets veranderde?

    • Iba a enviar la solicitud, pero tuve una reunión urgente.
    • Íbamos a pedir una beca, pero cambiamos de idea.

Imperfecto als beleefde vorm

In het Spaans kun je de imperfecto gebruiken om zachter en beleefder te klinken.

  • Quería información sobre la matrícula. (vriendelijker dan: quiero)
  • Venía a hablar con usted del contrato. (komt minder “hard” over)

Je zegt eigenlijk: “ik wilde net …”, in plaats van een directe eis.

Vorming: herken eerst de stam

Stap 1: neem de infinitief en haal de uitgang weg.

  • -ar: ganar → stam: gan-
  • -er: devolver → stam: devolv-
  • -ir: vivir → stam: viv-

Stap 2: voeg de juiste uitgang toe.

-ar -er / -ir
yo -aba -ía
-abas -ías
él / ella / usted -aba -ía
nosotros / nosotras -ábamos -íamos
vosotros / vosotras -abais -íais
ellos / ellas / ustedes -aban -ían

Voorbeelden

  • ganar → ganaba, ganabas, ganaba, ganábamos, ganabais, ganaban
  • devolver → devolvía, devolvías, devolvía, devolvíamos, devolvíais, devolvían
  • vivir → vivía, vivías, vivía, vivíamos, vivíais, vivían

Let op de 3 onregelmatige werkwoorden

Gelukkig zijn er in de imperfecto maar drie echt onregelmatige vormen.

ser ir ver
era iba veía
eras ibas veías
era iba veía
éramos íbamos veíamos
erais ibais veíais
eran iban veían

Mini-geheugensteuntje:

  • ser krijgt een e aan het begin: era.
  • ir lijkt ineens op de infinitief: iba.
  • ver houdt de hele stam: ve- + uitgangen van -er: veía, veías, …

Veelvoorkomende signaalwoorden voor de imperfecto

Deze uitdrukkingen geven vaak een gewoonte of achtergrond aan.

  • siempre – altijd
  • normalmente – normaal gesproken
  • todos los días / años / veranos
  • cada semana / mes
  • de niño / de joven
  • mientras – terwijl
  • cuando + beschrijving (context): Cuando era estudiante…

Let op: een signaalwoord is een hulp, geen absolute regel. Kijk altijd naar de betekenis van de zin.

Typische fouten (en hoe je ze voorkomt)

  • 1. Te snel de indefinido gebruiken

    Als je het Nederlands letterlijk volgt (“ik werkte”), kies je soms per ongeluk de indefinido.

    Ayer, de 9 a 11 trabajamos en el proyecto.

    Correct: Ayer, de 9 a 11 trabajábamos en el proyecto. (proces, tijdsduur)

  • 2. Achtergrond + gebeurtenis omdraaien

    Cuando hablaban con la administración, llegué al campus.

    Correct: Cuando llegué al campus, hablaban con la administración.

  • 3. Beleefdheid vergeten

    Quiero información sobre la matrícula. (kan, maar is direct)

    Beleefd: Quería información sobre la matrícula.

Snelle zelfcheck: beheers je het al?

  1. Kun je de vormen maken?

    • Maak alle vormen van: ganar, aprender, vivir, ser, ir, ver.
    • Controleer: herken je de drie onregelmatige rijtjes uit je hoofd?
  2. Kun je motivatie geven: waarom imperfecto?

    • Leg in het Nederlands uit waarom je zegt: De niño estudiaba…, en niet estudió.
    • Leg uit waarom: Cuando llegué, ellos hablaban…, en niet hablaron.
  3. Kun je je vroegere studie- of werkleven beschrijven?

    • Schrijf of zeg 4–5 zinnen over vroeger: school, werk, gewoontes.
    • Gebruik bewust: siempre, normalmente, de niño, cuando…
    • Gebruik minstens één keer: iba a + infinitivo.

Kun je dit alles vlot? Dan ben je klaar om de imperfecto actief te gebruiken in gesprekken over je school- en studie-ervaringen.

  1. Verbos en -ar ⇒ raíz + -aba, -abas, -aba, -ábamos, -abais, - aban (ganar ⇒ ganaba)
  2. Verbos en -er / -ir ⇒ raíz + -ía, -ías, -ía, íamos, -íais, -ían (devolver ⇒ devolvía)
UsoEjemplo
Acción pasada en progreso (sin fin definido) (Voortdurende handeling in het verleden (zonder duidelijk einde))Charlaban durante horas en la secretaría. (Ze zaten urenlang te praten bij de administratie.)
Hábito repetido en el pasado (Herhaalde gewoonte in het verleden)De niño estudiaba en un colegio público. (Als kind zat ik op een openbare school.)
Acción que iba a ocurrir (Handeling die op het punt stond te gebeuren)Iba a solicitar plaza cuando cerraron la oficina. (Ik stond op het punt een plek aan te vragen toen het kantoor sloot.)
Acción en desarrollo (Handeling die gaande was)Cuando llegué al campus, hablaban con la administración. (Toen ik op de campus aankwam, waren ze met de administratie in gesprek.)
Imperfecto de cortesía (Onvoltooid verleden tijd als beleefdheidsvorm)Querría información sobre la matrícula. (Ik wilde graag wat informatie over het inschrijfgeld.)

Uitzonderingen!

  1. Verbos irregulares: ser ⇒ era, ir ⇒ iba, ver ⇒ veía

Oefening 1: Meerkeuze

Instructie: Kies het juiste antwoord

1. Cuando yo ____ pequeñita, estudiaba en un colegio público y no había tantas actividades extraescolares como ahora.

Toen ik ____ klein was, zat ik op een openbare school en waren er niet zoveel buitenschoolse activiteiten als nu.)

2. Antes ____ a nuestro hijo a una guardería privada, pero ahora va a un colegio concertado cerca del campus.

Vroeger ____ we onze zoon naar een particuliere crèche, maar nu gaat hij naar een gesubsidieerde school vlak bij de campus.)

3. Cuando llegué a la secretaría, todavía ____ con otra familia sobre la devolución de la matrícula.

Toen ik bij de balie kwam, ____ ze nog met een ander gezin bezig over de terugbetaling van het inschrijfgeld.)

4. ____ a matricularme en una clase práctica de informática, pero al final no quedaban plazas en el aula multimedia.

____ me inschrijven voor een praktijkles informatica, maar uiteindelijk waren er geen plaatsen meer in het multimedia lokaal.)

Oefening 2: Herschrijf de zinnen

Instructie: Herschrijf de zinnen met de onvoltooid verleden tijd volgens de impliciete aanwijzing tussen haakjes (gewoonte, handeling in uitvoering, beleefdheid, bedoeling of toekomstige handeling in het verleden).

Vertaling tonen/verbergen Toon/verberg hints
  1. Cuando era pequeño, todos los días yo (estudiar) en la biblioteca de la universidad.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Cuando era pequeño, todos los días estudiaba en la biblioteca de la universidad.
    (Cuando era pequeño, todos los días estudiaba en la biblioteca de la universidad.)
  2. Ayer, de 9 a 11, (nosotros/trabajar) en el proyecto con el coordinador.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Ayer, de 9 a 11 trabajábamos en el proyecto con el coordinador.
    (Ayer, de 9 a 11 trabajábamos en el proyecto con el coordinador.)
  3. En mi antiguo trabajo, cada semana (tener) reuniones largas con la dirección.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    En mi antiguo trabajo, cada semana teníamos reuniones largas con la dirección.
    (En mi antiguo trabajo, cada semana teníamos reuniones largas con la dirección.)
  4. Hint Hint (iba a) Yo (ir) a enviar la solicitud, pero tuve una reunión urgente.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Iba a enviar la solicitud, pero tuve una reunión urgente.
    (Iba a enviar la solicitud, pero tuve una reunión urgente.)

Oefening 3: Grammatica in actie

Instructie: Bespreek jullie schoolherinneringen en beslis welke school jullie kiezen.

Vertaling tonen/verbergen
Situatie
Dos amigos recuerdan sus colegios de antes para elegir un centro ahora.
(Twee vrienden herinneren zich hun oude scholen om nu een onderwijsinstelling te kiezen.)

Bespreek
  • ¿Cómo era el colegio donde estudiabas en la primaria o en el instituto? (Hoe was de school waar je op de basisschool of op de middelbare school zat?)
  • ¿Qué hacíais normalmente en las clases teóricas y en las prácticas? (usa: cuando…, siempre…, normalmente… )?」「¿Qué pasaba en la secretaría o en la administración cuando ibas a matricularte?」「¿Ibas a solicitar plaza o pedir una beca y cambiaste de plan finalmente? (usa: iba a…) (Wat deden jullie meestal in de theorielessen en in de practica? (gebruik: cuando…, siempre…, normalmente… )?)

Nuttige woorden en uitdrukkingen
  • De niño/a estudiaba en un colegio público/concertado/privado. (Als kind zat ik op een openbare/geconcerteerde/particuliere school.)
  • Cuando iba al instituto, pasaba por la secretaría del centro. (Toen ik op de middelbare school zat, liep ik vaak langs de secretarie van het centrum.)
  • Iba a solicitar plaza o pedir una beca, pero cambié de plan. (Ik ging een plek aanvragen of een beurs aanvragen, maar ik veranderde van plan.)

Gebruik in gesprek
  • imperfecto para hábitos y descripciones del pasado (imperfecto voor gewoonten en beschrijvingen in het verleden)
  • imperfecto para acciones en progreso o interrumpidas (imperfecto voor handelingen in uitvoering of onderbroken handelingen)
  • iba a + infinitivo para planes en el pasado (iba a + infinitief voor plannen in het verleden)

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage

Profile Picture

Alessia Amoroso

Master in Talen, Culturen en Communicatie

Università degli Studi di Modena e Reggio Emilia

University_Logo

Laatst bijgewerkt:

donderdag, 05/03/2026 17:51